5 mei 2010
samenhangend excelleren
Wat de mens tot mens maakt
ook in organisaties
Peter van den
Boom
zelfstandig adviseur bij Boom Training &
Consultancy
De wereldeconomie is in de afgelopen jaren door een ongekend diep dal gegaan. Veel financiële
instellingen zijn roekeloos omgegaan met de door burgers en bedrijven toevertrouwde gelden. Het eigen gewin werd
belangrijker dan de maatschappelijke zorg om de geldstromen vertrouwensvol te onderhouden. Dat kon gebeuren in een
globaliserende wereld die steeds meer gedomineerd wordt door het Angelsaksische systeem van aandeelhoudersbelangen.
Belangen van andere stakeholders delven daarbij het onderspit. De invoering van optieregelingen en het kopen van
eigen bedrijfsaandelen voeren de hebzucht tot een diep afgrijzen.
De zorg voor de triple P (profit, planet and people) als maatschappelijke noodzaak raakt daardoor
steeds meer op de achtergrond. De dominante waardeoriëntatie is versmald tot korte termijn handelen dat winst moet
voortbrengen. Maar is die Angelsaksische bedrijfsvoering nu zo goed voor de winstbijdrage van bedrijven? Nee zelfs
dát niet, concludeert Bezemer (2010) in zijn promotieonderzoek. Hij stelt dat de eenzijdige en korte termijn focus
op aandeelhoudersbelangen juist leidt tot minder bedrijfsrendementen dan het Rijnlandse model.
We hebben dan ook in de komende decennia behoefte aan duurzame relaties vanuit het ethisch besef
dat we leven in een uniek ecologisch systeem en te maken hebben met verschillende stakeholders. Om op basis van het
besef van duurzaamheid in de wereld te zijn is het noodzakelijk dat duurzaamheid ook in de organisatie geldt. Een
interne duurzaamheidgedachte gaat vooraf aan de benadering van markten en maatschappij. Als we naar buiten gericht
niet een weggooimentaliteit willen tonen naar sociale principes, mensen, producten en het natuurlijke milieu dan
zal dat intern zo geleefd en beleefd moeten worden.
Het is het principe van zo binnen, zo buiten! Pas dan kan duurzaamheid meer zijn dan een schone
schijn mission statement. Daartoe is het noodzakelijk dat in organisaties frequent reflectieve geluiden naar voren
komen. Daarbij zal het gaan over spanningsvelden tussen organisatie-effectiviteit, de mate van humaniteit en de
organisatie-ethiek. Staat in de organisatie zelf niet de duurzame menselijke maat centraal dan zal het adagium van
duurzaamheid ook niet buiten kunnen gelden voor mensen, onze planeet en winststreven.
Als winst het enig motto is, worden mensen gesocialiseerd tot een slavenhouderij (Gratton, 2004) of
willoos vee (Peters en Pouw, 2006). En dat is niet wat de mens tot mens maakt. In die situaties is er geen open
dialoog tussen het management en de werkvloer over duurzaamheid en organisatie-ethiek. Een ethiek die niet meer ter
reflectie en discussie staat, raakt in de bureaulade met als valkuil dat toch weer slechts één waarde gaat gelden:
het winststreven. De vraag die ik in dit artikel wil beantwoorden, luidt: op welke wijze kunnen reflectieprocessen
bijdragen om in te spelen op belangen van verschillende stakeholders?
Waarden en perspectieven
Een mens is gemotiveerd zich in te zetten op basis van zijn eigen aannamen en waarden. Vanuit zijn
levensvisie voedende waarden selecteert hij een organisatie “whose values fit their own” (Furnham, 2008, 231). Maar
er kan nooit sprake zijn van een perfecte aansluiting tussen de individuele waarden en de dominante
managementwaarden; alle socialisatiepraktijken ten spijt. Individuen ontwikkelden hun waarden reeds op jonge
leeftijd in interactie met hun omringende culturele en levensbeschouwelijke ideeënwereld. De beroepsopleiding waar
iemand voorkeur aan geeft, past bij die waardeoriëntatie maar versterkt ook weer die waarden en het bijbehorend
wereld-/organisatiebeeld. Waarden raken dus in zekere mate “gestold”.
Zó gesteld is een geoliede samenwerking niet meteen voor de hand liggend. Dat zien we ook geregeld
in organisaties. Soms ligt de nadruk meer op interne concurrentie en conflicten en minder op coöperatie. Veel
handboeken over organisatiepsychologie gaan uitvoerig in op het socialiseren van individuen om samenwerken in
werksituaties te optimaliseren. Een scala aan methoden komt dan naar voren: introductie bijeenkomsten voor
nieuwelingen, mentoraat, carrièrecounseling, functioneringsgesprekken, “on and off the job” training, enzovoorts.
Alles gericht op de juiste “person-job fit” omdat we er van uit gaan dat “the greater the match between the
individual’s needs and the environment attributes, the greater will be the potential for the individual’s
satisfaction and performance” (Furnham, 2008, 116).
Maar onderdrukken we met deze socialisatieprocessen niet de diversiteit aan reflectieve vermogens?
Zijn die socialisatieprocessen niet teveel gericht op voldoen en inpassen? Juist die reflectieve vermogens zijn
noodzakelijk om de boel scherp te houden; zeker waar het ethische vraagstellingen betreft. De bezinning op de vraag
“wat is goed en ethisch verantwoord?” kan nooit eindigen omdat die vraag altijd vanuit verschillende perspectieven
belicht kan worden. Naar mijn idee moet je dan ook limieten stellen aan socialisering en juist streven naar
diversiteit.
Organisatie-ethiek als noodzaak
Er zijn verschillende dooddoeners waardoor mensen niet reflecteren over ethisch verantwoord
handelen. Zo voorkomt de waan van de dag momenten van reflectie. Ook richt het financiële zwaard van Damocles ons
uitsluitend op het najagen van organisatiewinst. Een derde dooddoener: waarom bezinnen op ethisch handelen? Anderen
doen dat toch ook niet! En als laatste: we hebben in onze beleidsnota vastgelegd dat wij een klantgerichte
organisatie zijn die zich committeert aan de geldende wetten in ons land. Het gevolg van deze dooddoeners is dat we
dan kennelijk in werksituaties iets wegdrukken wat juist een mens tot mens maakt: een wezen dat in staat is te
reflecteren op zijn eigen denken, handelen en gevoel. Maar ook kan hij reflecteren op de ander met wie hij in
interactie is en op de handelingscontext. De gezaghebbende socioloog Giddens (2009: xxii) voegt daar nog aan toe
dat mensen in staat zijn “to understand what they do while they do it”.
Maar als we dat onderscheidende vermogen vergeleken met dieren nu wegduwen, worden we dan niet
gedachteloos vee dat slechts achter rentabiliteitsvergroting aanloopt? Organisatie-ethiek gaat verder dan je alleen
strikt aan de beleidsregels, procesregels of wetten houden. Een teveel aan regels doet het ethisch besef zelfs
verminderen want je hoeft niet meer zelf na te denken en verantwoordelijk te zijn. Het gaat er juist om dat mensen
zich bewust zijn van hun gedachten over een handelingssituatie en bepaalde dingen gewoon niet doen.
Een overtreding van dit gebod kan leiden tot het duperen van het leef-/woonmilieu en de medemens.
Ook kan het leiden tot bedrijfsschade, het beschadigen van een hele sector of zelfs instituut. Zie de ethische
worsteling van de financiële instellingen waar het cowboygedrag van enkele banken gevolgen heeft voor financiële
instellingen als maatschappelijk instituut. De samenleving heeft er baat bij dat er sprake is van
organisatie-ethisch handelen. Dan is het noodzakelijk frequent te reflecteren op het ethisch gehalte.
Reflectie en debat op het ethisch gehalte van een organisatie
Mensen zijn zich voor een groot deel bewust van de omstandigheden en condities waarbinnen zij
interacteren in hun dagelijkse werkzaamheden. Zij zijn in staat daarop te reflecteren. Juist waar het gaat om
ethische stellingnamen zijn die reflecties en de daaruit voortkomende debatten essentieel om verantwoorde keuzen te
maken in bepaalde handelingscontexten. Op welke wijze kunnen die reflectieprocessen worden ingericht? Dergelijke
processen kenmerken zich door het vrijuit spreken over interne en externe duurzaamheidrelaties naast de
organisatie-effectiviteit. Die openheid kan alleen ontstaan als er voldoende veiligheid is om te spreken. Naast
veiligheid en openheid moet er een reëel vertrouwen zijn in het nut van dergelijke bijeenkomsten; m.a.w. er zal
iets mee worden gedaan. Veiligheid, openheid en vertrouwen zijn dus de voorwaardelijke aspecten om een zinvol
proces van reflectie en debat te starten en te onderhouden.
Reflecties kunnen het beste voortkomen uit reële vraagstellingen die zich aandienen.
Deze hebben voorkeur boven gefantaseerde Socratische cases. Als mensen vrijuit spreken blijkt de pluriformiteit
(van waarden en perspectieven) in een organisatie. Pluriformiteit is niet bedreigend maar juist een krachtbron die
reflectieve energiestromen initieert. Immers, waar pluriformiteit het kenmerk is van een sociaal verband, schuren
en schuiven zienswijzen, reflecterende interpretaties en gevolgtrekkingen tegen elkaar. Reflecteren hoort gepaard
te gaan met twijfel en als het goed is met openstelling voor andere zienswijzen. Zeker waar het gaat om
organisatie-ethische kwesties en de wijze waarop duurzaamheidrelaties gestalte kunnen krijgen, bestaan er geen
absolute zienswijzen. Het is eerder een zoektocht naar een aanvaardbaar standpunt om in te spelen op de
verschillende stakeholdersbelangen.
Momenten van reflectie gaan over in debat. Overtuigen is inherent aan debatteren en maakt de
subculturele pluriformiteit in een organisatie nog eens duidelijk. Maar misschien moet het niet per se gaan over
overtuigen. Voor mensen die een andere zienswijze huldigen is het eerder van belang “the art of questioning”
(Gadamer, 2003: 367) te hanteren dan ongenuanceerd ten strijde te trekken en het eigen standpunt te verabsoluteren.
Dit vereist ook specifieke vaardigheden van de procesbegeleider: respect voor de inhoudelijke reflecties, zorg voor
het open interactieproces, vertrouwen in een uitkomst en onafhankelijkheid. Al reflecterend en debatterend dient
zich de vraag aan: hoe om te gaan met …? Dit vraagt om een besluit, het contracteren van afspraken en indien nodig
maatregelen om veranderingen te implementeren. Het hier beschreven proces van reflectie, debat en contractering is
een methode van “bridging and mixing social capital” (Putman and Feldstein, 2003: 279). Een belangrijke resultante
van het hier beschreven proces is dus dat het sociaal ethisch kapitaal zich verder ontwikkelt waardoor er beter
ingespeeld wordt op de verschillende belangen van stakeholders (Van den Boom, 2007).
Gemotiveerd ethisch handelen gericht op duurzaamheid
Een organisatie is niet alleen een op winst gericht doelrealiserend verband. Elke organisatie heeft
te maken met verschillende stakeholderbelangen. Dat leidt tot een gekleurd beleidspalet dat past bij de interne en
externe stakeholderbelangen. De interne werksituatie kan voor mensen motiverend zijn als zij in staat zijn te
reflecteren en te debatteren over vraagstellingen die ertoe doen. Mensen worden daarmee partner in de
bedrijfsvoering als het gaat over strategische doelen realiseren en de duurzaamheid van interne en externe
relaties. Op die wijze kan werk ook inspirerend, motiverend en zinvol zijn.
Zo gesteld is het van belang dat mensen een mate van autonomie ervaren en dat zij hun talenten
kunnen ontwikkelen en aanwenden in het werk en dus ook in de processen van reflectie en debat over dat werk. Is dat
niet wat we beogen; dat mensen werken in een flow. Csikszentmihalyi (2003: 100) zegt dat er bij een flow sprake is
van een creatieve combinatie van effectiviteit en menselijke maat. “That is both well executed and of benefit to
humanity”. In het bovenstaande heb ik vooral op duurzaamheid in interne en externe relaties gefocust. Koersen op
een volwassen interne omgang en dus inspelen op wat de mens tot mens maakt – ook in organisaties.
Hier past geen klassiek management met de nadruk op een eenzijdige afhankelijkheidsrelatie (salaris
en ontwikkelingsmogelijkheden) bij. Het is juist een wederzijdse afhankelijkheid. Het management is immers
afhankelijk van de motivatie, inzetbereidheid en bekwaamheden van medewerkers. In onze huidige diensteneconomie
hebben managers vaak niet de gedetailleerde kijk op de wijze waarop het werk uitgevoerd moet worden.
Er is dus sprake van een machtsverschuiving met de komst van de professional. Maar er is nog een
reden waardoor de relatie vooral wederzijds en duurzaam wordt. Goed getalenteerde medewerkers zijn in staat om in
deze complexe en dynamische tijd het management te spiegelen als zij mogelijk te ver doordraaft in haar
Angelsaksische verering van aandeelhoudersbelangen. Processen van reflectie en debat brengen de menselijke maat
terug in organisaties en daarbuiten. Deze processen passen uitstekend bij ons Rijnlands model.
Literatuur
• Bezemer, P.J. (2010.) Diffusion of Corporate Governance Beliefs: Board
independence and the emergence of a shareholder value orientation in the Netherlands. Erasmus University
Rotterdam.
• Boom, Peter van den (2007) Touwtrekken om Organisatiecultuur WEKA,
Amsterdam.
• Csikszentmihalyi, M. (2003) Good Business; Leadership, Flow and the Making of
Meaning, Hodder and Stoughton, London.
• Gadamer, H-G (2002) Truth and Method, The Continuum International Publishing
Group, London (oorspronkelijke uitgave 1960).
• Giddens, A. (2009) The constitution of Society Polity Press, Cambridge
(oorspronkelijke uitgave 1984).
• Gratton, L. (2001) Zingeving in strategie; de mens als kloppend hart van de
organisatie, Pearson Eduction, Amsterdam.
• Peters, J. en J. Pouw (2006) Intensieve Menshouderij; Hoe kwaliteit oplost in
rationaliteit, Scriptum, Schiedam.
vergelijkbare onderwerpen:
inspireren in plaats van motiveren
Drijfveren - intrinsieke motivatie
leidt tot betere resultaten
Zes HR trends voor 2010
Organizational Emotion
Architecture gedragspatronen: vrienden of demonen?
Even voorstellen: Peter van den Boom

Drs. Peter van den Boom is senior organisatieadviseur, interim-manager bij Boom Training en
Consultancy, docent HR-strateeg aan de Universiteit van Groningen/AOG-SoM en verandermanagement aan de
Universiteit van Groningen/AOG-Som en UMBS, Maastricht.
In zijn boek Touwtrekken om Organisatiecultuur (WEKA, 2007) zien we dat het management cultuur wil
bezitten als instrument om strategische doelen te realiseren. Medewerkers hebben cultuur nodig als werkbestaan met
mogelijkheden voor inspirerende contacten en persoonlijke ontwikkeling. Touwtrekken dus. De studie-achtergrond van
Peter: marketing, personeel & arbeid, sociaal-culturele wetenschappen en filosofie. (Internationale)
werkervaring in marketing, HRD en consultancy.
artikelen van auteur: Een schreeuw om de
menselijke maat
Heden ten graven geschopt - Organon, Oss
Wat de mens tot mens maakt – ook in organisaties
Bonusarmoede en professietrots
Ontwikkelen intelligente organisatiecultuur
De kredietcrisis vraagt om een andere HR invulling
Partnerschap om in te spelen op turbulentie
|
All warfare is based on
deception. Hence, when able to attack, we must seem unable; when using our forces, we must seem
inactive; when we are near, we must make the enemy believe we are far away; when far away, we
must make him believe we are near. Hold out baits to entice the enemy. Feign disorder, and crush
him.
~ Sun Tzu, the Art of War
|
bron: www.menscentraal.nl
|