26 september 2011
leiderschapsgedrag
& veranderen
Veranderen van
leiderschapsgedrag
is moeilijk
Jacco van den Berg, Peter Mackaay & Andor de
Rooy
resp. directeur van Van den Berg Training
& Advies,
zelfstandig coach en begeleider bij Mackaay Coaching & Advies
en Organisatiepsycholoog en oprichter De Rooy Management
Ontwikkeling
Voor menig leidinggevende is het ingewikkeld om medewerkers enthousiast mee te krijgen in een veranderingstraject.
Dit vereist namelijk inzicht in het eigen leiderschapsgedrag. In dit artikel tools om de persoonlijke
veranderingskracht van leidinggevenden te vergroten waarbij de metafoor van het ruiken wordt gebruikt.
Vaak weten leidinggevenden wel welk gedrag
effectiever is, maar lukt het ze niet dit gedrag te vertonen. Voor hen is praten over de (gewenste) verandering
vaak gemakkelijker dan zelf echt te veranderen. Wat maakt veranderen nu zo lastig? In ieder meestal gaat het
veranderen van leiderschapsgedrag een stap verder dan het aanleren van trucs en tips. Trainingen, lezingen en
coaching zijn weinig zin vol als leidinggevenden niet wezenlijk begrijpen wat er zich in hun ‘leidinggevende
brein’ afspeelt.
Delegeren
Een groot struikelblok voor veel
leidinggevenden is dat zij moeilijk kunnen delegeren. Vaak is ze door trainers en coaches verteld hoe zij dit
kunnen aanpakken en iedere leidinggevende eindigt een training of coachsessie met het voornemen morgen meer te
gaan delegeren, maar dan ook echt! Meestal slagen zij er niet in om hun voornemen ook daadwerkelijk door te
voeren en dat ligt niet aan het ontbreken van kennis. Maar ‘kennen’ en ‘weten’ is iets anders dan ‘kunnen’ en ‘zijn!’. Kunnen delegeren heeft vaak meer te
maken met het perfectionisme van managers (‘het moet foutloos gaan
en zoals ik het wil’) dan met de werkelijke taakvolwassenheid van medewerkers. Als managers bij alles wat zij
doen vooral letten op het voorkomen van fouten dan wordt delegeren lastig, dan zullen ze nooit de kunst van het
loslaten gaan verstaan. Leidinggevenden moeten wezenlijk begrijpen wat er zich in hun ‘leidinggevende brein’
afspeelt, voor zij kunnen veranderen.
Het beantwoorden van de volgende vragen
kunnen de dieperliggende redenen in kaart brengen.
- wat maakt delegeren voor mij lastig?
Hoe voelt het om te doen?
- wat maakt delegeren spannend? Wat
merk ik bij mezelf als ik het loslaat?
- wil ik het echt? Vind ik het stiekem
niet leuk om het zelf te blijven doen?
- hoeveel vertrouwen heb ik in mijn
medewerkers?
- sta ik er voor 100 procent
achter?
- waarom doe ik het eigenlijk niet?
Waar zit de rem erop?
Als leidinggevenden deze vragen niet
willen of kunnen beantwoorden, dan wel de antwoorden voor zich houden, blijft alles bij het oude vertrouwde. Een
gemiste kans want de antwoorden geven (in)zicht in de redenen waarom veranderen zo lastig is en bewustwording
hiervan is een eerste stap richting een verbeteringsactie. Het niet beantwoorden van de vragen betekent geen
definitieve verdwijning ervan. Zo kun je weglopen voor onaangename luchtjes of ze weg sprayen met een
luchtverfrisser, maar dat werkt slechts op korte termijn. De stank blijft namelijk hangen en is niet weg. Een
vreemde parallel met leiderschap? Nee, want managers hebben, net als alle andere mensen, de natuurlijke neiging
om minder prettige elementen niet onder ogen te willen zien. Echter, als een leidinggevende wil leren c.q.
groeien, is het van belang om zijn eigen tekortkomingen duidelijk te krijgen om er aansluitend aan te gaan
werken. Gebeurt dat niet dan verdwijnt direct een belangrijke drijfveer voor de gewenste verandering. Wie zijn
kop in het zand steekt, kan niet veranderen.
Reukvermogen
De tools die het ‘reukvermogen’ van de
leidinggevende beïnvloeden zijn:
1.
luchtverfrissers als verdediging;
2.
het eigen reukvermogen;
3.
een verstopte neus?
1.
Luchtverfrissers als verdediging
Leidinggevenden kunnen bij eigen
onaangename geuren een ‘luchtverfrisser’ (lees: weerstandmechanismen) inzetten om de lucht (tijdelijk) weer fris
te laten ruiken. Bij een verandering waar een leidinggevende (nog) niet aan wil toegeven, treden deze
luchtverfrissers op. Ze voorkomen dat hij de realiteit onder ogen
ziet, blinde vlekken blijven dus bestaan. Deze mechanismen hebben uiteraard een functie, als iemand de hele dag
geconfronteerd wordt met de onaangename lucht van leiderschap is functioneren onmogelijk. Alleen als een
leidinggevende de luchtverfrissers opzij zet, komt hij toe aan echt veranderen. Het gaat dan even flink stinken
maar de leidinggevende wordt door de stank gedwongen om de echte oorzaak aan te pakken. Het resultaat is dan
altijd beter.
Voorbeelden van veel voorkomende
luchtverfrissers zijn:
- Humor: lachen als een boer die
kiespijn heeft, het weglachen van de noodzaak.
- Altruïsme: juist anderen helpen in
plaats van goed naar zichzelf te kijken.
- Rationalisatie: zelf mooie
verklaringen maken, zaken rechtvaardigen met een mooi
verhaal.
- Reactieformatie: het
tegenovergestelde extreem doen, bijvoorbeeld bij gevoelens van onzekerheid zich juist heel erg zeker
voordoen.
- Verplaatsing: er een ander doel voor
in de plaats zetten.
- Projectie: wat onaangenaam aan/voor
de leidinggevende zelf is aan een ander toewijzen, als hij het bijvoorbeeld zelf niet zit zitten aan een
medewerker vragen: ‘Ik zie dat jij het niet zo ziet zitten?’
- Ontkenning: de echte oorzaak niet
onderkennen, feiten tegenspreken om negatieve gevoelens niet te hoeven ervaren.
Voor leidinggevenden die echt grip willen
krijgen op hun leiderschap is het belangrijk dat zij door krijgen waarom zij welke mechanismen wanneer
inzetten.
2.
Het eigen reukvermogen
Als leidinggevenden door hebben hoe het
eigen reukorgaan werkt (‘Wat vind ik lekker ruiken en wat stinkt?’) is dit een volgende stap op weg naar een
(leiderschaps)verandering. Dit geeft namelijk zicht op de achterliggende oorzaken van het leiderschapsgedrag:
waarom doet iemand wat hij doet? Leidinggevenden gaan dan op zoek naar de eigen overtuigingen, ideeën, normen en
waarden en pakken net die ene laag dieper dan goedbedoelde tips en tools.
De antwoorden op de volgende vragen kunnen
leidinggevenden gebruiken om eens goed te onderzoeken hoe hun
reukvermogen werkt:
- hoe wilt u herinnerd worden als
leidinggevende? Wat is voor u belangrijk?
- wat wilt u dat uw mensen zeggen op uw
afscheidsreceptie?
- voor welke medewerkers bent u
werkelijk allergisch?
- welk gedrag van uw medewerkers maakt
u blij?
- wat doet uw leiderschapshart sneller
kloppen?
- wat zijn in uw loopbaan (of in uw
persoonlijk leven) de belangrijkste gebeurtenissen geweest? Welke situaties hebben u als leidinggevende
gevormd?
- wie zijn in uw loopbaan (of in uw
persoonlijk leven) significante anderen geweest? Wie hebben veel invloed gehad op u? En welke invloed?
Zowel in positieve als negatieve zin.
De antwoorden op deze vragen maken
duidelijk wat de achterliggende drijfveren zijn van het leiderschapsgedrag. Zo kan niet alleen de lucht zelf,
maar vooral de veroorzaker van de geur te lijf worden gegaan.
3. Een verstopte neus?
Vaak maken leidinggevenden zich voorafgaand aan een verandering druk om de gevolgen. Deze druk kan er soms voor
zorgen dat zij de veranderingen zelf niet aandurven of aangaan. Talloze irrationele niet kloppende gedachten
(vooraf!) staan leiderschapsontwikkeling in de weg. Ze verstoppen als het ware de neus waardoor ze niet goed ruiken
wat er aan de hand is. Als gevolg daarvan kunnen ze geen reële inschatting meer maken van de gevolgen. In dit kader
is het spreekwoord ‘de leidinggevende lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest’ van toepassing. Zo denken
leidinggevenden dat zij geliefd moeten zijn bij al hun medewerkers.
Weer anderen denken dat het gemakkelijker
is om moeilijkheden en eigen verantwoordelijkheden te vermijden of uit de weg te gaan, dan deze onder ogen te
zien. Tot slot denken leidinggevenden vaak in rampscenario’s als iets niet gaat zo als zij vinden dat het moet
gaan en als er fouten worden gemaakt. De uitdaging is deze irrationele gedachten op te sporen en om te zetten in
rationele gedachten. Zo kan iedere leidinggevende een fout maken. Als het geen repeterende fout is en als de
leidinggevende de fout als een leermoment ziet, is deze ergens goed voor geweest. Een dergelijke gedachte geeft
‘lucht’ in het menselijke brein en het leren kan beginnen. De uitdaging is om irrationele gedachten op te sporen
en om te zetten in rationele gedachten (zie blok).
Er zijn drie criteria om te toetsen of een gedachte rationeel is:
- is deze gedachte gebaseerd op de
objectieve werkelijkheid?
- leidt deze gedachte tot het gewenste
doel of helpt het om dat te bereiken?
- voorkomt deze gedachte ongewenste
persoonlijke gevoelens?
Zijn de antwoorden op deze vragen ‘nee’,
dan is de gedachte irrationeel en dus weinig productief. Leidinggevenden die irrationele gedachten om kunnen
zetten in rationele gedachten, gaan leren (veranderen).
|
Opsporen en veranderen van irrationele
gedachten
Een methode om irrationele
gedachten op te sporen en te veranderen is de zogenaamde Rationele Zelfanalyse. Daarbij wordt
gebruikgemaakt van het schema van het 'ABC van de emoties':
A.
situatie/gebeurtenis (Activity);
B. gedachten
(Beliefs);
C. ongewenste
emotionele reactie (Consequences);
D. rationele
weerlegging van B;
E. gewenste
emotionele reactie.
|
De rationele zelfanalyse bestaat uit het
invullen van dit ABC-schema volgens de volgende stappen:
|
1. Neem een recente situatie of gebeurtenis in gedachten die volgens u de oorzaak of
aanleiding was van een ongewenste emotionele reactie.
2. Ga bij uzelf na wat die ongewenste emotionele reactie was, beschrijf die beknopt en ga na wat u
deed in die situatie. Vul dit in bij C.
3. Denk na over hoe u zich in deze situatie liever had willen voelen of gedragen. Vul dit in bij
E.
4. Probeer u nogmaals de situatie voor te stellen die u bij A hebt beschreven en ga na welke
gedachten er toen in u opkwamen. Probeer zoveel mogelijk gedachten op te sporen en vul deze in
onder B.
5. Ga nu de gedachten die u onder B hebt geformuleerd toetsen aan de drie vragen van een rationele
gedachte. Zijn ze rationeel of irrationeel? Vul dit in bij D.
6. Als u tot de conclusie komt dat een gedachte irrationeel is, formuleer dan met behulp van uw
(beargumenteerde) antwoorden op de drie vragen een rationeel alternatief
|
Samenvatting
Het
kunnen veranderen van leiderschap is vaak een kwestie van het onderkennen van de ongewenste ‘geur’, deze te
durven ruiken en weten wat er echt speelt in het persoonlijke leiderschapsbrein. Leidinggevenden die dit op een
reële wijze doen, zijn in staat zichzelf en hun leiderschapsgedrag te veranderen. Zij gebruiken geen
luchtverfrissers (weerstandsmechanismen) en doen niet alsof zij niets ruiken, maar verlaten hun comfortzone. Het
echt veranderen van leiderschap begint met het ontwikkelen van een goede neus voor het eigen functioneren. Met
het lef om ook de stank te onderkennen.
Jacco van
den Berg, Andor de Rooy en Peter Mackaay maken deel uit van GRIP op leiderschap. GRIP is een professioneel
samenwerkingsverband van drie ervaren trainers & adviseurs die een trainings- en adviespraktijk hebben op het
gebied van leiderschapsontwikkeling. www.gripopleiderschap.nl
vergelijkbare onderwerpen: Concreet grip krijgen op leiderschap in uw
organisatie Managementsparring: ultieme vorm van action
learning
managementsparring® heeft de toekomst!
slimmer werken, meer winst!
effectief leiderschap
Even voorstellen: Jacco van den Berg
Drs. Jacco van
den Berg is oprichter van Van den Berg Training & Advies. Hij traint al meer dan vijftien jaar op
het gebied van het performance- en competentiemanagement, MD, (loopbaan)coachen en
leiderschapsontwikkeling. Over de onderwerpen werving en selectie, beoordelings- en
functioneringsgesprekken, Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)-gesprekken, coachen, 360°-feedback,
leidinggeven, ziekteverzuim schreef hij vele boeken en artikelen.
Hij is auteur van het GROTE gesprekkenboek, het
handboek Werving & Selectie, POP in Nederland en Ziekteverzuim in 100 vragen. Jacco columnist van
de rubrieken P&O op Rapport van het blad Personeelbeleid en
Verdien ik wel genoeg? in
VolkskrantBanen.
E: info@vandenbergtraining.nl
S: www.vandenbergtraining.nl
artikelen van auteur: 1) professioneel coachen
2) binden en boeien met Persoonlijke Ontwikkel Plannen (POP)
3) functioneringsgesprekken als boei- en bindmiddel 4) helft verzuimers ziek door ziekmakende leidinggevenden
5) jacht op liegende sollicitanten 6) persoonlijke ontwikkelingsplannen een hype of een blijvertje
7) overleeft POP 2006?
8)
managementsparring® heeft de toekomst!
9) selecteer op lerend vermogen
10) Managementsparring:
ultieme vorm van action learning
11) Concreet
grip krijgen op leiderschap in uw organisatie
12) Leidinggevenden kunnen niet
coachen
13) Correctiegesprek.
Corrigeren kun je leren.
14) Het slechtnieuwsgesprek
15) Veranderen van leiderschapsgedrag is
moeilijk
Even voorstellen: Peter Mackaay
Peter Mackaay is directeur van Mackaay Coaching &
Advies. Hij adviseert, coacht en traint managers en specialisten in hun professionele ontwikkeling en
treedt op als teamcoach bij veranderprocessen in profit- en non-profitorganisaties. Peter heeft ruime
management- en consultancyervaring bij ING. Hij was in de rollen van intern projectleider en facilitator
betrokken bij diverse programma´s op het gebied van Management Development, Talentontwikkeling en
Employability.
Anno 2008 is hij, samen met Andor de Rooy en Jacco van den Berg als extern
adviseur/trainer onder andere betrokken bij het MD-programma van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Ook traint
hij KPN-managers in hun leiderschapsontwikkeling. Peter is gecertificeerd consultant voor de Birkman-methode en
de Baron-EQ-test. Hij is tevens hoofdredacteur van het praktijkboek Personeel, Organisatie en Ontwikkeling en auteur van diverse artikelen over coaching in HRM-tijdschriften en
boeken.
E: Peter
Mackaay
S: www.eenvoudingveranderen.nl
artikelen van auteur: Veranderen van
leiderschapsgedrag is moeilijk
Managementsparring: ultieme vorm van action learning
Even voorstellen: Andor de Rooy

De aanpak van De Rooy wordt gekenmerkt door helderheid, eenvoud
en relativering. Veranderen is lastig genoeg dus laten we het niet nog moeilijker maken. Van huis uit is De
Rooy organisatiepsycholoog. Als senior adviseur bij het adviesbureau Goossens Management & Organisatie en
vervolgens als senior/managing director bij de Tornak Groep in Amsterdam heeft hij zich ontwikkeld tot een
specialist in leiderschapsontwikkeling.
Sinds 1993 begeleidt Andor leidinggevenden. In 2004 heeft hij De
RooyManagement Ontwikkeling opgericht. Een praktijk gericht op het
pragmatisch versterken van leiderschap. Managementsparring® is een belangrijke pijler
Andor de Rooy is auteur van het boek Professioneel Coachen (2000)
en hoofdredacteur voor het Handboek Personeel, Organisatie en Ontwikkeling (Kluwer). Recent verschenen bij
Kluwer Samen in de Modder!, Huis
op orde!Ontwikkelingswerk . De
Rooy is lid van de Orde van Organisatie Adviseurs (Ooa) en gelicenseerd door de Management Research Group
(www.mrg.com ) en
Bar-on Emotionele Intelligentie.
De Rooy Management Ontwikkeling maakt deel uit van GRIP op
Leiderschap.
® managementsparring is een merk geregistreerd door De
Rooy\Management Ontwikkeling

Samen in
de modder!
artikelen van auteur: Veranderen van leiderschapsgedrag is moeilijk
managementsparring® heeft de toekomst!
Managementsparring: ultieme vorm van action
learning
|
Om je dromen waar te maken
moet je wel eerst wakker worden
|
bron: www.menscentraal.nl
|