20 juni 2009
oplossingsgerichte schaalvragen
Oplossingsgerichte
schaalvragen
Coert
Visser
oprichter van
trainings- en adviesbureau Oplossingsgericht Veranderen
en medeoprichter van www.noam.nu en
trainer in de oplossingsgerichte
aanpak
Steve De Shazer, een Amerikaanse therapeut en
medegrondlegger van de oplossingsgerichte aanpak, sprak ooit,
in de jaren zeventig, een cliënt die voor zijn tweede
therapiegesprek kwam. Hij vroeg zijn cliënt wat er al beter
ging. De cliënt antwoordde spontaan: “Ik sta al bijna op een
10!” De Shazer was aangenaam verrast door dit antwoord en begon
te spelen met het idee om cijfers te gebruiken om cliënten hun
situatie te laten beschrijven. Hiermee startte de ontwikkeling
van de oplossingsgerichte schaalvraag binnen de
oplossingsgerichte therapie (Malinen, 2001). Inmiddels zijn
schaalvragen uitgegroeid tot waarschijnlijk de meest bekende en
meest gebruikte oplossingsgerichte technieken. Schaalvragen
zijn relatief gemakkelijk te gebruiken en zij zijn erg breed
toepasbaar. Talloze therapeuten, coaches en managers gebruiken
tegenwoordig schaalvragen in gesprekken en vergaderingen. Zelfs
veel mensen die nog niet van oplossingsgericht werken hebben
gehoord, kennen de schaalvraag al wel.
1. Basisstappen bij het stellen van de schaalvraag
Het stellen van de schaalvraag verloopt vaak via een aantal
basisstappen. Deze basisstappen bestaan uit een aantal vragen
die op een nieuwsgierig onderzoekende en aanmoedigende manier
worden gesteld. Hieronder worden deze basisstappen
uitgelegd.

Het volgende plaatje (bron Doen wat werkt; Visser, 2009)
visualiseert de genoemde stappen:

2. Verschillende soorten schalen
Zoals gezegd zijn er veel manieren om schaalvragen te
gebruiken. Hieronder staan de meest bekende toepassingen van de
schaalvraag beschreven.
1. De successchaal: dit is de meest bekende
toepassing van de schaal. Dit is de schaal waarbij 10 staat
voor de gewenste situatie en 0 staat voor de situatie waarin er
nog niets van de gewenste situatie gerealiseerd is. Het succes
waar deze schaal over gaat kan betrekking hebben op ieder doel
dat u relevant vindt zoals beter communiceren, vaardiger omgaan
met tegenslag, efficiënter produceren, klantgerichter werken,
enzovoorts.
2. De motivatieschaal: deze schaal wordt
gebruikt om de motivatie van cliënten te bespreken en helpen
versterken. Op deze schaal staat de 10 bijvoorbeeld voor: “Ik
heb er veel voor over om het doel te bereiken” en 0 voor “Ik
heb er niets voor over. Het lijkt misschien wat paradoxaal,
maar door het doorlopen van de basisstappen bij schaalvragen
kunnen cliënten vaak meer grip gaan ontwikkelen op hun eigen
motivatie. Zij leren hun eigen motivatie vaak beter te
reguleren. Ze komen erachter hoe het hen lukt om zichzelf te
motiveren. Wanneer ze zouden merken dat ze een motivatiedip
hebben, kunnen ze die dingen doen die hen eerder hebben
geholpen om weer gemotiveerder te worden.
3. De vertrouwenschaal: deze schaal wordt
gebruikt om het vertrouwen van cliënten te bespreken en te
versterken dat zij in staat zullen zijn om de gewenste
verandering te bewerkstelligen. Een 10 staat bijvoorbeeld voor:
“Ik heb er veel vertrouwen in dat ik dit voor elkaar kan
krijgen” en een 0 staat bijvoorbeeld voor: “Ik heb er geen
enkel vertrouwen in.” Net als bij de motivatieschaal het geval
is leert bij de vertrouwensschaal zijn eigen vertrouwen te
reguleren. Dit kan een sterk stimulerend effect hebben. Indien
een cliënt er weinig vertrouwen in heeft dat hij ergens toe in
staat zal zijn dan is het niet logisch dat hij veel gaat
ondernemen om het voor elkaar te krijgen. Zo gauw zijn
vertrouwen toeneemt, wordt de drempel verlaagd om in actie te
komen.
4. De zelfstandigheidschaal: Een belangrijk
uitgangspunt bij oplossingsgericht werken is dat we willen
voorkomen dat cliënten afhankelijk worden van coaches. De
zelfstandigheidschaal kan daarbij helpen. Deze schaal wordt
gebruikt om de zelfstandigheid van cliënten te versterken. Een
10 op deze schaal staat bijvoorbeeld voor: “Ik weet hoe ik
zelfstandig verder kan en heb daar geen hulp meer bij nodig” en
een 0 kan bijvoorbeeld staan voor: “Ik weet helemaal niet hoe
ik hiermee verder moet en heb hulp nodig.” De
zelfstandigheidschaal wordt vaak gebruikt in situaties waarin
de cliënt één of ander keuzeprobleem heeft, bijvoorbeeld een
loopbaanvraagstuk. Het voordeel van de zelfstandigheidschaal is
dat coachingstrajecten of therapieën niet langer hoeven te
duren dan strikt noodzakelijk. Terwijl het probleem zelf
wellicht nog niet helemaal is opgelost hoeft dit niet te
betekenen dat de hulpverlening door hoeft te gaan. De cliënt
kan vaak zelfstandig vooruit.
3. Het gebruik van schalen in groepen
Schaalvragen zijn niet alleen goed bruikbaar in één op één
coachingsgesprekken maar ook in het werken met groepen.
Hieronder staan twee voorbeelden van het gebruik van
schaalvragen in groepen.
1. Groepsschaalvraag: Hieronder staat een
fragment uit een teamsessie tussen een oplossingsgerichte
teamcoach (TC) en een team (bron: Paden naar oplossingen;
Visser en Schlundt Bodien, 2009). De coach was gevraagd om de
teamleden (TL) enkele keren te begeleiden om de samenwerking in
het team te helpen verbeteren en maakt gebruik van de
schaalvraag.
-
TC: Ik zou jullie graag eens willen vragen of het
team, wat jullie betreft, al precies is zoals je
zou willen dat het is?
-
Allen: (Gelach) Nee!
-
TC: (Lachend) Geen probleem! Het zou ook de eerste
keer zijn dat ik zou meemaken dat het in een team
al precies zo gaat als iedereen wenst. Oké, ik wil
dan graag eens verkennen waar het team al staat.
Stel je eens een schaal voor van 0 tot 10 waarbij
10 staat voor de situatie waarin het al helemaal
gaat zoals je wenst en 0 voor de situatie waarin
nog niets gaat zoals je wenst. Wil je eens voor je
zelf op de kleine briefjes die ik heb uitgedeeld
opschrijven waar jij vindt dat het team staat?
De teamleden geven hun score door. De teamcoach vraagt hun
in duo’s eens een voorbeeld te noemen van een voldoening
schenkend moment in het team. Ondertussen rekent de teamcoach
de gemiddelde score uit. Na enkele minuten neemt de teamcoach
het woord weer.
- TC: Bedankt voor jullie scores. Ik heb berekend dat de
score voor het team een 6 is. Het is dus nog niet zoals
jullie willen dat het wordt maar jullie zijn zeker goed op
weg naar die situatie. Hoe is het jullie al gelukt om nu op
die 6 uit te komen?
- TL 1: …. We gaan er allemaal echt wel voor. Dat blijkt
ook wel uit het feit dat we hier nu allemaal zo zitten en
gewoon allemaal serieus meedoen.
- TC: Inderdaad, dat merk ik. Wat heeft nog meer geholpen
om op die zes te komen?
- TL 2: We zijn er allemaal wel een beetje aan toe om de
problemen uit het verleden nu achter ons te laten en
vooruit te gaan kijken.
- TC: Dat klinkt prima. Wat nog meer?
- TL 3: Als het er echt op aankomt dan zorgen we dat we
ons werk als team goed doen.
De teamcoach vraagt nog een minuut of 10 door en stelt dan
een ander type vraag.
- TC: Het team staat nu op een zes, hè? Stel je eens voor
dat het team de volgende keer dat we elkaar zien op een 7
staat. Wat zou er dan anders en beter zijn in het
team?
- TL 2: Dan luisteren we beter naar elkaar. Als iemand
iets zegt in het teamoverleg dan krijgt hij de ruimte en
wordt hij serieus genomen.
- TC: Prima, en wat nog meer?
- TL 4: We komen op tijd op het overleg. Allemaal op
tijd.
- TC: Ik kan me voorstellen dat dat goed is. Wat nog
meer?
- TL 1: We ondersteunen elkaar beter als we zien dat een
collega het erg druk heeft. We springen eerder voor elkaar
in.
vervolg van
artikel:
|