20 mei 2009
cultuurbewuste
organisatie
- vervolg
- Oplossingsgerichte
schaalvragen
Coert
Visser
oprichter van
trainings- en adviesbureau Oplossingsgericht Veranderen
en medeoprichter van www.noam.nu en
trainer in de oplossingsgerichte
aanpak
Het gesprek gaat door. Een uur lang stelt de coach allerlei
onderdelen van schaalvraag. Naast de vragen die hij al in het
voorbeeld stelde, vraagt hij ook nog naar voorbeelden van
situaties waarin het team eens hoger dan op de 6 stond. Ook
vraagt hij, tegen het einde van de sessie, aan ieder teamlid om
voor zichzelf te bedenken wat zij de komende week kunnen doen
om er aan bij te dragen dat het team een stapje vooruit op de
schaal zet. Aan het eind van de sessie is de sfeer positief. De
teamleden vonden de sessie prettig en nuttig.
2. Schaalwandelen: U vraagt de deelnemers in de
groep om zich voor te stellen dat de ene kant van de kamer/zaal
de 0 vertegenwoordigt en de andere kant de 10. Dan vraagt u hen
om zich hun huidige positie op de schaal voor te stellen als N,
en u vraagt hen om op positie N (een denkbeeldige lijn
halverwege de zaal) te komen staan. Vervolgens vraagt u hen om
voor zichzelf te bedenken hoe het hen al is gelukt om te komen
van 0 tot N. Dan vraagt u hen zich om te draaien en te
vertellen wat zij zien als ze naar positie 10 kijken.
Vervolgens nodigt u hen uit om even op positie 10 te komen
staan en om in gedachten te visualiseren hoe het zou zijn om op
positie 10 te zijn en wat dan mogelijk zou zijn. Dan stappen de
deelnemers weer terug naar positie N en u vraagt hen zich voor
te stellen hoe een klein stapje vooruit eruit zou kunnen zien.
En dan nodigt u hen uit het stapje te zetten zo gauw ze het
bedacht hebben.
Er zijn meerdere aantrekkelijke kanten aan schaalwandelen
met een groep. Ten eerste is het zo dat de oefening vaak erg
levendig is en veel enthousiasme en energie opwekt. Ten tweede
is de oefening erg flexibel. U kunt hem in erg veel situaties
gebruiken. U kunt hem bijvoorbeeld gebruiken in situaties
waarin de deelnemers individuele doelen hebben. Maar het is ook
mogelijk om te werken met een gemeenschappelijk thema zodat de
gebruikte schaal een groepsschaal is (bijvoorbeeld
‘klanttevredenheid”). In dit geval leidt de situatie tot een
situatie waarin alle deelnemers kleine stapjes vooruit bedenken
in de richting van dit gemeenschappelijke doel.
4. Enkele tips bij het gebruik van schaalvragen
4.1 Wat te doen als de cliënt nu op 0
staat? In de meeste situaties zullen cliënten hun
huidige situatie op de schaal beschrijven met een score tussen
de 0 en de 10. Maar af en toe komt het ook voor dat mensen wel
degelijk zeggen dat ze nu op de 0 staan. In dat geval kunt u
uiteraard als coach niet vragen hoe het gelukt is om van 0 te
komen tot de huidige positie aangezien die huidige positie 0
is. Wat kunt in zo’n situatie wel doen? Als iemand aangeeft dat
hij op 0 staat dan wil hij u meestal laten merken hoe erg zijn
situatie is. De oplossingsgerichte coach toont begrip en erkent
wat de cliënt zegt. Vervolgens is het goed om de copingvraag te
stellen, bijvoorbeeld op de volgende manier: “Wat maakt dat je
door kunt gaan onder zulke moeilijke omstandigheden?” De
copingvraag helpt mensen in moeilijke omstandigheden om nieuwe
energie te vinden om hun problemen het hoofd te bieden. Vaak
ontstaat er dan ook weer een goede basis om over verder te
praten. Als de cliënt bijvoorbeeld zegt: “Het lukt mij om vol
te houden omdat ik mijn kinderen niet wil teleurstellen” dan
kan de coach daar weer op doorvragen, bijvoorbeeld door te
vragen: “Waaraan zou je merken dat je kinderen niet
teleurgesteld hoeven te zijn?”
4.2 Het belang van effectieve
schaalankers
Bij het gebruik van schalen is het belangrijk om de
schaalankers, vooral de 10-positie zorgvuldig te definiëren.
Schalen werken vaak het beste als de 10-positie niet zo zeer in
ideale termen wordt omschreven (de ideale toekomst) maar in
plaats daarvan in termen van een situatie die goed genoeg is
(de gewenste situatie). Het definiëren van de 10-positie wordt
ontraden om twee redenen. De eerste reden is dat de ideale
situatie er een is die nooit bereikt zal worden. Probleemloze,
ideale situaties komen niet voor. Er zijn altijd problemen,
uitdagingen, spanningen en dergelijke, die horen bij het leven.
Het is dus niet realistisch om de 10 als ideaal te definiëren.
De tweede reden is dat het definiëren van de 10 als ideaal er
toe leidt dat de cliënt zijn huidige situatie lager zal
inschatten. Bij een 10 die u definieert als ideale situatie
scoort de cliënt zichzelf misschien op een 2, terwijl hij bij
een 10 die gedefinieerd is als de situatie waar u tevreden over
zou zijn misschien wel een score 4 of 5 zou geven. Kortom, het
te rooskleurig definiëren van de 10-positie kan demotiverend
werken.
Een ander aspect van het kiezen van goede schaalankers
blijkt uit het volgende voorbeeld. Stel, een cliënt wil 25 kilo
proberen af te vallen en wordt daarbij geholpen door een
oplossingsgerichte coach. Wanneer de coach de 10-positie op de
schaal zou definiëren als de situatie waarin je 25 kilo bent
afgevallen dan kan dat demotiverend werken. Je kunt er dan
namelijk vrij zeker van zijn dat die 10 niet op vrij korte
termijn bereikt kan worden. Verstandiger zou het zijn om de
10-positie op de schaal anders te definiëren, bijvoorbeeld als
volgt: de situatie waarin je tevreden bent over je eetgedrag.
Door de schaal zo te definiëren is het mogelijk dat de cliënt
snel naar de 10-positie op de schaal kan groeien wat motiverend
werkt. De gewichtsafname kan dan op die andere schaal worden
bijgehouden, de weegschaal.
4.3 Spelen met schalen Vaak is het
mogelijk en soms ook nodig om inventief en speels om te gaan
met schalen al was het alleen maar omdat cliënten dat soms ook
doen. In een teambuildingsessie gebruikte een coach eens de
schaalwandeltechniek. De oefening verliep prima en gaandeweg
groeide de energie en het enthousiasme van de deelnemers. Op
een gegeven moment vroeg de coach de deelnemers om een stapje
vooruit op de schaal te bedenken. Hij vroeg hen om een echt
stapje vooruit te doen wanneer ze hun stapje bedacht hadden. De
teamleden dachten even na en zetten toen, de één na de ander,
een stapje vooruit. Een persoon wachtte wat langer dan de
anderen en deed uiteindelijk een stapje achteruit in plaats van
vooruit. De coach was even verrast en vroeg zich een moment af
of deze deelnemer een flauwe grap wilde maken. Maar vervolgens
werd de coach nieuwsgierig en vroeg: “Hé, dat is interessant.
Jij doet een stapje achteruit, wil je dat eens uitleggen?” De
deelnemer zei met een serieuze blik: “Ik ben heel
perfectionistisch en wil door mijn stapje achteruit
symboliseren dat ik meer wil loslaten.” De coach antwoordde:
“Klinkt goed!”
5. Het gebruik van schalen bij concurrerende doelen
Soms vragen mensen zich af of schaalvragen niet te simpel
zijn om te worden gebruikt in complexe praktijksituaties. In
complexe situaties is er vaak een situatie waarin er meerdere
doelen tegelijk zijn in plaats van slechts één doel. Bovendien
kan het zo zijn dat deze doelen op de één of andere manier met
elkaar concurreren. Een voorbeeld zou kunnen zijn het geval van
een bedrijf waarin de ene groep werknemers ervoor pleitte om
proactief om te gaan met milieuvraagstukken. Zij hadden
bijvoorbeeld bezwaar tegen het in hun ogen overdadige gebruik
van plastic verpakkingsmaterialen. Een andere groep in dit
bedrijf verzette zich tegen deze milieubewusten. Zij stelden
dat het bedrijf de focus moest leggen bij geld verdienen en
niet met allerlei goede doelen. De spanning tussen deze twee
groepen nam toe tot onaangename proporties toen leden van beide
groepen elkaar begonnen te beschuldigen van slechte bedoelingen
en handelswijzen. Een oplossingsgerichte coach werd ingehuurd
om dit probleem te helpen oplossen. Tot ieders verbazing
spraken de partijen binnen één sessie weer normaal met elkaar
en binnen twee sessies werkten zij intensief met elkaar samen.
Wat was er gebeurd?
Het eerste wat de coach deed, was zorgvuldig luisteren naar
de doelen van beide partijen. Daarna stelde de coach een
raamwerk voor waarin de relatie tussen de doelen van beide
partijen werd gevisualiseerd (zie hieronder).

Vervolgens vroeg hij hen wat zij als de meeste wenselijke
positie in deze matrix zagen. Ze waren het er onmiddellijk over
eens dat dat C was. Toen schetste hij een schaal van 0 tot 10
waarbij de 10 correspondeerde met vak C uit de matrix en de 0
met vak A uit de matrix (zie de figuur rechts).
Toen hij dit gedaan had vroeg hij de groep of deze schaal
hun doelen adequaat beschreef, waarop ieder instemde.
Vervolgens vroeg hij om eens na te denken over deze schaal
en met elkaar te bespreken waar zij zichzelf nu zagen op
deze schaal. Vervolgens gebruikte hij alle bekende
onderdelen van schaalvragen. Enigszins tot hun eigen
verbazing begonnen de groepsleden het meer en meer met
elkaar eens te worden en zij ontdekten dat er enkele zeer
interessante mogelijkheden bestonden om tegelijk
financiële doelen en milieudoelen te bereiken. Ze begonnen
bijvoorbeeld minder plastic te gebruiken, wat niet alleen
wenselijk was vanuit een milieuoptiek maar tegelijk de
kosten en de productietijd verlaagde. Een persoon noemde
dit soort oplossingen ‘laag hangend fruit’. Wat
interessant is, is dat de groep in de tweede sessie meer
als een eenheid ging functioneren. De ‘financiële mensen’
begonnen meer enthousiasme te krijgen voor milieudoelen en
vice versa.
Uitnodiging
Graag nodig ik u uit om de schaalvraag eens uit te proberen
in een gesprek of vergadering. Uw ervaringen zijn
welkom!
Video over
dit onderwerp op YouTube bekijken>>
Literatuur
Malinen, T. (2001). From
Thinktank to New Therapy: The Process of Solution-Focused
Theory and Practice Development. Ratkes 2, 2001 & Ratkes
3. Schlundt Bodien, G.
& Visser, C.F. (2008). Oplossingsgericht aan de
slag. Toon en techniek
maakt de muziek. IJsselstein: Cristalise
Books. Visser, C.F.
& Schlundt Bodien, G. (2008). Paden naar
oplossingen. De kracht van oplossingsgericht
werken. Driebergen, Just-in-Time
Books. Visser, C.F.
(2009). Doen wat
werkt.
Oplossingsgericht werken, coachen en managen. Van Duuren
Management, 2e druk.
vergelijkbare onderwerpen:
De
oplossingsgerichte HR-professional
de steungroepaanpak
effectief leren
complimenteren
oplossingsgericht
werken
veerkracht van organisaties
in crisistijd
zie weerstand als
samenwerking
de ware aard van
intelligentie
organisatiesucces en
talent
Even voorstellen: Coert Visser
Coert Visser is een oplossingsgerichte trainer
en coach die veel geschreven heeft over oplossingsgericht
werken. Hij is auteur van het boek Doen wat werkt en
co-auteur van de boeken Paden naar oplossingen,
Succesgericht HRM en Oplossingsgericht aan de slag. Hij is
medeoprichter van NOAM, het netwerk voor oplossingsgericht
adviseren en managen (www.noam.nu).
Bijna dagelijks schrijft hij berichten op zijn weblogs
(www.oplossingsgerichtmanagement.nl en
www.solutionfocusedchange.com )
Zijn boek 'Doen wat
werkt' heeft de Gids-Prijs 2006 gewonnen voor het beste boek voor
de HR-manager.
E: coert.visser@wxs.nl
S: trainings- en
adviesbureau oplossingsgericht
veranderen
S: www.oplossingsgerichtmanagement.nl
Inside myself I
know, that the need to comprehend
leads to blindness and in the
wish to understand
there´s brutality built-in, that expels
what understanding is
seeking. - Peter
Hoeg
|
bron: www.menscentraal.nl
|