28 februari 2011
leidinggeven in
dialoog
Durft de baas wel te luisteren?
Over leiding geven in dialoog
Kees
Schilder
senior trainer en adviseur en samen met
Hans van Teijlingen auteur van ‘Veranderen in
Dialoog’
"Empathisch luisteren is niet zonder risico’s. Je moet wel erg zeker zijn om goed naar iemand te
luisteren. Je stelt je namelijk open voor beïnvloeding door de ander. Je bent kwetsbaar. Het klinkt enigszins
paradoxaal: om invloed uit te kunnen oefenen, moet je zelf beïnvloedbaar zijn. Je moet de ander echt begrijpen".
(Stephen Covey)
Inleiding en
probleemstelling
Ga er maar aan staan: de wereld om ons
heen verandert razendsnel. De druk tot presteren is groot. Bedrijven moeten hun klanten beter en effectiever
bedienen dan de concurrenten. Stil zitten kan niet, iedere organisatie wordt voortdurend uitgedaagd tot
verbetering en verandering. En dat vraagt ook van medewerkers dat zij in beweging komen en mee vorm geven aan de
vernieuwing van het bedrijf. Veranderingen blijken echter vaak moeizaam van de grond te komen en leiden lang
niet altijd tot het beoogde resultaat.
Een van de bepalende succesfactoren is de
betrokkenheid van medewerkers bij het veranderingsproces. De erkenning van dat belang kom je in de literatuur
vaak tegen; men spreekt dan over ‘het creëren van draagvlak’, ‘het stimuleren van betrokkenheid’, ‘het motiveren
van medewerkers’. Toch zit al in de gekozen formulering een grote valkuil.
Draagvlak creëren of de dialoog
zoeken?
Praten over draagvlak creëren schept het
beeld dat dit actieve overtuigingskracht vraagt, dat je de ander over moet halen om mee te werken.
Stellen dat je mensen moet motiveren, vooronderstelt dat zij dat nodig hebben en niet vanuit zichzelf gedreven zijn
tot presteren en succesvol werken. Betrokkenheid
stimuleren suggereert dat mensen onvoldoende betrokken zijn.
In al deze termen is de suggestie te herkennen dat het management hard moeten werken om mensen te veranderen.
Leiders moeten dus vooral zelf aan de slag om de hoofden en harten van medewerkers te veroveren.
Ja, ook ik pleit voor betrokken
medewerkers, maar waar veel literatuur dat neerzet als een eenzijdig proces, ga ik uit van wederkerigheid in de
relatie tussen leiding en medewerkers.
Dat noem ik de ‘dialoog’ en dan zijn de uitgangspunten anders:
-
De meeste mensen zijn vanuit zichzelf gemotiveerd en hoeven
niet gemotiveerd te worden.
-
De meeste medewerkers zijn betrokken en enthousiast , maken
eigen analyses en bedenken eigen oplossingen.
-
Het veranderen van organisaties is een leerproces, waarbij
het essentieel is om de aanwezig kennis en inzichten boven tafel te krijgen. Dit vraagt een open dialoog tussen
alle betrokkenen.
Het is bij veranderingen dan ook de grote
uitdaging om de interne dialoog te versterken of te herstellen. Dat betekent concreet:
-
Denken met medewerkers in plaats van voor
hen.
-
Overleggen in plaats van uitleggen.
-
De dialoog met in plaats van het overtuigen van de
ander.
Mijn stelling is: succesvol leiding
geven aan verandering is leiding geven in dialoog.
Een parallelle
monoloog
Het begrip dialoog wordt tegenwoordig te
pas en te onpas gebruikt. In de politiek praat men over de dialoog met de kiezers, de politie gaat in dialoog
met de wijk, er wordt een nationale dialoog georganiseerd, bestuurders zeggen dat ze in dialoog zijn met hun
medewerkers. Het lijkt wel een toverwoord voor het creëren van gemeenschappelijkheid en een gedeelde ambitie.
Hierdoor verliest het begrip zijn glans en lijkt het ‘nieuwspraak’ voor een bewuste overtuigingsstrategie. In
het dagelijkse gebruik mis ik de achterliggende betekenis van het woord, want in een echte dialoog ligt de
nadruk op luisteren en vragen stellen. Dat vraagt oprechte belangstelling voor hetgeen de ander
zegt.
Tijdens een gesprek met de bestuurders
van een middelgrote zorgorganisatie komt aan de orde dat de organisatie moet veranderen. Dit besef leeft breed
in het bedrijf. Een aantal maanden geleden zijn bestuurders en een aantal managers op bezoek geweest bij een
collega-organisatie, waar zij kennis maakten met een nieuw concept voor klantgerichtheid. Zij waren enthousiast
en hebben het idee omarmd. Het MT trok zich twee dagen terug op de hei om het concept te bespreken en voor de
eigen organisatie uit te werken. De MT-leden kwamen enthousiast terug: men had het gevoel dat er sprake was
geweest van een echte dialoog en er was een goed plan van aanpak gemaakt. Het concept was vervolgens in de hele
organisatie gecommuniceerd, maar toch … er klinkt teleurstelling door in hun verhaal. Het is zo’n goed idee en
het sluit volgens de bestuurder aan bij wat mensen zelf ook willen: topzorg geven en echte aandacht voor wat de
klant wil. De signalen vanuit de organisatie zijn echter cynisch en afhoudend.
Dat begon al tijdens de eerste
bespreking met de ondernemingsraad. Die had het thema geagendeerd voor zijn eigen scholingsdagen en was
vervolgens met een groot aantal vragen en kritiekpunten gekozen. Die waslijst met vragen had het enthousiasme
bij een deel van het management flink getemperd.
Veel leidinggevenden hadden een zelfde
ervaring op het moment dat zij de uitgangspunten van het concept aan de orde stelden in het werkoverleg. Mensen
reageerden afwijzend of kritisch. De bestuurder spreekt mij op een gegeven moment rechtstreeks aan: jij legt zo
de nadruk op de dialoog. Nu hebben we zoveel geïnvesteerd in het gesprek met de medewerkers en het uitleggen van
onze ideeën en nog werkt het niet.
Later die dag spreek ik hierover
met een team van verpleegkundigen en dan komen de verhalen los. Het nieuwe concept kwam voor mensen volkomen uit
de lucht vallen. Natuurlijk onderschrijven ze het belang van klantgerichtheid, maar dat is toch al jaren het
uitgangspunt in hun werk? En … zo’n nieuw idee is mooi, maar tegelijkertijd kregen zij te horen dat er 20
medewerkers ontslagen worden en dat zij voortaan op alle locaties ingezet kunnen worden. En dan die
gedragsregels die in een folder zijn opgenomen …moet nou echt op papier gezet worden dat je een kop koffie aan
moet bieden en je moet richten op de klant … dat doen zij toch al jaren. En is het nu echt nodig om van die dure
kleurenfolders naar alle medewerkers te sturen, terwijl er tegelijkertijd op van alles wordt bezuinigd? Al snel
blijkt dat er in de wandelgangen een heel eigen verhaal over het concept is ontstaan en dat medewerkers niet het
gevoel hebben echt mee te kunnen denken of invloed uit te kunnen oefenen.
Herkenbaar in deze ervaring is wat ik in
ons boek (Kees Schilder & Hans van Teijlingen - Veranderen in Dialoog) noem: het verborgen gesprek.
Op de werkvloer wordt een ander gesprek gevoerd dan door het management. Medewerkers voelen zich niet echt
betrokken, omdat het MT hen overvalt met oplossingen, waarbij ze geen ruimte voelen om de eigen kennis en
analyse in te brengen. Dit leidt niet tot samen-denken, maar tot tegen-denken.
In mijn woorden: er is sprake van
uitleggen in plaats van overleggen, van vertellen in plaats van luisteren, van debat in plaats van dialoog. Er
is geen gezamenlijk beeld van de probleemstelling en daardoor geen basis voor gemeenschappelijk leren en
veranderen.
In een vervolggesprek met het MT noem
ik dit ‘parallelle monologen’. Er wordt wel op hetzelfde moment en op dezelfde plaats gesproken, maar in feite
langs elkaar heen in plaats van met elkaar. De uitdaging ligt nu op tafel: het herstellen van de dialoog. Op
basis van het citaat van Covey, leg ik daar de volgende vragen naast: ‘Durven we die dialoog ook aan?’ ‘Durven
we echt naar de medewerkers te luisteren?’ ‘Durven we onze eigen ideeën ook te laten bevragen en eventueel aan
te passen?’
Inzicht in dialoog … waar
hebben we het over?
Aan dezelfde tafel zitten is niet
voldoende. Effectieve participatie is ‘in dialoog’ zijn met elkaar en zo’n dialoog is pittig, vraagt lef, vraagt
de bereidheid om te luisteren en ook zelf te veranderen.
Ik ben wederom in gesprek met
de bestuurders en een aantal managers van dezelfde organisatie. Het gesprek gaat over de TV-serie ‘Leiders
gezocht’ van Jeroen Smit die net op TV wordt uitgezonden. Daarin onderstrepen een aantal leiders het belang van
luisteren, van stilte en van aandacht en dat spreekt mij erg aan. Vanuit dat perspectief praten we opnieuw over
de belangrijkste kenmerken van de dialoog: vragen stellen en luisteren in plaats van praten en uitleggen,
aandacht voor elkaar hebben, tweezijdigheid, gelijkwaardigheid, samen willen leren en zoeken naar
gemeenschappelijke ambities.
We kiezen nu bewust voor een
moment van stilte door een kwartiertje de benen te strekken en om het gebouw heen te lopen. Eenieder denkt
daarbij na over de vraag: wat hebben de critici ons nu echt willen vertellen? Na die korte ’break‘ geeft een van
de MT-leden aan: we moeten weer terug naar het begin. We hebben de mensen overvallen met een uitstekend concept.
Met de uitwerking zijn wij zelf twee dagen bezig geweest, maar wij verwachten dat zij dit direct oppikken als
het maar goed op papier staat. Ik wil terug naar mijn team en hen vragen of zij het achterliggende probleem
herkennen, waar zij in de relatie met de klant tegenaan lopen, wat zij weten van de vraag van de klant, waar zij
zelf verbetermogelijkheden zien en wat zij van ons, het MT, verwachten. Ik ga hen vragen om mij te adviseren.
Dit idee wordt door anderen
omarmd en met een aantal open vragen gaat iedereen terug naar de eigen teams.. Wij maken ook meteen de afspraak
om het gesprek te verbreden. Na de teambesprekingen zullen mensen uitgenodigd worden om deel te nemen aan een
aantal werkgroepen dwars door de organisatie heen. Want, zo stelt de bestuurder: ‘Ik wil zelf horen wat de
mensen te vertellen hebben en ik wil ze zelf kunnen vertellen waarom ik dit zo belangrijk vind. Daarbij mogen ze
mij ook stevig bevragen, want dat heb ik nodig om een scherper beeld te krijgen’.
We zitten nog midden in het proces, maar
de eerste reacties uit de organisatie komen binnen. De besprekingen in de meeste teams verliepen in een open
sfeer. Natuurlijk was er in eerste instantie nog de nodige reserve en een houding van ‘we moeten het nog zien’,
maar er is het begin van een dialoog op gang gebracht.
Leren en veranderen in
dialoog
In de kerngroep, die het verdere proces
zal begeleiden, evalueren we de voortgang en benoemen we de belangrijkste kenmerken voor een aanpak in
dialoog:
- De start van een dialoog is niet een
oplossing maar een probleemstelling. De eerste vraag is: herkennen we de
probleemanalyse?
- In de dialoog erkennen we de
complexiteit van processen en daarmee ook dat er vanuit meerdere perspectieven naar dezelfde situatie
gekeken kan worden. Er moet dus ook ruimte zijn voor die verschillende
invalshoeken.
- De dialoog omvat alle vragen die er
toe doen, inclusief ‘Waar staan we voor?’, ‘Waar doen we het voor?’ ‘Wat is de bedoeling? ‘ en ‘Wat is jouw
belang en positie’.
- Door het elkaar bevragen en
doorvragen wordt de dialoog een leerinstrument voor organisatie, team en
medewerker.
- De dialoog betekent niet: eindeloos
praten, maar juist effectiever en opener communiceren. Door het bevragen en doorvragen beperken we het in
herhaling vallen en voortdurend blijven hameren op dezelfde argumenten.
- Kiezen voor de dialoog is ook kiezen
voor duidelijkheid: als de wil niet aanwezig is om vanuit verschillende belangen en posities naar de
gemeenschappelijke ambitie te zoeken, dan heeft dialoog geen zin.
- De dialoog vooronderstelt veiligheid
en de wil om in te zetten op vertrouwen.
- Dit kan soms betekenen dat het handig
is om bij het hervinden van de dialoog het gesprek te laten leiden door iemand van buiten het
team.
- De dialoog vraagt vertrouwen en lef;
het vraagt van de leidinggevende de bereidheid tot meebewegen en bijstellen van de eigen
analyse.
- Zoek in de dialoog ook de verbinding
door de organisatie heen. Voer het gesprek niet alleen in het eigen team, maar ook met andere teams en
binnen de verschillende lagen in de organisatie. Doorbreek dus de parallelle processen en zet op cruciale
momenten ook bestuurder, manager, stafmedewerker, ondernemingsraad en uitvoerend medewerker met elkaar aan
tafel.
Leiderschap in dialoog: oren,
ogen en hart open
Waar de leiders vaak gewend zijn het
initiatief te nemen en uit te leggen, gaat het nu om vragen stellen, verbinding zoeken, luisteren en uitnodigen
om eigen oplossingen te bedenken. Dat stelt nieuwe eisen aan leiderschap. In een aantal
steekwoorden:
-
inzien
-
willen
-
durven
-
kunnen
-
doen
-
leren
Inzien: Het wezenlijke van de dialoog
onderkennen; begrijpen wat het tweezijdige karakter in de praktijk betekent; overtuigd zijn van het belang van
luisteren en aandacht geven; overtuigd zijn dat aandacht meerwaarde oplevert; begrijpen dat vertrouwen in de
medewerker het enige uitgangspunt is; inzien dat we de kennis van de medewerkers alleen maar optimaal in kunnen
zetten als we er ook echt nieuwsgierig naar zijn. Het zelfinzicht dat de eigen kennis beperkt is en er, naast
het eigen perspectief, andere invalshoeken zijn die wezenlijk bijdragen aan de kwaliteit van het
gesprek.
Willen: De keuze kan niet halfslachtig
zijn, het is de wil om het leer- en veranderingsproces samen aan te gaan vanuit de overtuiging dat leren zonder
dialoog, zonder vragen, zonder een gedeeld denkproces minder effectief is. Kiezen voor de dialoog is niet
vrijblijvend, maar vraagt ‘willen weten’ en een oprechte nieuwsgierigheid naar het verhaal van de
ander.
Durven: Durven luisteren, weten dat je risico
loopt, durven vertrouwen op de goede intenties van de ander, durven terugkomen op de eigen analyse, durven
vertrouwen op eigen kennis en inzichten; het eigen inzicht en belang durven inbrengen in de
dialoog.
Kunnen: Het vraagt in ieder geval om de volgende
vaardigheden: luisteren, creëren van stilte, de goede vragen stellen, uitnodigen tot gesprek, aandacht geven,
het horen van de verborgen boodschap, knopen doorhakken in dialoog , feedback geven.
Doen: De dialoog vraagt: in het diepe
springen en aanspreekbaar zijn voor de kwaliteit van het gesprek. Dus ook de eigen inbreng aan de orde stellen
en zoeken naar verbetering. Op die manier wordt het gesprek zelf ook leren in de praktijk.
Leren: Het vraagt leren in de praktijk. Juist in de
aandacht voor elkaar en de kritische bevraging van elkaar zitten de leermomenten voor de voortgang van de
dialoog en het veranderingsproces.
gerelateerde onderwerpen: persoonlijke
integriteit
Overwin je interne saboteurs en bereik wat je
wilt
zelfmanagement - persoonlijke
balanced scorecard
kwaliteitencirkel
Even voorstellen: Kees Schilder
Kees Schilder is senior trainer en adviseur. Samen met
Hans van Teijlingen schreef hij het boek: ‘Veranderen in Dialoog’ (Scriptum, Schiedam 2010). Dit boek staat op
de shortlist voor de verkiezing van het ‘Managementboek van het jaar 2010’.
Hij is overtuigd van de kracht van de dialoog als instrument tot leren en veranderen van organisaties. Vanuit die
overtuiging begeleidt hij leer- en veranderingsprocessen binnen organisaties en traint hij ondernemingsraden,
management en teams van professionals.

Veranderen in
dialoog
Kees
Schilder, Hans van
Teijlingen
E: Kees
Schilder
S: www.h3advies.nl
artikel van auteur:
|
Weerbaarheid wil zeggen: het door middel van mentale, verbale
en fysieke technieken opkomen voor jezelf. Weerbaarheid is het mogen, durven en kunnen
beschermen van je eigen grenzen en vrijheid.
|
bron: www.menscentraal.nl
|