16 augustus 2011
vrouwelijk leiderschap
& genderdiversiteit
Hoezo vrouwelijk leiderschap?
De essentie van genderdiversiteit
Govert
Derix
Filosoof, schrijver, adviseur
Een
van de heftigste voordrachten over genderdiversiteit die ik ooit bijwoonde kwam uit de mond van Germaine Greer,
een naam die, naar ik mag verwachten, in dit gezelschap boekdelen – of in elk geval vrouwelijke boekdelen –
spreekt. In een afgeladen collegezaal van de Universiteit Maastricht sprak zij in 2004 de prestigieuze Dr. J.
Tans-lezing uit. Toen ik voor mijn eigen voordracht van vanmiddag haar tekst van toen er nog eens bij pakte,
bleek dat ik mij een uitermate extreme stellingname kon herinneren die ik echter in haar gedrukte tekst niet
letterlijk kon terugvinden. Was hier sprake van censuur? Was Greer van haar eigen tekst afgeweken? Of zit er in
mijn mannelijke hoofd een manipulator die haar woorden een draai gaf waardoor ik haar voor het karretje van mijn
eigen mannelijke denkwereld kon spannen?
Feminisme en
vrouwenstudies Eerst iets over die denkwereld. Mijn kennismaking met het feminisme en vrouwenstudies
(tegenwoordig betrekkelijk veilig ‘genderstudies’ genoemd: alsof de tweeslachtigheid hiervan moet suggereren dat
de hardcore feministische strijd voor eens en altijd gestreden is) was als zodanig een schok. Het was aan het
einde van mijn studie filosofie. De complete geschiedenis van de westerse wijsbegeerte – van Plato tot
Augustinus tot Kant tot Marx tot misschien net niet tot Foucault en Derrida (allemaal mannen) – kwam uit de bus
als één grote fallocentrische samenzwering. De penis als verlengstuk van de mannelijke hersenen of de mannelijke
cerebraliteit als instrument van de fallus: het was alsof er een sluier werd opgelicht en ik in een geheim keek
waarvan ik het bestaan niet voor mogelijk hield, maar dat zich meteen vanaf dat moment een niet meer weg te
denken plek in mijn denken had verworven. Ik kon er niet meer omheen. Simone de Beauvoir beweerde dat mannen
altijd slechts één ding achterna lopen. En jawel: de westerse filosofie was in een handomdraai te ontmaskeren
als een bizar project ter onderdrukking van de vrouw. De bekende uitspraak van Thomas van Aquino dat de
filosofie de dienstmaagd van de theologie moet zijn, kreeg ineens een dubieuze betekenis. Wat opdoemde was een
monsterverbond tussen filosofie en een mannenheerschappij die in onze tijd nog eens extra vleugels kreeg door de
consumentistische reductie van vrouwen tot baarmoeders en lustobjecten.
Vrouwelijke
filosofie De kennismaking met de vrouwelijke filosofie had iets van een ontmaagding. De blik in dat
andere universum bleef voor altijd op mijn netvlies gegrift. En toen, terwijl ik samen met een groot deel van de
wereld dacht dat de emancipatie van vrouwen eindelijk vrúcht had afgeworpen, stond daar Germaine Greer. In mijn
herinnering stelde ze dat de opmars van vrouwen in directiekamers, raden van bestuur, bij de stembus, de
overheid en op het slagveld níets voorstelde. Het waren vooral tekenen van een mislukking van het feminisme. Het
deed me denken aan het project van de Europese Verlichting, dat vanaf de Franse Revolutie had moeten leiden tot
een wereldwijde vrijheid en afschaffing van oorlog en armoede, maar dat in onze tijd leek te ontaarden in
vrijblijvendheid. Greer ging zo ver te stellen dat het feminisme zich zelf de das had omgedaan door zich te
confirmeren aan de mannenwereld. Iedereen ziet de vrouwelijke hardliners in boardrooms, de vrouwelijke soldaat
in Abu Grhaib en superwoman Condoleeza Rice zó voor zich. Was dít waar de Mary Wollstonecrafts en Virginia
Woolfs van deze wereld van gedroomd hadden? Nee dus.
Authentieke
vrouwelijkheid Toen kwam het extreemste. In mijn herinnering beweerde Greer dat authentieke
vrouwelijkheid in de geschiedenis van de mensheid eigenlijk nog nooit een kans heeft gehad en wellicht zelfs
nooit heeft bestaan. Vrouwelijkheid werd altijd vanuit het fallocentrisme benaderd, toegestaan, gevormd.
Intussen leven we in een wereld waarin de gemiddelde vrouw amper overeenkomt met het ideaalbeeld van de vrouw
waarmee massamedia en marketing tot in de verste uithoeken van de wereld de gaten in de markt penetreren.
Bovendien maakt de gynaecologische technologie binnenkort een einde aan de noodzaak van vrouwen voor de
reproductie van de soort. De ironie is kortom dat het zogenaamde succes van de emancipatie lijkt samen te vallen
met het virtuele einde van het alleenrecht van vrouwen op traditioneel typisch vrouwelijke onderwerpen. Of zelfs
het einde van een vrouwelijkheid die nooit kans heeft gehad te ontstaan, zich te ontvouwen, te bloeien. Of haar
vleugels uit te slaan op een manier die recht doet aan een diepe intuïtie die iedereen – man en vrouw – kan
herkennen die aandachtig in de spiegel kijkt van wat het betekent of zou kunnen betekenen om mens te
zijn.
Greer
is snoeihard – zo hard als alleen eerlijke vrouwen kunnen zijn (niets spannender en gevaarlijker dan vrouwen die
de waarheid spreken: de drive achter menige heksenjacht, zie bijvoorbeeld de recente film Season of the Witch).
In haar lezing The future of feminism schrijft ze: ‘Vrouwen die hun entree maakten in mannelijke instituties
veranderden deze instituties niet, omdat de voorwaarde van hun succes was dat zijzelf veranderden’. Zeg maar:
een voortzetting van de mannelijke macht met vrouwelijke middelen. Wat kortom op de loer ligt is een patstelling
van de gemeenste soort, namelijk eentje waarvan het lijdend voorwerp (de vrouw in het bijzonder, de mens in het
algemeen) het bestaan niet eens merkt.
Punt
is namelijk dat wij ons amper een voorstelling kunnen maken van wat vrouwelijkheid zou kunnen inhouden. Want
nogmaals: de vrouwelijkheid die op het spel staat, moet nog geboren worden. Net zoals de van oorsprong Europese
Verlichting die in onze tijd op het spel staat, nog het licht moet zien. Het slot van Greers betoog getuigt dan
ook van een bijna huiveringwekkende visionaire geest, vooral ook in het licht van de huidige revoluties in de
Arabische wereld: ‘De volgende grote stap van de bevrijding van vrouwen zal niet van het door fantasie gedreven
Westen komen, maar van die sterke en stille vrouwen die achter sluiers wachten op hun tijd.’ (In het kader van
vanmiddag zou je hier een pleidooi voor hoofddoekjes in Limburgse boardrooms in mogen lezen. Werktitel: van
aanrecht tot boardroom: het hoofddoekje als wenselijke constante.)
Nieuwe
vrouwelijkheid Nieuwe vrouwelijkheid... na dit alles lijk ik een beetje verplicht een tipje van die
sluier op te lichten. Bestaat ze al? Wat is haar gezicht? Heeft vrouwelijk leiderschap een eigen
gezicht?
Ik aarzel. De aanvliegroutes om hier iets over te zeggen, zijn legio. Lange tijd was het onder feministische
filosofen bon ton om de vrouw te vereenzelvigen met het Andere. Waar het verklarende en instrumentele denken
typisch mannelijk zou zijn, stond het vrouwelijk als een anonieme muze voor het niet-identieke en onverwoordbare.
Tegelijk lijkt dit dualistische schema weer uit de koker van fallocentrisch denken te komen. Maar stel dat mannen
inderdaad van Mars komen en vrouwen van Venus, is er dan niet iets zinvols te zeggen over de zon waar ze samen
omheen draaien?
Het
pad van de authenticiteit is vol voetangels en klemmen. Toch lijkt juist een beroep op authenticiteit de enige
manier om over de schaduw van het man-vrouwdualisme en een eventuele dood van het feminisme heen te springen.
Vrouwen én mannen moeten het aandurven zich te verhouden tot waar het bij mens-zijn in de kern om gaat. Die kern
heeft alles te maken met zelfuitvinding en zelftechniek. De mens is het dier dat zichzelf met het schrift, met
spiegels, met andere media én in verbinding met de ander steeds opnieuw uitvindt. Waar dit proces van
zelfuitvinding stopt, stagneert de cultuur. Het Westen loopt op dit punt groot gevaar. Individualisering, de
uitholling van het onderwijs en de bedreiging van het vermogen tot zelfstandig denken leiden er toe dat het
engagement tussen mensen afneemt. Het lijkt makkelijker je via facebook tot elkaar te verhouden, dan via het
levende interface tussen twee of meerdere gezichten.
….en nieuwe
mannelijkheid Ook de kansen voor een eventuele nieuwe vrouwelijkheid en – daarmee samenhangend – een
nieuwe mannelijkheid worden daardoor bedreigd. De enige uitweg die ik zie, is door rituelen, ruimtes en relaties
te scheppen waarin het spel van menselijke zelfuitvinding nieuwe kansen krijgt. Van wal steken over het
‘innerlijke kind’ klinkt al gauw prinses-Irene-achtig. Maar als mannen en vrouwen iets met elkaar delen, dan is
het die innerlijke stem die in sommige culturen ook wel is aangeduid als de innerlijke meester of meesteres.
(Dat de eerste associatie hierbij een sadomasochistische kan zijn, geeft aan hoe ver we zijn afgedreven van onze
essentie). Die innerlijke stem heeft mannelijke en vrouwelijke kanten die zijn te ontdekken door ernaar te
luisteren, en waar je naar kunt luisteren door er ruimte aan te geven.
Er is
wel gezegd dat vrouwen de oplossing kunnen zijn voor de grote problemen van deze wereld. Maar die wens van een
stevige injectie vrouwelijkheid lijkt al verdacht snel ingegeven door de mannelijke wensdroom van de penetratie
als zaligmakende oplossing.
Veld van ongekende
diversiteit Het punt is dat de toekomst van beide geslachten (en alles wat daar tussenin kan liggen)
in het geding is. Van een spaakgelopen vrouwenemancipatie zijn ook mannen de grote verliezer. De enige manier om
de existentiële leegte te overwinnen, is door elkaar in de ogen te kijken. Menselijk leven begint waar mensen
elkaar aankijken: mannen en vrouwen, vrouwen en mannen, mensen en mensen. De manier waarop dat gebeurt is
essentieel. Mensen die elkaar zonder angst en zonder beperking aankijken en daartoe worden aangemoedigd,
ontdekken een veld van ongekende diversiteit. Het geheim van het leven zit ‘m in niet onbelangrijke mate in het
menselijk gelaat. Is het toeval dat zoveel wereldleiders en andere mensen op cruciale posities slechts met de
grootst mogelijke moeite over een waarachtige gezichtsuitdrukking beschikken? Maakt dat niet zichtbaar hoe
moeilijk het is om integer te blijven in een wereld die ons van alle kanten verleid om onszelf te
verraden?
De
essentie van de discussie over diversiteit van mannen en vrouwen in alle mogelijke omgevingen (leger, boardroom,
kerk, overheid) is dan ook dat wezenlijke verandering pas tot stand komt door je te verhouden tot de essentie
van het bestaan. Juist in een tijd waarin technisch alles mogelijk is en vrouwen en mannen voor hun reproductie
en genot steeds minder op elkaar lijken aangewezen, zou je tot het inzicht kunnen komen dat mensen meer dan ooit
niet zonder elkaar kunnen.
Waarom hebben wij elkaar
nodig? Waarom hebben wij elkaar nodig? Die vraag is net zo essentieel als de vraag naar onze
aanwezigheid op aarde. Het zou daarbij niet verbazen als de antwoorden van beide vragen in elkaars verlengde
liggen. Wij zijn op aarde om te vieren dat we elkaar nodig hebben. Diversiteit is daarbij een sleutelwoord.
Zoals biodiversiteit van levensbelang is voor de natuur, zo zijn culturele diversiteit én genderdiversiteit van
kardinaal belang voor de toekomst van onze menselijkheid. Met als meest wezenlijke schakel de manieren waarop
wij onze vrouwelijkheid en mannelijkheid steeds opnieuw en steeds zelfbewuster eigenhandig scheppen naar het
evenbeeld van wat wij in het diepst van onze dromen willen zijn.
Rest
de onvermijdelijke vraag of mijn verhaal typisch mannelijk was. Ik hoop het niet.
Domein van verkenning en
ontdekking De filosofie in het bijzonder en de wereld in het algemeen staat wat mij betreft voor de
uitdaging het vrouwelijke sterker te laten gelden. Wát dat vrouwelijke echter is: daarop bestaan geen pasklare
antwoorden. Enerzijds zijn misschien enkele essenties te omcirkelen, zoals een neiging tot samenwerking,
harmonie en zorg voor elkaar. Anderzijds verwacht ik het meeste van die vrouwelijkheid die we nog moeten
uitvinden en ontdekken. Zoals Moeder Aarde nog voor een groot deel een onbekende is, zo is ook het vrouwelijke
in belangrijke mate een domein van verkenning en ontdekking, zonder de pretentie dat we ooit alles zullen
begrijpen. Zolang dat zo blijft, is er hoop.
Nadenken over manieren waarop we
dat onbekende kunnen cultiveren en inzetten voor het soort veranderingen waaraan onze wereld meer dan ooit
behoefte heeft: graag roep ik u op om daar bij stil te staan en er werk van te maken.
gerelateerde onderwerpen: Omdat de wereld wacht op jou: vrouwenpower
vrouwen en mannen verschillen - goozze
model
Man Vrouw waarden en
eigenschappen in mens en organisatie
Slow Motherhood
Even voorstellen: Govert Derix

Govert Derix (1962) is zelfstandig filosoof,
schrijver en adviseur. Hij werd bekend met het managementboek The Vision Web (2000). Hierin beschrijft hij de oprichting en ontwikkeling van het bedrijf The Vision
Web, waarin klassieke machtsstructuren zijn losgelaten, zodat de ontplooiing van de individuele werknemer voorop
komt te staan.
In 2004 publiceerde hij Ayahuasca, een kritiek van de psychedelische
rede (nominatie Socrates Wisselbeker). Het is een semi-persoonlijk
boek dat verhaalt over de wonderlijke werking van het psychedelische middel ayahuasca. Zelf zegt hij hierover:
"Er opent zich een perspectief op een completer begrip van de menselijke situatie. Je beleeft verbinding met
belangrijke zaken die in ieder geval op dat moment uiterst reëel voor je zijn, zoals 'het goede,
'authenticiteit' van het zelf, en de zijnsgrond van alles." (Trouw, 2004)
Eind 2010 verscheen De wereldomwandelaar: “Terwijl de menselijke omgang met de planeet definitief in het honderd loopt, wandelt één
man om de wereld en ontdekt de Theorie van Alles en daarmee de sleutel tot de versmelting van wetenschap,
spiritualiteit en politiek” (flaptekst). Het boek is inmiddels een nieuwe Jules Verne, een nieuwe Bergrede
(VPRO) en ‘de meest paradoxale constructie uit de Nederlandse literatuur’ genoemd.
Andere titels zijn Holofaust (Luisteren
naar de stilte onder de crisis) en Eurosofie (samen met Léon Frissen, gouverneur van Limburg). In opdracht schreef hij circa twintig
boeken over nieuwe manieren van werken, architectuur, zorg en gebiedsontwikkeling. Govert Derix woont en werkt
in Maastricht, Brussel en Brazilië.
|
"Door een perfide speling van de natuur zorgen dezelfde
hormonen die een jongen naar een meisje doen verlangen voor de puisten die haar afstoten." ~
Midas Dekkers
|
bron: www.menscentraal.nl
|