15 oktober 2009
emoties
Emoties
dirigenten of stoorzenders?
Mark
Nelissen
professor in de gedragsbiologie aan
de universiteiten van Antwerpen en
Hasselt
Mijn
vingers glijden over het klavier van mijn notebook, elke aanslag geeft een teken op het scherm. Een prachtig
staaltje van techniek. Hier is goed over nagedacht. Deze computer is het resultaat van verstandelijk werk. Wij
hebben de indruk dat dit verstand, waarmee we zoveel dingen hebben gemaakt en geschreven, de essentie van ons
menselijk bestaan is. Het is niet voor niets dat we ons Homo sapiens noemen, de verstandelijke mens. Dit is niet
alleen sterk overdreven, het is gelukkig ook niet juist. Indien de ratio de centrale motor zou zijn van ons doen
en laten, zouden we niet ver geraken. We zouden erg traag handelen, een beetje zoals een computer met een
beperkt werkgeheugen waarop te veel programma’s draaien. Proberen we rationeel een oplossing te vinden wanneer
we plots geconfronteerd worden met een dolle hond die op ons aanstormt? Of reageren we automatisch, sneller dan
ons verstand? Over ontelbare generaties hebben onze voorouders inderdaad sneller gereageerd dan hun verstand. En
wij doen dat nog, heel de dag door doen we dingen zonder nadenken, zelfs zonder het te weten. Onze relaties met
andere mensen worden bepaald door massa’s dingen die los staan van ons verstand. Een van die dingen is emotie,
zo een spook in ons brein dat we maar al te graag als een stoorzender aanzien. Het moet weg en plaatsmaken voor
ons verstand. Hieronder zal duidelijk worden dat het allemaal niet zo eenvoudig is.
Een emotie, wat is dat?
Voor deze vraag moeten we een evolutionaire pet opzetten. Het gedrag van vandaag is immers in
de evolutie ontstaan door natuurlijke selectie, net als de structuur en de werking van ons lichaam. Die
structuur en werking, maar ook ons gedrag, zijn aanpassingen die oplossingen boden voor problemen waarmee onze
voorouders werden geconfronteerd. Gedurende honderdduizenden jaren heeft evolutie ons gedrag gekneed om steeds
weerkerende problemen het hoofd te kunnen bieden. Neem een aanstormend roofdier. Wie daarvoor geen oplossing
had, werd niet onze voorouder. Natuurlijke selectie heeft na vele generaties een programma in ons brein
geschreven dat binnen een fractie van een seconde de kans op ontsnapping aanzienlijk deed toenemen. Dat
programma heet ‘angst’. Hoe kan angst dit probleem oplossen?
Onmiddellijk na het waarnemen van het roofdier worden alle gedragingen die men zou kunnen
vertonen in één richting gestuurd: weg van het gevaar. Zo worden de doelstellingen veranderd en volledig
gefocust op het gevaar. Er zijn verschuivingen in de aandacht, die nu gericht wordt op de situatie. Dat gaat
gepaard met een verscherping van de waarneming. Er worden zeer snel gegevens uit het geheugen gehaald: waren er
schuilmogelijkheden in de omgeving? Het voorval wordt kenbaar gemaakt door een gil of een gezichtsuitdrukking.
Er worden leersystemen in gang gezet: deze plek wordt voor de rest van het leven gebrandmerkt als gevaarlijk.
Het lichaam reageert met fysiologische veranderingen waardoor een vecht-of-vlucht-reactie ontstaat. Tot slot
treden er gespecialiseerde systemen in actie om conclusies te trekken uit de gegevens en wordt het lichaam
aangezet tot handelen: weglopen of in een boom kruipen… Het programma dat zorgde voor deze ingewikkelde
coördinatie werkt als een dirigent die alle muzikanten van een symfonieorkest in de juiste richting orkestreert.
Dat is een emotie: een dirigent in het brein die zeer snel alle mogelijke gedragingen in één richting stuurt om
het hoofd te bieden aan een probleem.
Emoties hebben grote voordelen gehad bij de overleving of de samenleving gedurende de
evolutionaire ontwikkeling van de mens, en zijn dus door natuurlijke selectie gemaakt en zo goed mogelijk
aangepast aan het probleem dat diende opgelost te worden. Het waren zeker geen stoorzenders, wel
overlevingsmachines.
Vreugde, verdriet, walging…
De evolutionaire basis van emoties blijkt uit het feit dat ze universeel zijn, gelijk bij alle
culturen. Dit is een van de sterkste argumenten om een evolutionaire voorgeschiedenis en een genetische basis
van gedragingen te veronderstellen. De universaliteit van emoties is voor het eerst bestudeerd door Paul Ekman.
Hij stelde vast dat emoties in elke cultuur op dezelfde manier werden herkend. Enkele emoties kunnen wel
cultureel beïnvloed worden bijvoorbeeld door de wijze waarop en de intensiteit waarmee ze worden beleefd.
De ‘basisemoties’ angst, vreugde, verdriet, woede, verbazing, walging zijn gelijk bij alle mensen en zijn in
evolutionaire termen zeer oud. Ze hebben betrekking op slechts één individu. ‘Sociale emoties’ zoals afgunst,
trots, schaamte, verlegenheid en schuldgevoel zijn moderner en veronderstellen een sociale context. Andere mensen
maken de oorzaak of het doel van deze emoties uit. In de loop van de menselijke evolutie werd samenwerking steeds
belangrijker, wat leidde tot veel complexere problemen dan enkel in leven blijven, zoals intermenselijke
verhoudingen. Het gaat om hogere cognitieve emoties, ze zijn in essentie even universeel als de basisemoties, maar
kennen meer culturele variatie. In sommige culturen zal men sneller jaloers reageren dan bij andere, het eergevoel
is niet bij alle volken even belangrijk als morele norm, enzovoort. Enkele voorbeelden.
Vreugde is een emotie die wordt opgeroepen na een positieve ervaring. Wie vreugde kent, zet zich open voor meer
ervaringen en durft meer aan. Deze openheid heeft vooral consequenties op sociaal vlak en kan leiden tot nieuwe of
versterkte sociale banden. Vreugde werkt aanstekelijk en kan gemakkelijk worden overgedragen op de groepsgenoten
waardoor de hele groep deelt in het goed gevoel, wat weer de sociale banden versterkt. Zulke banden zijn essentiële
instrumenten geweest in de menselijke evolutie.
Een tegengestelde emotie is verdriet en wordt opgeroepen na het verlies van iets dierbaars, een familielid,
geliefde of gekoesterd voorwerp. Maar ook gedwarsboomde toekomstplannen, een vermindering in waardering of een
daling in de zelfwaardering kunnen verdriet in gang zetten. Verdriet vertraagt de cognitieve en motorische
systemen. Deze slow-down in de activiteit geeft de nodige tijd en energie om de oorzaak van het verdriet nader te
analyseren en die in de toekomst misschien te vermijden. Maar men kan ook plannen voor een betere toekomst maken.
Vervolgens kan verdriet aan de groepsgenoten duidelijk maken dat er iets mis is, wat kan leiden tot hulp of troost
en dus tot een verbetering van de toestand.
Een andere basisemotie is woede. Het mobiliseert enorm veel energie. Het vecht-of-vlucht-mechanisme kan worden
geactiveerd om het lichaam maximaal voor te bereiden op een aanval. Maar de respons hoeft niet altijd een
agressieve actie te zijn. Woede is immers niet noodzakelijk verbonden aan agressie, het kan beperkt blijven tot een
dreiging.
Walging is de afkeer van het idee dat men schadelijke dingen tot zich neemt en leidt tot het verwijderen van vieze
dingen uit de mond. Maar deze emotie kan zich ook sociaal voordoen, bij de afkeuring van daden. In zijn meest
essentiële vorm is de functie van walging een verdedigingsmechanisme tegen de opname van slecht voedsel, wat tot
besmetting zou kunnen leiden. Walging in een sociale context kan ook beschouwd worden als een
verdedigingsmechanisme. Wie afkeer voelt voor een zeer immoreel persoon, wil zich beschermen tegen een eventuele
‘besmetting’ van zijn daden. Door walging zet men zich af tegen sociaal verkeerde handelingen en kunnen zij die de
normen van de samenleving op een schandelijke manier overtreden, worden geïsoleerd. Dit ligt mee aan de basis van
de moraal, weer een belangrijke socialiserende kracht.
Schaamte ontstaat wanneer iemand vaststelt dat hij niet voldoet aan wat van hem verwacht wordt
binnen zijn verantwoordelijkheid. De tekortkoming leidt tot afkeuring en sanctie onder de vorm van spot en
minachting, wat sterke uitlokkers van schaamte zijn (ook al kan schaamte zich individueel voordoen). Het geeft
een negatief, pijnlijk gevoel, men wenst zich te verbergen, te verdwijnen en mensen doen er alles aan om het te
voorkomen. Deze motivatie zet aan tot het nemen van zijn verantwoordelijkheid binnen de gemeenschap, het werkt
asociaal gedrag tegen.
Socialiteit
Ons sociaal gedrag kon zich ontwikkelen dankzij emoties. Sterker nog, emoties zouden
geëvolueerd zijn om morele codes in een groep te kunnen ontwikkelen, denk aan schaamte.
De sterke sociale structuur van de menselijke samenleving is gekenmerkt door een intensieve samenwerking. Onze
voorouders konden enkel zeer grote prooien jagen, zoals de mammoet, met behulp van technieken die ontwikkeld werden
binnen een goed uitgekiend coöperatief verband. Maar ook het gezamenlijk zorgen voor de kinderen door meerdere
moeders, het bouwen van hutten, het bewaken van de gemeenschap, kon enkel worden gerealiseerd door
samenwerking.
Verschillende emoties kunnen samenwerking regelen door anderen te motiveren en gedrag te coördineren of door de
mentale toestand aan de groepsleden kenbaar te maken. Groepsleden kunnen bij elkaar emotionele toestanden aflezen
met nuttige informatie. En zo vormen emoties een krachtig instrument om de samenwerking tussen mensen te verfijnen
doordat de groep zich als geheel sterker maakt door rekening te houden met ieders emotionele toestand. Denk aan de
socialiserende kracht van vreugde of aan het feit dat emotionele problemen kunnen verholpen worden als ze
gecommuniceerd worden.
Emoties kenbaar maken
Dit alles zou onmogelijk zijn als leden van een groep de emoties van anderen niet zouden
kennen. Emoties worden daarom gecommuniceerd via signalen, expressies dus. Uiteraard moeten deze ook worden
begrepen, anders kunnen we niet van communicatie spreken.
Er bestaan verschillende non-verbale signalen zoals lichaamshoudingen en -bewegingen of veranderingen in de stem,
maar in eerste instantie denken we aan gezichtsuitdrukkingen. Weinig cognitieve vaardigheden zijn in onze evolutie
zo goed uitgewerkt als het begrijpen van gezichtsuitdrukkingen. Er is zelfs een groot gebied op onze hersenschors
voorzien voor deze functie in de gyrus fusiformis. Ekman ontwikkelde een fijne methode om aan de hand van
micro-expressies in het gezicht te kunnen achterhalen of iemand liegt, een techniek die gretig werd uitgebuit in de
populaire televisiereeks Lie to me.
Charles Darwin maakte als eerste een uitgebreide beschrijving van de gezichtsexpressies bij emoties. Maar de meest
gedetailleerde analyse danken we aan het levenswerk van Ekman. In zijn onderzoek werden ook niet-westerse culturen
betrokken, waaruit bleek dat de perceptie van emotie veel meer universeel is en minder cultureel bepaald dan men
dacht. Toch is er wel degelijk een culturele invloed, zoals het al dan niet onderdrukken of overdrijven van de
expressies.
Vrouwen zouden beter emoties kunnen herkennen dan mannen. Of dit voor alle emoties geldt en ook tussen vrouwen en
mannen, of enkel binnen één geslacht, moet nog verder worden onderzocht. Mensen die geen emoties bij zichzelf
kunnen herkennen, lijden aan alexithymie, en hebben vaak ook moeilijkheden om emoties bij anderen te zien.
vervolg van artikel:
|