24 december 2009
organizational emotion architecture
Organizational Emotion
Architecture
deel 3
Andreas Jansen
freelance onderwijskundig
Development Architect
en medeoprichter van
ORIDEM
De Organizational Emotion Architecture is een dimensie die voortdurende aandacht in de organisatie verdient.
Heeft ook voeding nodig van hoog tot laag. Net zo als we aandacht besteden aan het businessplan, dient ook aandacht
aan de emotionele en energy architecture besteed te worden.
Een atelier is een mogelijkheid om via een cascademodel op diverse niveaus te bepalen wat de emotionele
broncode en emotionele paradigma’s zijn en hoe men daar mee om wil gaan. Een dergelijk atelier is niet zozeer een
plek om zijn kunde of kunstjes te tonen, maar veeleer een ruimte om de kunst van het businessleven te ontdekken. Om
emotionele paradigma’s te zien en dichter bij de emotionele broncode terecht te komen en deze vervolgens te
verbinden met te behalen resultaten.
Organizational Emotion Architecture
De Organizational Emotion Architecture is het fundament van de organisatie energie; d.w.z. is de rooddruk
waarmee de organisatie werkt, geeft de richting aan, waarin de organisatie dient te werken. Energie is in feite
niet zichtbaar, zoals elektriciteit niet zichtbaar is in een draad, maar pas zichtbaar wordt als er een weerstand
aan toegevoegd wordt bijv. een lamp. Energie van de organisatie vertaalt zich naar emotionele broncode en
paradigma’s.
Om zicht op de emotionele broncode en paradigma’s te krijgen zullen we met management en key-players in de
organisatie een rooddruk van de Organizational Emotion Architecture dienen vast te stellen.
Het atelier
Het atelier is de ruimte om met management en de key-players te komen tot een rooddruk van de Organizational
Emotional Architecture.
Hierbij kunnen we gebruik maken van de onderzoeken en methodes die in de productmarketing ontwikkeld zijn.
P. Desmet van de TU Delft heeft o.a. een methode ontwikkeld om naar de emotionele waardering van design
(automodellen) te bepalen. Hij is op basis van wereldwijd onderzoek gekomen van 360 emoties tot een 10-tal
basisemoties. Echter elke organisatie zal zelf dienen te bepalen welke emoties of emotionele broncode bij de
organisatie behoort. Hiermee krijgt men vooraf inzicht in de eigen emotionele broncode en paradigma’s.
De volgende stappen dienen hierbij in ogenschouw genomen te worden:
1. De emotionele bron Op basis van een groep basisemoties wordt onderzocht welke
emotionele broncode bij de organisatie hoort. Dit gebeurt door de eigen organisatie emotioneel te vergelijken met
andere vergelijkbare organisaties.
2. De achterliggende drijfveren/paradigma’s Na de emotionele broncode bepaald te hebben is het
nodig naar de drijfveren of paradigma’s te kijken, die aan de broncode ten grondslag liggen. Bijvoorbeeld boosheid
kan voortkomen uit het verlies van klanten, maar ook uit onzorgvuldigheid van medewerkers bij verwerking van
orders.
3. De rooddruk
Na het onderzoek van de emotionele broncode en paradigma’s kan de emotionele rooddruk worden vastgesteld en opnieuw
vergeleken worden met vergelijkbare organisaties om te bezien in hoeverre er voldoende onderscheidendheid is en hoe
men deze rooddruk waardeert.
In het atelier wordt vooraf onderzocht hoe de Organizational Emotion Architecture eruit zou kunnen zien; dit
hoeft zich niet beperken tot een organisatie, maar kan ook een business-unit of een project zijn.
De emotionele praktijk
In de bewustwording van het energieveld van de organisatie en haar medewerkers is het bepalen van de rooddruk
reeds een eerste element van bewustwording. Uiteindelijk gaat het om emotionele volwassenheid van een organisatie,
die weet met voor- en tegenspoed om te gaan en bereid is in alle bescheidenheid haar energie te laten stromen ten
gunste van een groter geheel of ideaal. Een groter geheel als het realiseren van snel en goedkoop vervoermiddel
voor iedere Amerikaan, zoals Henri Ford nastreefde. Of het milieubewust ondernemen, zoals door de oprichters van de
green visascard is geformuleerd.
Emotionele
volwassenheid begint gewoon met werken, want zonder werk is er geen resultaat. Werken wil zeggen met focus,
met volle aandacht of liefde werken. Hoeveel mensen zijn niet tijdens het werk afgeleid en denken aan de ruzie
die ze net gehad hebben of aan de vakantie naar Thailand, waar ze over een half jaar naar toe gaan. Het niet
werken met aandacht is een van de grootste energielekken, die een mens of organisatie kan overkomen.
De logische volgende stap is om aandacht voor de omgeving, de ander te hebben. Eigenlijk verbonden te zijn,
onbevooroordeeld en respectvol te zijn; hiervoor is het nodig dat men enige afstand van zichzelf kan nemen.
Zijn/haar werk serieus nemen, maar zichzelf met al zijn emoties te relativeren, zonder dit dan weer weg te
drukken.
Uitgaande van het feit dat er een energieveld is, is er geen verschil tussen de een en de ander, hooguit wat
bewustzijn ervan. Hoe vaak heb je niet in een vergadering gedacht ‘Dat had ik ook willen zeggen’ of je neemt de
telefoon op en degene belt, waar je net aan zat te denken. Voor een organisatie is het de kunst om onbevooroordeeld
mee te gaan en te luisteren naar wat zijn klanten en medewerkers willen en zo de organisatie energie te laten
stromen. Juist vooroordelen, meestal gebaseerd op oude emoties, blokkeert de organisatie-energie; hierbij kun je
ook denken aan de emotionele paradigma’s.
Tot slot is nog de laatste stap naar emotionele volwassenheid, waarin een volledige overgave is aan de organisatie
of te wel de missie. Een directeur is het bedrijf of organisatie; misschien kun je ook wel zeggen het bedrijf is de
directeur. Oud-directeur L. van Wijk was KLM óf KLM was L. van Wijk.
Dit lijkt een soort slachtofferrol, maar is het niet, maar veeleer een opgaan in en mee laten stromen door het
eigen krachten- en energieveld naar en in een grotere maat. Het uiteindelijk komen in een soort flow, die zijn
eigen andere wetten heeft. Je kunt de organisatie voor de 21e eeuw op orde hebben, maar als de olieprijzen of de
economie een andere kant opgaat, heb je daar weinig invloed op. In een flow wordt je afhankelijk van een nieuw
energieveld en dien je de organisatorische onafhankelijkheid enerzijds mee te laten stromen en dien je anderzijds
je onafhankelijke rol daarin te spelen. Het is het spel van de golven en de oceaan.
Belevingskompas
Kun je de emotionele rooddruk, die uiteindelijk tot emotionele organisatorische volwassenheid dient te leiden
ook meten en uiteindelijk ook sturen. De grootste sturing in de emotionele volwassenheid van een organisatie is de
bewustwording van het emotionele energieveld. Het zien van de eigen organisatorische energie en emoties leidt over
het algemeen tot een reactie, vaak onbewust of onderbewust.
Inzicht in de onbewuste of onderbewuste reactie wordt echter mede bepaald door de hoedanigheid van de energie. Is
de organisatie aan het hyperventileren of slapend. Dit maakt een verschil in de reactie van de organisatie en zeker
in het interpreteren van de reactie.
Om de ontwikkeling en richting van de Organizational Emotion Architecture en emotionele volwassenheid te kunnen
waarnemen in de organisatie geeft de PrEmo-aanpak van P. Desmet (Technische Universiteit Delft) voldoende
mogelijkheden om dit visueel te maken d.m.v. een emotiekompas. P. Desmet heeft een ‘emotiekompas’ ontwikkeld,
bestaande uit 14 emotionele animaties die bewegen en geluid uitdrukken. Deze 2 aspecten zijn de belangrijkste
uitingen om een emotie te herkennen. Hiermee kunnen medewerkers een digitale spiegel worden voorgehouden, waarin ze
zich in bepaalde mate kunnen herkennen. (NB: een 2e versie van het emotiekompas wordt ontwikkeld)
Het ‘emotiekompas’ geeft de
energiehoedanigheid en de emotionele beleving aan van de organisatie (bedrijf, business-unit, project) in een
bepaalde periode of op een bepaald tijdstip. De medewerkers van een organisatie geven electronisch hun
waardering. De resultaten worden visueel zichtbaar gemaakt in een zogenaamd emotioneel veld, waarin meerdere
aspecten met elkaar vergeleken kunnen worden; bijvoorbeeld afdelingen of projecten ten opzichte van elkaar. De
vergelijkingen zeggen nog niets over de interventies, hiervoor is samenspraak met betreffende
organisatieonderdelen nodig. Angst kan tot oplettendheid leiden en dan is het achterwege laten van een
interventie juist wenselijk. Is de energiehoedanigheid echter van een slome substantie, dan lijkt een
wakkerschudden meer op zijn plaats. Het ‘emotiekompas’ geeft management zicht op de ontwikkeling van haar
Organizational Emotion Architecture in de organisatie, waarbij de bewustwording op zich al zijn werk doet en
zorgt dat het businessleven niet ongemerkt wegvloeit.
vergelijkbare onderwerpen:
Organizational Emotion Architecture (deel
1) (deel
2)
Bouwen aan vertrouwen met uw
organisatieverhaal
Het is hoog tijd om anders te
organiseren! Vanuit vertrouwen.....
ontwikkelen intelligente organisatiecultuur
Even voorstellen:
Andreas Jansen
drs. Andreas Jansen (1948) is freelance
onderwijskundig Development Architect en heeft een uitgebreide werkervaring op het gebied van
management en professional development. Naast zijn werk voor ondermeer KLM, NS-Hispeed en Rabobank houdt
hij zich bezig met innerlijke ontwikkeling van mens en organisatie, waarvoor hij deelneemt aan de
werkplaats Katarsis.
Hij is medeoprichter van ORIDEM (2005) dat zich richt op ORganisatie-IDentiteit en
EMotionele beleving van organisaties.
|
Leven en werken is een
kunst van zijn. Een voortdurende ontdekkingsreis met telkens nieuwe uitdagingen. U hoeft alleen
de eerste stap te zetten en nieuwe kansen worden
zichtbaar.
|
bron: www.menscentraal.nl
|