|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
In dit artikel ga ik in op een aantal thema’s die gebonden zijn aan de mens en zijn geschiedenis. In het eerste
deel benoem ik een aantal kenmerken van de menselijke evolutie met de daaraan verbonden dilemma’s van de moderne
mens. Vervolgens bespreek ik de uitdagingen waar deze dilemma’s de mens mee confronteren. Wat is de mens? Het is altijd weer aardig de reacties waar te nemen die plaatsvinden als deze vraag gesteld wordt. Veelal ook wordt de vraag opgevat als een individuele uitdaging. Men gaat dan nadenken over de mens als individu. Met het benoemen van kenmerken van de enkeling probeert men dan de soort de beschrijven. Afhankelijk van het wetenschapsgebied van waaruit men deze vraag onder ogen ziet zullen er zeer verschillende omschrijvingen gemaakt worden. Iedere definitie belicht een aspect en doet de werkelijkheid tekort. Dit alles is een blijk van de invloed van de moderne technologie. Het heilige feit, het bewezen wetenschappelijk gegeven, de beschreven werkelijkheid is de bril waardoor we de mens waarnemen. Het wetenschapsgebied van waaruit we opereren bepaalt wat we waarnemen. Wat zouden we waarnemen wanneer we de mens eens zagen in de bedding van zijn geschiedenis? Vanuit de historie gezien kan men wellicht stellen dat de mens een voorlopig eindstadium van de evolutie is, een
wezen dat een gelaagdheid in zich draagt van het meest primitieve dier tot de moderne mens. De mens is ook sociaal bepaald. Wij zijn kuddedieren. Fysiek, psychologisch en zeker ook spiritueel is hij gebonden aan andere mensen. In biologische termen benoemd is de mens een kuddedier, gedoemd te sterven als hij de kudde verlaat. De mens is gebonden aan zijn soort. GeneratiesDe mens leeft niet alleen bij de gratie van zijn huidige groepsgenoten, hij leeft ook bij de gratie van de talloze generaties voor hem. In die generaties zijn de lessen opgedaan die hij nog altijd gebruikt voor zijn overleven. Door de generaties heen is er een weten ontwikkeld dat ieder mens met zich meedraagt. Het is het weten van de soort, het weten van de mens. Het is het weten van de cultuur waar hij deel van uitmaakt. Het is het weten dat voortkomt uit de oudste groepen waar de mens ooit in leefde. Het is een weten dat bewust en vooral ook onbewust tot in onze tijd in opeenvolgende generaties wordt doorgegeven. Tegelijkertijd is het een weten dat zo tot de menselijke soort behoort dat het niet eens hoeft te worden aangeleerd. Het is er al, omdat het er altijd al in de vele tienduizenden jaren die de mens bestaat is geweest. Het is het weten van de soort. Een volgend kenmerk van de mens is zijn fysieke beperking in verhouding tot de meeste zoogdieren. Het enige ‘extra’ dat de mens met zich meebrengt is het feit dat hij een tweepoter is, een opponeerbare duim heeft en een veel verder ontwikkelde neocortex. En daar komt het wezenlijke verschil tussen mens en dier naar voren: de mens is geestelijk hoogontwikkeld, ondanks al zijn dierlijke restanten. Zijn vermogen van denken en voelen is, met het gebruik van een gedifferentieerde taal, onderscheidend voor de mens. Deze vermogens hebben de mens in staat gesteld tot een technologische ontwikkeling die ontzagwekkend genoemd mag
worden. De invloed van de technologie siepelt door ons wezen als bloed door ons vatenstelsel. Zij lijkt onbeheersbaar. Zij is de mens, die haar zelf iedere dag weer schept, de baas. Zij bepaalt de plek van ieder individu, de samenstelling van systemen. Zij vormt de context waarbinnen het systeem functioneert. Zo kan men de mens zien als een wezen dat door twee schijnbaar tegengestelde krachten wordt verscheurd. Aan de ene kant is daar de mens die gebonden is aan het weten dat hij meeneemt uit zijn oorsprong, aan de andere kant is hij gebonden aan de vloek en de zegening van de moderne technologie. GevolgenWanneer we de gevolgen van deze invloeden beschouwen, valt het volgende op: Toenemende massificatieEr is een toenemende massificatie. Moderne systemen worden steeds groter. Groei van het systeem lijkt een doel
in zichzelf te worden, zonder dat men het waartoe ter discussie stelt. Dit geldt voor bedrijven evenzeer als voor
overheidsinstellingen. Steeds duidelijker wordt waarneembaar dat deze massaliteit tot grote problemen leidt. Op het
eerste gezicht lijkt de groei van het systeem soms noodzakelijk. Zo wordt het systeem immers effectiever en
concurrerender. Maar al te vaak wijst de praktijk anders uit. Wat aan efficiency gewonnen lijkt te worden, wordt
driedubbel verloren door een gebrek aan betrokkenheid. Toenemende anonimiteitGebonden aan deze schaalvergroting groeit de anonimiteit van relaties. Als gevolg van de toenemende massaliteit
worden de relaties die mensen binnen deze systemen met elkaar aangaan, anoniemer en functioneler. De andere
medewerker wordt een collega functionaris in plaats van een collega. Wij weten wellicht hoe hij werkt, maar hebben
er geen idee van hoe hij leeft. De sociale controle die voorheen de individu kon kortwieken, maar evenzeer op het
rechte spoor kon houden, is verleden tijd. De anonimiteit werpt ons terug op een verantwoordelijkheid die velen
niet aankunnen. Ze brengt ons de bittere eenzaamheid van de massaliteit. vervolg van artikel:
|
|
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||