|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Dit artikel is
gebaseerd op de ideeën en teksten uit Het sjoelbaksyndroom. Het sjoelbaksyndroom bepleit een aanpak van werkdruk
op organisatieniveau waarmee werkdruk wordt voorkomen én samenwerking, flexibiliteit, cultuur en productiviteit
verbeteren. Juist in de geschetste context laat werkdruk zich verklaren en kan het, met een bijdrage aan de
geschetste uitdagingen, worden opgelost. Dat is ook de boodschap van dit artikel. Het is nogal frustrerend wanneer
ambities vastlopen in de weerbarstige praktijk. Dan bekruipt je een gevoel, zoals bij sjoelen in een overvolle
sjoelbak. Niet de verlangde verantwoordelijkheid, flexibiliteit en reactief vermogen, maar vrijblijvendheid,
frustratie en werkdruk kenmerken veel organisaties ook tot hun eigen teleurstelling. Ambities en projecten smoren
in onveranderbaarheid. Vrijblijvendheid over te nemen verantwoordelijkheden en oeverloze discussies over te nemen
verantwoordelijkheid completeert de symptomen: echt alles loopt vast. Dat is het sjoelbaksyndroom. Dit is een
samenhangend fenomeen, dat alleen in samenhang kan worden veranderd. Onder invloed van individualisering wensen veel medewerkers meer vrijheid en een grotere eigen verantwoordelijkheid te dragen. Nieuwe technologie en sociale media en ontwikkeling van Het Nieuwe Werken reiken soms reële en soms utopische perspectieven aan om dit verder te ontwikkelen. Medewerkers willen het; het management hoopt dat dit zal helpen de organisatie bestuurbaar te houden: vrijwel iedereen meent tegenwoordig dat het antwoord op de besturingsvraag is om meer verantwoordelijkheid op de werkvloer te leggen. Dit blijkt echter niet alleen een moeizaam streven, de belofte dat alles dan beter zal gaan wordt vaak ook niet waargemaakt. In plaats van de beloofde flexibiliteit en reactief vermogen gaan ook dan ambities en projecten ten onder aan frustratie en werkdruk. De mens heeft een hardnekkige blinde vlek om meer te willen dan mogelijk is, mee te gaan in groepsprocessen en grenzen te veronachtzamen. Niet iedereen is onbekwaam, maar iedereen heeft er last van wanneer dit niet wordt voorkomen. De manager kan er onder deze omstandigheden niet op vertrouwen dat decentralisatie werkt, maar kan ook niet terug naar centralisatie: de opgaven waar onze organisaties aan werken zijn te complex. We moeten vooruit, maar hoe?
Organisaties moeten meer met minder realiseren en zitten met hun
handen in het haar hoe zij dit kunnen doen; scepsis staat tegenover noodzaak. Medewerkers en leidinggevenden
hebben het al druk en hebben geen tijd om ook nog te investeren in verbeteringen: ‘Wij hebben geen tijd om de
bijl te scherpen, want we moeten nog zoveel bomen kappen.’ De kwaliteit van de dialoog en afstemming lijken niet
meer toereikend voor de te hanteren omgevingsdynamiek. De organisatie voelt dit intuïtief aan, maar krijgt hier
geen grip op. De manager raakt gevangen in zijn rol en ziet de output gerichte prestatie-indicatoren teruglopen.
Waarom zoeken we de oplossing niet in de beste interactievorm die ons ter beschikking staat: de
dialoog? Dan zullen we moeten beginnen de feiten vanuit een individueel perspectief op een rij te zetten. Dat is zeker voor werkdruk geen overbodige luxe. Dit begrip is in de organisatiekunde als een balansbegrip en een belevingsbegrip gedefinieerd en is zo ondoorzichtig dat leidinggevenden er vrijwel niets mee kunnen. Je kunt veel werk hebben, maar geen druk ervaren en andersom. Sommige medewerkers zijn ambitieus en wil iets presteren. Het is verleidelijk ‘ja’ te zeggen, ook als dat niet kan. Als het toch niet is gelukt, is er vaak toch de waardering dat de medewerker er voor is gegaan. Er zijn ook medewerkers die de kantjes ervan af lopen. Het is sociaal wenselijk om te zeggen dat je het druk hebt. Door die ongrijpbaarheid is het onderwerp werkdruk taboe geworden. Het wordt tijd voor een pragmatischer benadering van dit onderwerp. Daarvoor ontwikkelde ik een nieuw begrip: taakdruk.
Werkdruk en inzicht in takenpakketten Een procesgerichte benadering is altijd in meer of
mindere mate op het maakbaarheidsdenken gestoeld: een voorspelbaar verloop van voortgang wordt tot stand gebracht
door de gezamenlijke inzet van kennis en hulpmiddelen. Zonder dat een radicale breuk hiermee noodzakelijk is, kan
ook worden uitgegaan van een individueel perspectief op te verrichten werkzaamheden. Of werkzaamheden nu
voortvloeien uit welomschreven opdrachten of uit een weldoordachte en verantwoordelijke reactie op onvoorspelbare
gebeurtenissen: in alle gevallen kunnen de consequenties voor de individuele medewerker en de organisatie
inzichtelijk worden gemaakt en kan de dialoog hierover worden aangegaan. In een dergelijke dialoog kunnen vele
aspecten van de taakuitoefening besproken worden. Specifiek voor dialoog over werkdruk reikt het boek een structuur
aan, waarbinnen taakdruk meetbaar wordt. Aandacht voor taakdruk is van belang omdat de neiging bestaat een
onvoorspelbare gebeurtenis snel op te pakken en een project er even bij te doen. Maar er zijn natuurlijk wel
grenzen. Sommige medewerkers en managers laveren daar liever omheen, maar dan loopt alles vast, zoals we in de
inleiding al zagen. Het punt is echter, dat zelfs wanneer de organisatie daarvoor wel oog heeft, het bestaande
instrumentarium de feiten niet goed op tafel krijgt. Daar zijn twee redenen voor. Prestatiedruk van bestuurders en managers en een ontoereikend model staan aan de ene kant; schijnbaar inzicht, een schuldcultuur, onvoorspelbaarheid en toegenomen afhankelijkheid aan de andere: dit moet wel op ruzie uitlopen. De aangereikte structuur maakt een productief gesprek wel mogelijk. Medewerkers worden bewust gemaakt van de samenhang in hun takenpakket en hun persoonlijke invloed op realisatiekracht, beloofbaarheid, efficiency en flexibiliteit. Medewerkers en managers worden gestimuleerd afstemming te verbeteren, door een open dialoog op basis van feiten aan te gaan. Dit versterkt vertrouwen.
Ontwikkelen van vertrouwen waar dit onvoldoende bestaat is lastig. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard, zegt men. Het ontwikkelen van vertrouwen is in de meeste gevallen echter goed mogelijk, wanneer twijfel er mag zijn en bij het niet voldoen aan verwachtingen niet direct van opportunisme wordt uitgegaan. Uitgaan van goede intenties is in verreweg de meeste gevallen een adequate grondhouding. Dan kun je in gesprek gaan over de feiten, met respect voor gevoelens en percepties. Niet over, maar met elkaar spreken. Essentieel blijkt dat de medewerker weet, dat de leidinggevende weet wat er op de werkvloer speelt. Dit is zonder monitoring onmogelijk.
Tot slot Harder sturen op afspraken helpt niet wanneer iedereen met de beste bedoelingen afspraken maakt die niet worden nagekomen en waarop niemand kan worden aangesproken. Wie heeft autoriteit en recht van spreken, wanneer niemand kan claimen dat processen lopen zoals gepland? Het nastreven van een cultuur van ‘afspraak is afspraak’ is dan niet alleen een illusie, het is in feite ook een tragedie. Resultaten, structuur en cultuur zijn sterk met elkaar vervlochten. De opgave is recht te doen aan deze verwevenheid. De uitdaging is de beloofbaarheid te vergroten en zowel de prestaties te verbeteren als de werkdruk te verminderen. De vraag die ik mezelf in dit boek stel is: ‘Hoe kan de werkdruk in organisaties zo worden gehanteerd, dat mensen en organisaties duurzaam goed functioneren en beter presteren?’ Daarop formuleer ik een mogelijk antwoord. Ook wanneer jouw situatie zich bij een open beschouwing niet leent voor toepassing – wat door de aard van je organisatie heel goed mogelijk is – zul je met de kennis in dit boek een blijvend beter gesprek over je problemen en de oplossingsrichtingen kunnen voeren. Uiteenlopende casuistiek laat praktische toepasbaarheid op de werkvloer zien. Medewerkers worden bewust gemaakt van de samenhang in hun takenpakket en hun persoonlijke en gezamenlijke invloed daarop. Managers worden gestimuleerd afstemming met medewerkers te verbeteren, door een open dialoog op basis van feiten aan te gaan. Dit versterkt vertrouwen en maakt het mogelijk om de verantwoordelijkheid te verhelderen voor preventie van werkdruk, vergroten van slagvaardigheid, flexibiliteit en efficiency. Innovaties op het gebied van bedrijfsvoering zijn essentiëler dan ooit tevoren. De verwoorde ideeën sluiten aan op die verandering en maken werken voor en in organisaties effectiever, leuk, leerzaam en bevredigend. Nu is het moment om deze innovaties in praktijk te brengen en daarmee vorm te geven aan de toekomst van de organisatie. gerelateerde onderwerpen:
Even voorstellen: Maarten de Winter
Maarten (1962) is econoom. Hij droeg eindverantwoordelijkheid in het bedrijfsleven en leidde projecten bij de overheid. Sinds 2000 werkt hij als organisatieadviseur. Met scherpe waarnemingen, passie, betrokkenheid en ordening doet hij een beroep op de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Nu is hij verbonden aan p2.
Het sjoelbaksyndroom. De aanpak van werkdruk voor een betere organisatie. (Pearson Education Benelux, 2011)
E: Maarten de
Winter
artikel van auteur:
bron: www.menscentraal.nl artikelen>titels artikelen>2011>Het Sjoelbaksyndroom - voorkomen van werkdruk op organisatieniveau: dynamisch capaciteitsmanagement
|
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||