20 oktober 2009
Intergemeentelijke arbeidsmobiliteit
Gemeend gemeentelijk
samenwerken!
Intergemeentelijke
arbeidsmobiliteit
Richard Jongsma & Rob
Drost
interim-managers bij Yacht
bv
Het aantrekken en behouden van
goed gekwalificeerd personeel was, is en blijft een belangrijk onderwerp voor iedere werkgever. Zeker voor de
gemeentelijke overheid behoeft dit extra aandacht. Door decentralisering van regelgeving, toezicht en
handhaving van allerlei burgerzaken vanuit ‘Den Haag’ krijgt de lokale overheid meer vrijheid,
uitvoeringstaken en verantwoordelijkheid richting haar burgers. Juist de burger wordt als klant kritischer in
de wijze waarop de gemeente toegankelijk is en haar diensten verleend. Om op de juiste wijze hierop in te
spelen is veel kennis, kunde en menskracht nodig. Door intergemeentelijke arbeidsmobiliteit blijft voor
gemeenten veel kennis en kunde behouden. Bovendien bevordert doorstroming de betrokkenheid en
ontwikkelingsmogelijkheden van de medewerkers.
Ondanks dat er een tijdelijke verhoging is van arbeidspotentieel op de arbeidsmarkt - vanwege
de huidige economische situatie - mogen gemeenten zich niet rijk rekenen. Vooral het vervullen van vacante
specialistische functies (RO, techniek, bouw en milieu e.d.) zorgt voor hoofdbrekens. Met name een aantal kleinere
gemeenten heeft moeite met het vinden van personeel vanwege de afstand woon-werk verkeer, doorgroeimogelijkheden en
de nabijheid van een grotere gemeente. Dit maakt het voor potentiële medewerkers in eerste instantie minder
aantrekkelijk om voor een kleinere gemeente te kiezen.
Daarnaast zit het imago van werken bij een gemeente niet mee en door de vergrijzing van het
personeelsbestand kan dat op den duur problemen gaan vormen. Kortom: een toenemende uitdaging binnen gemeenten om
deze omstandigheden het hoofd te bieden met als doel te beschikken over voldoende gekwalificeerde ambtenaren en een
strategische personeelsplanning mogelijk te maken.
Uit het onderzoek ‘Intergemeentelijke arbeidsmobiliteit’, dat Yacht heeft uitgevoerd binnen 15
samenwerkende gemeenten, komt naar voren dat er van strategische personeelsplanning en intergemeentelijke
samenwerking nog maar weinig sprake is. In het rapport wordt weerlegd dat deze 15 samenwerkende gemeente elkaars
concurrenten zijn als het gaat om de invulling van vacatures. Kansen zijn er volop om meer en anders – en daarmee
doelmatiger - te gaan samenwerken.
Meer mogelijk met samenwerken
Wie beschikt over een positief (gemeente-)imago kan over het algemeen nog steeds over
voldoende potentiële kandidaten beschikken. Dit geldt zowel voor de instroom van nieuwe ambtenaren, als voor het
bewerkstelligen van arbeidsmobiliteit tussen overheden onderling. Als thema is de arbeidsmobiliteit tussen
gemeenten te beschouwen als een waardevolle kans om nu invulling aan te gaan geven; een thema waar de gemeentelijke
HRM-afdeling voor op de barricaden zou moeten gaan staan! Uit het onderzoek komt naar voren dat gemeenten denken
elkaars concurrenten te zijn doordat ambtenaren met aantrekkelijkere arbeidsvoorwaarden bij elkaar “weggekocht”
worden; de cijfers geven echter een tegenovergesteld beeld aan. Van het samenwerkingsverband blijkt slechts 8% in
te stromen vanuit een andere gemeenten waarmee wordt samengewerkt. Dit tegenover 14% dat instroomt vanuit een
gemeente waarmee niet wordt samengewerkt.
Afkomst instroom (totaal)

Het blijkt dat het probleem van
voldoende beschikbaar gekwalificeerd personeel voor de komende jaren bij gemeenten niet alleen veroorzaakt
wordt aan de instroomkant. Vergrijzing is voor een aantal gemeenten een bijkomend probleem. De mate waarin
verschilt echter sterk per gemeente. Een aantal gemeenten heeft al afscheid genomen van de golf
‘babyboomers’, andere gemeenten verwachten deze uitstroom nog. Bij een aantal gemeenten gaat niet zozeer om
het aantal medewerkers die vanwege deze redenen vertrekt, maar om de sleutelposities die deze mensen binnen
de organisatie bekleden.
Uit het onderzoek komt verder naar voren dat ambtenaren gerichter dan voorheen aan hun carrière werken. 49% van de
ambtenaren wil in 2009 een andere baan, maar dan wel binnen de overheid. 1 op de 3 is zelfs nu al actief op zoek
naar nieuw werk. De reden van vertrek is met name persoonlijke ontwikkeling en groei. Een verbetering in de
arbeidsvoorwaarden is minder van belang.

Door de regulering van
overheidsbeleid zal de vraag naar hoger opgeleiden sterker worden dan gemiddeld. Cruciaal zijn de vragen hoe
gemeenten enerzijds hun huidige werknemers kunnen behouden - waardoor de uitstroom beperkt wordt - en
anderzijds kennis, kunde en capaciteit vanuit de markt aan kunnen trekken en benutten. Om in dit krachtenveld
een vuist te kunnen maken, zullen gemeenten slim, creatief en krachtig moeten gaan optreden. Daarbij kan de
kracht van het collectief een uitstekend, zo niet een noodzakelijk, middel zijn.
Intergemeentelijke
arbeidsmobiliteit
Veel gemeenten werken momenteel
al samen in onderling verband, zowel met andere gemeenten als met andere partijen. Geconstateerd is dat de
samenwerking vaak nog kleinschalig gebeurt, bijv. gezamenlijke IT beheer om kosten te reduceren en de
kwetsbaarheid te verminderen. Uit interviews met HRM-verantwoordelijken binnen de 15 gemeenten komt naar
voren dat er veel HRM beleid wordt ontwikkeld en instrumenten worden geïmplementeerd die gericht zijn op
talentontwikkeling (MD programma's, talentontwikkeling, competentiemanagement). De mogelijkheid die
intergemeentelijke arbeidsmobiliteit biedt voor het onderling uitwisselen van personeel sluit hier naadloos
op aan.
Door het vergroten van interne
mobiliteit krijgt het eigen personeel meer kansen en doorgroeimogelijkheden. Zo zou bijvoorbeeld in een
POP-gesprek individuele afspraken kunnen worden gemaakt met een medewerker die niet te realiseren zijn binnen
de eigen gemeente, maar mogelijk wel bij een andere gemeente. Als concreet voorbeeld om hier invulling aan te
geven is genoemd het vaststellen van loopbaanpaden tussen de gemeenten, waarbij een aantal gemeenten zich wil
positioneren als groeigemeente. Voor dat laatste geldt dat een aantal gemeenten zich wil richten op
schoolverlaters om hen in te laten stromen in een MD programma.
Voordelen van intergemeentelijke
arbeidsmobiliteit
1. Verhogen van de kwaliteit
Gebleken is dat veel gemeenten met dezelfde thema’s bezig zijn, maar daarvan niet op de hoogte zijn. Opgedane
kennis wordt derhalve niet overal met elkaar gedeeld. Tijdens de gesprekken die gevoerd zijn tijdens het onderzoek
kwam naar voren dat de HRM verantwoordelijken behoefte hebben aan een netwerk, waarbij men elkaar regelmatig ziet
en kennis en ervaring deelt. Een andere vorm van kennis delen is het inzetten van één of meerdere
beleidsmedewerkers voor meerdere gemeenten. Op deze manier hoeft kaderstellend beleid maar op een beperkt aantal
plekken uitgedacht te worden en is men niet overal met hetzelfde thema bezig (leren van elkaars best
practices).
2. Reduceren van kosten
Door het bevorderen van arbeidsmobiliteit kunnen gemeenten de onderlinge capaciteitsbehoefte op elkaar afstemmen en
in situaties van tijdelijke personeelstekorten of projecten medewerkers van elkaar inlenen. Ook als het gaat om
permanente invulling van vacatures kan samenwerken een aanzienlijke besparing opleveren in de werving en
selectiekosten. Deze vorm van samenwerking sluit goed aan bij de cultuur binnen gemeenten; de HRM
verantwoordelijken schatten in dat veel ambtenaren bereid zijn om zich bij een andere gemeente verder te
ontwikkelen, maar dan wel met behoud – en zekerheid – van de eigen arbeidsovereenkomst en met
terugkeergarantie.
3. Verminderen van de kwetsbaarheid
Samenwerking kan tot slot zorgen voor een vangnet voor sleutelposities binnen de organisatie. Hierbij valt te
denken aan een salarisadministrateur of systeembeheerder die ingezet wordt voor meer dan één gemeente. Samenwerking
vanuit dit vertrekpunt kan dan leiden tot het inrichten van een shared service center.
Inspelen op pullfactoren
Kern van de intergemeentelijke samenwerking is de
schaalgrootte die ontstaat door het samenwerkingsverband. Te denken hierbij valt bijvoorbeeld aan het gezamenlijk
werven voor moeilijk in te vullen vacatures en het opzetten van een medewerkers pool. Het uitzetten van vacatures
kan zelfs worden voorkomen indien er bij projecten medewerkers van een andere gemeente in worden gezet die de
opdracht afronden en vervolgens weer terug gaan naar de eigen gemeente. Dit zorgt enerzijds voor het stroomlijnen
van de bezetting tussen de gemeenten, anderzijds voorkomt dit hoge kosten die het inlenen van extern personeel met
zich meebrengt. Daarnaast biedt dit voordeel voor de individuele medewerker. Een generalist kan bijvoorbeeld de
mogelijkheid worden geboden om zich bij een kleinere gemeente te specialiseren. Het bieden van dit perspectief zal
ongetwijfeld leiden tot een hogere motivatie bij de medewerker. Maar niet alleen dient de samenwerking gericht te
zijn op de huidige medewerker. Juist het inspelen op pullfactoren bij werknemers uit de markt is belangrijk om de
instroom te bevorderen. Uit ons onderzoek kwam naar voren dat 44% van de uitstroom gerelateerd is aan persoonlijke
ontwikkeling en positieverbetering. Dit komt overeen met wat de HRM verantwoordelijken tijdens het gesprek aan
hebben gegeven. Namelijk dat zij als individuele gemeente in veel gevallen de medewerkers onvoldoende doorgroei en
ontwikkelmogelijkheden kunnen bieden.
Aanbevelingen
Ondanks dat er veel samenwerkingsverbanden bestaan, voldoen ze
vaak niet aan de hooggespannen verwachtingen. Enerzijds doordat successen uitblijven, dan wel dat successen elkaar
niet snel genoeg opvolgen. Gevolg is dat de samenwerking uiteindelijk niet meer is dan een vrijblijvende groep
gemeenten met als uitgangspunt mooie intenties. Wil intergemeentelijke samenwerking een wezenlijke kans van slagen
hebben, dan dient aan een aantal randvoorwaarden te worden voldaan:
1) Geef persoonlijke ontwikkeling hoge
prioriteit
Het verloop wordt met name veroorzaakt door redenen die liggen in de ontwikkelingssfeer van de individuele
medewerker. Gegeven de schaarste aan beschikbare HBO-ers en WO-ers en de te verwachten vergrijzingproblematiek, is
het noodzakelijk dat de intergemeentelijke samenwerking zich richt op verdere invulling van de persoonlijke
ontwikkeling en positieverbetering. Dit om ook de komende jaren verzekerd te zijn van voldoende en gemotiveerd
personeel.
2) Realiseer instrumentele borging
Ter facilitering van de onderlinge samenwerking is het noodzakelijk dat de aangesloten gemeenten de relevante
gegevens eenduidig en centraal vastleggen. Alleen zo is de personele capaciteitsbehoefte voor een ieder transparant
en ondubbelzinnig. Ook dient gedefinieerd te worden welke kennis binnen de gemeenten al aanwezig is c.q. welke
gemeente al beschikt over een best practise.
3) Creëer draagvlak bij het
management
Het management dient positief te staan tegenover het (tijdelijk) uitwisselen van personeel. Gebleken is dat het
management vaak een andere lijn kiest dan HRM en veelal behoudend is ten aanzien van onderlinge mobiliteit, als dit
betekent dat medewerkers (tijdelijk) ten behoeve van hun eigen talentontwikkeling de gemeente verlaten. Een groot
aantal medewerkers zal gestimuleerd moeten worden om daadwerkelijk bij een andere gemeente aan het werk te gaan.
Het management en HRM dienen hierbij nadrukkelijk op één lijn te zitten.
4) Draag zorg voor voldoende
mandaat De vertegenwoordigers die het samenwerkingsverband vormen dienen te beschikken over mandaat
vanuit hun eigen gemeente, zowel bestuurlijk als politiek. Dit is noodzakelijk om concrete resultaten te kunnen
boeken en voorkomt stagnatie vanwege overleg met de achterban.
Samenvatting
De noodzaak voor gemeenten om intergemeentelijk met elkaar
samen te werken op het gebied van arbeidsmobiliteit, is niet alleen van belang om ambtenaren in beweging
krijgen en daarmee een optimale personeelsbezetting en personeelskwaliteit bij gemeenten te kunnen realiseren. Het
zal ook leiden tot actieve ontwikkelpaden binnen de gemeenten. Dit biedt ambtenaren kansen voor persoonlijke groei.
Daarentegen hoort het stimuleren van ambtenaren door hen mogelijkheden aan te bieden om ‘vanuit een beschermde
omgeving’ te gaan werken bij een buurtgemeente bij een modern HRM beleid. Voor de gemeente levert deze kleine
investering in beleid en medewerkers een ambtenaar op die door regelmatige functiewisseling en verandering van
werkomgeving kan blijven voldoen aan de veranderende eisen die aan hem worden gesteld en wiens inzetbaarheid is
vergroot.
vergelijkbare onderwerpen: Een nieuwe visie op competentieontwikkeling
Nieuwe Professional werkt voor zichzelf
van tevreden naar betrokken medewerkers
van personeelsbeleid naar personeelsmarketing
nieuwe trends voor boeien en binden personeel
Even voorstellen: Richard Jongsma

Richard Jongsma
(1974) is sinds 2007 als interim-manager HR verbonden aan Yacht bv. Daarvoor werkte hij ruim 10 jaar als HR Manager
bij zowel profit- als not-for-profit-organisaties. Zijn interesses liggen met name op het gebied van strategisch
personeelsmanagement, verandermanagement, leiderschap en organisatie-ontwikkeling. Richard was als projectleider
verantwoordelijk voor het arbeidsmarktonderzoek 'intergemeentelijke arbeidsmobiliteit'.
E: Richard
Jongsma
S: www.yacht.nl
Even voorstellen: Rob Drost
Rob Drost werkt als interimmanager voor diverse organisaties in de
profit- en non-profitsector. Hij heeft als specialismen hr-procesoptimalisatie, werving en selectie, en
organisatieverandering. Als projectleider droeg hij, in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam, zorg
voor het wetenschappelijk onderzoek ‘Personeelsselectie in Nederland’ (mei 2008).
Hij was mede verantwoordelijk voor het arbeidsmarktonderzoek 'intergemeentelijke arbeidsmobiliteit' bij 15
gemeenten (2009). Over het onderwerp werving en selectie is hij co-auteur van de Kluwer uitgave ‘werving en selectie in 100 vragen’.
E: Rob.drost@yacht.nl S: www.yacht.nl
The best and
most beautiful things
in the world cannot be seen or even touched.
They must be felt with the heart.
Helen
Keller
|
bron: www.menscentraal.nl
|