Het is interessant op te merken dat de expressie van een emotie haar versterkt. Wie een emotie-expressie
van het gezicht nabootst voelt niet alleen de overeenstemmende emotie in zich opborrelen, er grijpen ook
fysiologische veranderingen plaats die zich voordoen bij die emotie zelf wanneer ze in normale omstandigheden wordt
opgeroepen.
Empathie
Wellicht de sterkste motor die de samenwerking bij de mens stuurt is empathie, wat verschilt
van medeleven. Bij medeleven kennen we de emotie van een ander, bij empathie voelen we die echt zelf. Wie een
emotie bij een ander – vriend of vreemde – waarneemt, voelt in grote mate wat die ander voelt. We moeten er niet
aan twijfelen dat empathie het sterkst is ontwikkeld bij de mens, maar de neurologische basis waarop empathie
kan groeien komt ook bij andere diersoorten voor. Die basis wordt gevormd door de spiegelneuronen. Het zijn
neuronen die actief worden bij het waarnemen van een handeling zonder die handeling zelf uit te voeren. Bij de
mens is vastgesteld dat spiegelneuronen ook actief zijn bij emoties. Iemand iets zien ervaren, wordt gespiegeld
in het zelf ervaren. Het is niet zo onlogisch te stellen dat dit mechanisme aan de basis ligt van empathie.
Een emotie waarnemen via een gezichtsexpressie stimuleert dezelfde neuronen als voor die
expressie zelf, en – wetende dat de uitdrukking van een emotie kan leiden tot het voelen van die emotie – voel
je wat een ander voelt. Men kan zich voorstellen dat het mechanisme van de spiegelneuronen aanvankelijk enkel
een motorisch belang had, bij het leren nadoen van handelingen, maar dat het evolutionair is uitgegroeid tot een
sterk cement tussen groepsleden. Empathie is een optimaal mechanisme om allianties en samenwerking te
bevorderen. Bijvoorbeeld via troostgedrag, men voelt het verdriet van een ander en weet daardoor op welke manier
men dat leed kan lenigen. Empathie is ook de basis van de aanstekelijkheid van vreugde, angst, walging…
Het is onze stelling dat empathie een sterk evolutionair voordeel had. De baten van een emotie moeten immers niet
beperkt blijven tot één individu. Door de empathie worden ze zeer snel overgedragen op groepsleden die mee kunnen
profiteren van de orkestrerende dirigent. De emotie vloeit als een bindmiddel van het ene individu naar het ander,
een beetje als een psychologische bloedstroom in een groep. Bij de aanvang van een gezamenlijke taak beginnen alle
sturende krachten door de groep te stromen: de vreugde-emotie van één deelnemer wordt overgenomen door het
gezelschap en enthousiasmeert hen, dat wordt versterkt door een woedegevoel van een andere die beter wil presteren
dan een concurrerende groep, maar wordt wat getemperd door een angstgevoel van een derde deelnemer, bijgestuurd
door… en ga zo maar door. Alle oorzaken van de individuele emoties kunnen hun belang hebben voor de hele
samenwerkende groep, empathie zorgt voor de boekhoudkundige optelling ervan. Elk lid van de gemeenschap heeft baat
bij dat systeem, dus kan natuurlijke selectie het hebben bevoordeeld en werden de samenwerkingsverbanden bij de
coöperatieve mens steeds intenser.
Hersenen en emoties
Net als alle gedragselementen hebben emoties een neuraal substraat. Ze kunnen niet worden
toegewezen aan één plaatsje in het brein, ze zijn steeds het resultaat van de werking van meerdere circuits in
de hersenen. Evolutionair oude emoties (zoals angst) moeten we in oude hersengebieden zoeken, meer recente
(schuldgevoel) in modernere zones. Het evolutionair oude limbisch systeem neemt hierbij een centrale plaats in.
Het is belangrijk bij het genereren en controleren van emoties, zij het in samenwerking met andere
hersengebieden.
De amygdala (of amandelkern) in het limbisch systeem roept vooral zeer oude emoties op, zoals woede en angst. Als
de zintuigen prikkels opvangen die een reactie van woede of angst kunnen oproepen, dan doen deze prikkels – na
langs de thalamus te zijn gepasseerd – in de amygdala hun werk, supersnel en volledig buiten het bewustzijn. Wij
nemen zulke angst- of woedeprikkels waar zonder dat we beseffen dat die een effect op ons hebben, en toch wordt de
amygdala meetbaar geactiveerd. Deze oeroude kern werkt dus autonoom, los van de circuits die de eigenlijke
zintuiglijke verwerking moeten doen. Dat betekent niet dat de amygdala volledig geïsoleerd is van de hogere
hersenen, ze ontvangt ook complexe informatie vanuit de hogere hersencentra. De informatie die de specifieke
hersenschorsgebieden (voor het zicht, het gehoor…) heeft bereikt kan na herkenning en verwerking naar de amygdala
worden gestuurd om een emotie aan te maken. Dat is een tragere weg dan deze die rechtstreeks van de thalamus naar
de amygdala loopt. De evolutie heeft de werking van deze kern verfijnd door samenwerking met de moderne
hersengebieden te voorzien.
Evolutionair recentere emoties worden gegenereerd in modernere hersengebieden, in de neocortex. Een belangrijke
zone is het ventromediaal deel van de voorhoofdskwab. Dit hersengedeelte kan complexere prikkels voor sociale
emoties verwerken. De rechter kwab van deze cortex staat eerder in verband met negatieve emoties, de linker met
positieve. Richard Davidson en zijn medewerkers stelden vast dat de linker kwab de negatieve gevoelens die
afkomstig zijn van de amygdala de pas kan afsnijden, ze kan zeer snel een negatieve emotie onderdrukken. Misschien
ligt de kracht die de negatieve basisemoties aan de leiband kan houden in het rationeel denken van de linker
hersenhelft.
Emoties en gevoelens
Tot nu spraken we over het mechanisme van de emotie zelf, het automatisme dat door
evolutionaire krachten is ontworpen om een goede oplossing te bieden wanneer we plots geconfronteerd worden met
een probleem. Het gaat hier wel degelijk om een automatisme, men is zich er niet van bewust, men voelt het niet.
De emotie helpt bij het oplossen van een probleem zonder dat we dat weten! En toch zal eenieder zeggen wel
degelijk te weten dat hij bang of verdrietig of blij was. Hier zijn gevoelens aan het werk. Emoties kunnen
inderdaad gepaard gaan met gevoelens, maar dat hoeft niet altijd zo te zijn. Men zal dan ook alleen de emoties
kennen die men ook gevoeld heeft. Essentieel is de gevoelswaarde, die kan positief of negatief zijn. Dat is niet
toevallig, want emotionele gevoelens hebben belangrijke functies. Bijvoorbeeld, gevoelens zorgen voor een
waakzaamheid van het brein met betrekking tot de omstandigheden die de emotie hebben opgeroepen. Met die
omstandigheden moet rekening worden gehouden, anders zou er geen emotie zijn opgewekt. Het brein kan een
verdergaande oplossing zoeken.
Een andere functie is de bijdrage van gevoelens tot leerprocessen die het individu toelaten om
voor de toekomst profijt te halen uit een ervaring. Als er zich een angstwekkende of plezierige situatie heeft
voorgedaan, is het aangewezen dat de informatie daarover wordt gestockeerd om later gebruikt te worden. Zodoende
kan een negatieve situatie worden vermeden, een positieve worden opgezocht. Zulk leerproces steunt op straf of
beloning. Een slecht gevoel bij een negatieve situatie is een straf, het leert de situatie te vermijden. Een
goed gevoel bij een positieve situatie is een beloning en leert de situatie op te zoeken.
We zien hier dus een evolutionaire lijn. Lagere diersoorten kunnen automatisch handelen om aan een negatieve
prikkel te ontsnappen. Bij hogere soorten ontstond een regelend mechanisme dat die handelingen stuurt, de emotie,
wat een aanzienlijke verbetering inhield doordat handelingen efficiënt konden worden gecoördineerd. Nog later, bij
de hoogst ontwikkelde soorten, werden die emoties gekleurd met gevoelens om de complexe werking van de neocortex in
te schakelen en verdergaande oplossingen te zoeken. In grote lijnen zouden we kunnen stellen dat tijdens de
evolutie het zwaartepunt van de oplossingen verschoof van spieren over hersencentra naar de geest.
Tot slot
Concluderend kunnen we emoties begrijpen als biologische, evolutionair gevormde processen. In eerste
instantie zijn het overlevingsmechanismen. Bij de mens – nog meer dan bij andere soorten – zijn het ook
katalysatoren voor socialiteit. Ze vormen een sociale bloedsomloop die mensen aan elkaar bindt en biedt ze de
mogelijkheid om bijzonder complexe samenwerkingsverbanden te smeden. De ontwikkeling en perfectionering van
emoties was een essentiële stuwkracht in de evolutie van de mens om te worden wat hij nu is: een supersociaal
wezen.
Dit artikel van Mark Nelissen is eerder verschenen in Psyche& Brein, nummer 3, 2009
Gegrepen door emoties
Paul Ekman Ekman P. (2003). Gegrepen door emoties.Wat gezichten zeggen. Amsterdam: Uitgeverij
Nieuwezijds.
Handbook of Emotions
Lewis M. & Haviland-Jones J.M. (eds.) (2000). Handbook of emotions (Second edition). New York: The Guilford
Press.
De brein machine
Mark Nelissen
Nelissen M. (2008). De Brein Machine.De biologische wortels van emoties
en gevoelens, een darwinistische kijk.Tielt: Lannoo.
Mark Nelissen is professor in de gedragsbiologie aan de universiteiten van Antwerpen en Hasselt. Hij heeft veel
bijgedragen tot de verspreiding van de evolutiegedachte bij de Nederlandstalige bevolking.
Hij is Doctor in de Wetenschappen en Geaggregeerde voor het Hoger Onderwijs en doceert Celbiologie &
Genetica, Toegepaste Gedragsbiologie, Gedragsbiologie (Antwerpen), Gedragsbiologie (Hasselt), Dierenwelzijn,
Menselijk Gedrag & Evolutiepsychologie, Biologische Antropologie en Ethologie
Naast diverse nevenfuncties, woordvoerder- en lidmaatschappen is hij lid van de Raad voor Advies van EOS en
schrijft hij de blogs "De bril van Darwin" voor EOS. Verder heeft hij diverse boeken gepubliceerd.