30 januari 2011
verhalenvertellers
Verhalenvertellers
De koopman en zijn knecht
Jaap
Nieuwenhuijzen
zelfstandig trainer, adviseur en interim manager
en oprichter van de School voor
Ontwikkeling
In lang vervlogen tijden voordat er internet, radio of TV was, trokken er verhalenvertellers en minstrelen
door de wereld om de mensen te vermaken. Net zoals een goed film een diepere betekenis kan hebben, zo hadden ook de
meeste verhalen een boodschap voor de toehoorders. Veel sagen en legendes, maar ook Bijbelverhalen, Soefie
wijsheden en parabels hadden geen ander doel dan mensen te ontwikkelen tot een hoger niveau. Jaap Nieuwenhuijzen en
Ron Kamp besloten om deze oude traditie nieuw leven in te blazen. Regelmatig schrijven zij elkaar op de actualiteit
inhakende oude verhalen in een modern jasje, een blog.
Beste Ron,
Er bestaat een chassidisch verhaal over een koopman en zijn knecht. Zij maken hun jaarlijkse tocht naar een
verafgelegen markt om daar nieuwe voorraden in te slaan. Onderweg houden zij in een mooie weide halt om uit te
rusten. Zij eten wat en doen een middagdutje. De volgende dag, als zij op de markt aankomen en koopwaar beginnen
uit te zoeken, ontdekt de koopman dat zijn geld is verdwenen. Zij gaan de lange weg terug. De koopman voelt zich
moedeloos. Het was al het geld dat hij had en nu is hij geruïneerd. Zij houden nogmaals halt om in dezelfde weide
uit te rusten. Als zij zich klaarmaken voor hun middagdutje ontdekt de koopman plotseling zijn geldbuidel in het
lange gras. Een ogenblik is hij verrukt. Maar dan steekt hij zijn hand in de buidel, haalt de helft van het geld
eruit, geeft dit aan de knecht en zegt hem dat hij niet langer nodig is.
Naar chassidisch gebruik gaat het verhaal uitgebreid verder. De rijke koopman maakt moeilijke tijden door en
verliest al snel alles wat hij bezit. De knecht daarentegen, die altijd arm is geweest, investeert het geld dat hem
is gegeven en door een reeks wonderbaarlijke gebeurtenissen komt hij in grote welstand te verkeren. De jaren gaan
voorbij. Degene die oorspronkelijk koopman was, is een bedelaar geworden die in lompen gekleed gaat. Hij reist van
stad naar stad, bezoekt daar steeds de rijke wijken en hoopt dat de mensen zo vriendelijk zullen zijn hem wat brood
te geven. Soms werkt dit; dikwijls lijdt hij honger.
Op een dag lijkt het geluk hem toe te lachen. Hij arriveert in een nieuwe stad en belt aan bij het grootste
huis. De man die opendoet geeft hem niet alleen tien roebels, een fantastisch bedrag in die tijd, ook nodigt hij
hem uit over twee dagen terug te komen voor het sabbatsmaal op vrijdagavond. De bedelaar is verrukt.
Iedereen weet dat een sabbatsmaal in een welvarend huishouden een overvloed aan voedsel betekent, kippensoep,
vis, vlees, aardappelen en het heerlijkste brood. Het water loop hem al in de mond als hij er alleen maar aan
denkt. Hij keert terug naar zijn geïmproviseerde slaapplaats onder een brug en valt in slaap. Hij droomt over een
fraai gedekte tafel, klaar voor een koninklijk feest en het denkbeeldige banket duurt tot in de kleine uurtjes. Als
hij wakker wordt, ontdekt hij dat hem een ramp is overkomen. Iemand heeft zijn tien roebels gestolen. Zijn dag is
plotseling bedorven. Hij moet de lange uren die komen met een lege maag doorstaan. Maar alles is nog niet verloren;
morgen is de sabbat.
Hij zit het grootste deel van de dag te kijken hoe de rivier onder de brug door stroomt en die nacht droomt hij
weer over een rijkelijk onthaal. De volgende dag gaat hij als voorbereiding op de komende gebeurtenis naar het
openbare badhuis. De stad staat de bedelaars toe gratis te baden. Hij blijft wat dralen in het warme water, maar
als hij klaar is en terugkeert naar de kleedkamer wacht hem een tweede ramp. Zijn schoenen en ook zijn kleren zijn
verdwenen. Iemand heeft de vodden die hij als lichaamsbedekking gebruikte, gestolen. Nu is hij naakt, uitgehongerd
en eenzaam en heeft hij geen cent meer.
De rijke heer die hem in zijn huis had uitgenodigd zat op zijn gast te wachten. Een uur nadat de schemering was
ingevallen, werd hij ongerust en zond hij zijn bediende uit om de bedelaar te gaan zoeken. De bediende keerde met
hem terug (hij had hem wat kranten omgeslagen) en rapporteerde dat hij de arme man had gevonden terwijl deze wild
ronddanste in het park. Ook zong hij van vreugde en lachte van plezier. Iedereen in het park dacht dat hij gek was
geworden, maar hij leek volkomen gezond. De rijke heer zorgde dat de bedelaar nieuwe kleren kreeg en verwelkomde
hem aan zijn tafel. Het was inderdaad een Koninklijke maaltijd. Toen de bedelaar verzadigd was, keek hij naar zijn
gastheer op en herkende in hem de knecht die hij lang geleden de helft van zijn fortuin had gegeven.
Natuurlijk had de rijkaard de hele tijd geweten dat de bedelaar zijn vroegere meester was. Daarom wilde hij zo
graag dat hij terugkeerde voor het sabbatsmaal. Hij had zich jarenlang afgevraagd waarom hij het geld had gekregen
en waarom hij was weggestuurd. Nu was daar nog een vraag bijgekomen: waarom danste de bedelaar in het park nadat
hij al zijn wereldse bezittingen was kwijtgeraakt? Terwijl zij na de kostelijke maaltijd van hun cognac nipten,
onthulde de bedelaar zijn geheim. Hij zei: Ik wist toen ik de geldbuidel vond dat dit zo'n enorme meevaller was dat
ik me waarschijnlijk op het hoogtepunt van mijn geluk bevond en dat me moeilijke tijden te wachten stonden. Ik
wilde je niet graag meeslepen in het ongeluk. En het leek me waarschijnlijk dat ik je in de toekomst zou moeten
ontslaan. Dan zou ik misschien weinig geld bezitten. Dus leek het me beter je je loon voor de komende paar jaar in
één keer te geven en je je eigen weg te laten gaan. Zoals bleek had ik gelijk, mijn geluk bevond zich in een
neergaande lijn en het jouwe kwam opzetten.
En al dat dansen in het park? De bedelaar zei: Toen ik het laatste restant van mijn kleding kwijtraakte en niet
dieper in de put kon raken, wist ik dat mijn lot eindelijk een wending had genomen, de zaken konden er alleen maar
beter op worden. En inderdaad, de bedelaar had weer gelijk. Toen de rijkaard het verhaal had gehoord, ging hij naar
zijn schatkist en verdeelde zijn hele fortuin in tweeën. Nu waren beiden rijk aan materiële zaken en aan wijsheid.
Men zegt dat zij door het hele land geroemd werden om hun hulp aan behoeftigen. Zij zorgden voor geld en scholing
opdat de ongelukkigen een nieuw begin konden maken. Het verhaal van het wisselende fortuin betekende veel voor
me.
In moeilijke tijden vind ik iedere keer bemoediging in de wijze les van rabbijn Nachman van Breslov: Hoe
grootser het doel dat je nastreeft, des te groter de hindernissen en barrières. Hieruit kun je opmaken dat, wanneer
er aan alle kanten enorme barrières opdoemen, dit aangeeft hoe belangrijk het doel is dat je wilt bereiken. Gezien
de huidige economische crisis, een verhaal wat zeer actueel is en waar we collectief bemoediging uit kunnen
putten.
Even voorstellen: Jaap Nieuwenhuijzen
Als bedrijfskundig ingenieur startte hij zijn loopbaan in 1991 op het snijvlak van techniek en
organisatie en heeft verschillende managementrollen vervuld, zowel in de profit-sector als bij de overheid.
Sinds 2001 is hij werkzaam als zelfstandig trainer, adviseur en interim manager.
Na zijn opleiding toepaste integrale psychologie bij het ITIP is hij zich volledig op persoonlijke ontwikkeling en
organisatieontwikkeling gaan richten. Door zijn praktijkervaring heeft hij zelf kunnen ervaren welke problemen er
in de praktijk spelen. Door training, coaching en advies levert hij een bijdrage aan het functioneren van mensen in
organisaties. Hij is ook actief als ondernemer o.a. door de oprichting van de School voor Ontwikkeling.
E: info@schoolvoorontwikkeling.nl S: School voor Ontwikkeling
|
"Hoe grootser het doel dat je nastreeft, des te groter de hindernissen en
barrières"
~ rabbijn Nachman van Breslov
|
bron: www.menscentraal.nl
|