|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Die vraag o.a. werd aan mij voorgelegd tijdens een recent gehouden diepte-interview over leeftijdsbewust personeelsbeleid binnen de politie. Zo’n op het eerste oog eenvoudige vraag wordt opeens complex als je ziet vanuit welke context hij wordt gesteld; het geven van een eerlijk en oprecht antwoord lijkt daardoor nog ingewikkelder te worden. Het interview was voortgekomen uit een in juni 2008 gehouden medewerkers tevredenheid onderzoek (MTO). Daarin werd onder andere de stelling voorgelegd dat wanneer het personeelsbeleid rekening houdt met specifieke levensfase omstandigheden van medewerkers dit zowel de organisatie als de medewerker ten goede komt. medewerkers tevredenheid onderzoek (MTO)In dat MTO werd aan de medewerkers gevraagd of zij interesse hadden om deel te nemen aan een diepte-interview over dit specifieke onderwerp. Voor mij persoonlijk was dit een gelegenheid bij uitstek om mij te uiten over wat mij de laatste jaren zo bezig houdt binnen de politiewereld. Ik was al begonnen te schrijven over dit soort zaken en zo’n interview sloot daar uitstekend op aan. Ongeveer vier jaar geleden schreef ik een artikel over het toentertijd gehouden MTO. Ik schreef toen o.a. dat uit het onderzoek was gebleken dat het meest urgente verbeterpunt betrekking had op loopbaanmogelijkheden en persoonlijke ontwikkeling en dat de stijl van leidinggeven de minste aandacht had. Een van de eindconclusies uit dat onderzoek was dat, degene die tevreden waren, bevestigd werden in hun overtuigingen en opvattingen, terwijl de ontevreden medewerkers het gevoel kregen voor het lapje te worden gehouden. Een veelbesproken thema was toen het gebrek aan en willekeurig bewust belonen. Er werd gesproken in woorden van dat het management nog onvoldoende waardering heeft voor de prestaties van de mensen en dat het niet schuitig is met schouderklopjes. Het interview werd voor mij een déjà vu. We zijn vier jaar verder en ik ervaar tijdens het diepte-interview dat het nog steeds om dezelfde thema’s gaat. Is er dan geen enkele lering getrokken uit de voorgaande enquête? Opnieuw gaat het over gebrek aan aandacht voor de mens in het uniform, achter die rang, taak of functie De klaag- en kankercultuur wordt in zijn voortbestaan bevestigd en er heerst nog steeds een sterk taboe over de opvatting dat verantwoordelijkheid bij jezelf begint. vastgeroeste patronen doorbrekenHet interview gaat, zoals vier jaar geleden, over te zware werkdruk, slecht management, gebrek aan sturing, geen
aandacht voor mensen, afschuiven van verantwoordelijkheid, onzinnig en veel te bureaucratisch werk, gebrek aan
inzicht. Afgaande op de uitlatingen blijkt dat er na vier jaar nog steeds ontevreden medewerkers zijn die het
gevoel hebben voor het lapje te worden gehouden. De gedachte gaat door mij heen dat ik blij ben dat ik die oude
vastgeroeste patronen heb kunnen doorbreken. Toen echter aan ons persoonlijk werd gevraagd aan wiens schuld het dan lag dat er zo weinig werkvreugde bestond, kwam schoorvoetend naar buiten dat wij zelf uiteraard ook verantwoordelijkheid dragen en dat wij best eens aan ons zelf de vraag mochten stellen of wij nog wel op de juiste plaats werken. eigen denk- en gevoelswereldHet begon langzaamaan interessant te worden, want op de vraag wat ons dan zo tegenhield om te vertrekken en mijn antwoord daarop dat het ons in z’n algemeenheid ontbrak aan moed, werd instemmend geknikt en door een enkeling zelfs woordelijk bevestigd. Ik zei toen dat politiemensen o.a. worden geselecteerd op plichtsbesef, loyaliteit, saamhorigheid en rechtsgevoel. Dat zijn exact de ingrediënten die ervoor zorgen dat het ons aan moed ontbreekt om uit die wereld te breken. Politiemensen voelen zich prettig bij bepaalde zekerheden, zoals vast werk, inkomen, pensioen, een vertrouwde omgeving. Zij werken het liefst in teamverband, samen met anderen, zodat er sprake is van gedeelde verantwoordelijkheid. Deze zaken sterken de gedachte dat het politieberoep een zinvol beroep is en dat men iets betekent voor de samenleving. Het risicovolle werk zorgt er vanzelf voor dat mensen afhankelijk van elkaar gaan worden, er moet immers een onvoorwaardelijk vertrouwen in elkaar ontstaan. De jarenlange keiharde confrontatie met de meest gruwelijke dingen maakt dat politiemensen dit voornamelijk binnen hun eigen (denk- en gevoels)wereld willen houden. Angst voor afwijzing, schaamte om zich te uiten liggen altijd latent op de loer, ondanks de komst van de bedrijf opvang teams. De heersende hiërarchie is de basis voor de instandhouding van ego’s en carrièrejagers. Als ik dit opschrijf komt de gedachte in me op dat ik al 39 jaar een ervaringsdeskundige ben. Voor de laatste generatie politiemensen zijn sommige zaken in mindere mate van belang, omdat zij opgegroeid zijn in een wereld waarin individualisme, zelfstandigheid en opportunisme de voornaamste thema’s zijn geworden. vervolg van artikel:
|
|
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||