28 februari 2011
spirituele
weerbaarheid
Weerbaarheid: vanuit het ego
of vanuit de geest?
Spirituele weerbaarheid
Roelof Tichelaar
Roelof Tichelaar is psychisch, pastoraal en spiritueel
hulpverlener,
docent/coach weerbaarheid en auteur van diverse
boeken
De aardse werkelijkheid is normaliter de enige werkelijkheid die we met onze stoffelijke ogen kunnen waarnemen.
Naast de stoffelijke werkelijkheid is er ook een geestelijke werkelijkheid. Een mens is meer dan alleen een
lichaam; in de mens huist ook het bewustzijn en de mogelijkheid om vrije keuzes te maken. Anders gezegd: de mens is
een bezield wezen. Uit onderzoek naar bijna-dood-ervaringen is onder andere naar voren gekomen dat ons bewustzijn
niet afhankelijk is van de grijze hersenmassa in ons hoofd, maar dat het bewustzijn zelfstandig is en niet ophoudt
te bestaan als de ademhaling is gestopt en het hart stilstaat. Mensen die bijna dood waren en zich in een diep coma
bevonden, konden bijvoorbeeld hun eigen lichaam van bovenaf (en dus buiten hun stoffelijk lichaam) waarnemen.
De geest, die ons eigenlijke bewustzijn is, heeft ook levenskracht nodig om zich uit te drukken en een geestelijk
lichaam waarin hij het innerlijke leven vorm geeft. De geest en de ziel zijn niet grofstoffelijk, maar onzichtbaar
voor onze menselijke ogen, net zoals ook elektriciteit en röntgenstraling niet waarneembaar voor ons zijn. Onze
geest en ziel bestaan uit fijnstoffelijke energie, terwijl ons aardse lichaam grofstoffelijk van aard is.
De geest is onsterfelijk, dit in tegenstelling tot ons stoffelijk lichaam dat maar een bepaalde tijd meegaat en dan
sterft. Het sterven is een transformatieproces, de overgang naar de geestelijke werkelijkheid. Tijdens dat sterven
verlaten geest en ziel het lichaam om verder te leven in de geestelijke wereld. Het stoffelijk omhulsel blijft op
aarde achter en zal tot stof vergaan, terwijl de geest, omhuld met een geestelijk lichaam, naar de geestelijke
sfeer zal gaan die bij hem of haar past. (1)
weerbaarheid = ook spirituele aangelegenheid
Weerbaarheid is niet alleen een fysieke en mentale, maar ook een spirituele aangelegenheid. Als mens bestaan we
uit verschillende lagen of dimensies. Naast ons lichaam en onze psyche beschikken we ook over een geest: de
spirituele dimensie van ons bestaan. Onze geest is de kern van wie we eigenlijk zijn: het bewustzijn dat zoveel
meer is dan alleen ons lichaam en denken. Ik ben ervan overtuigd dat onze geest na ons lichamelijk sterven zal
voortleven in de geestelijke wereld. Met andere woorden: ik heb een lichaam, maar ik ben geest, bewustzijn.
We kunnen heel verschillend op een situatie of gebeurtenis reageren. De ene keer zijn we in staat heel eerlijk
naar onszelf te kijken en reageren we bewust. We kunnen als het ware van een gezonde afstand naar de situatie,
onszelf en onze emoties kijken en hebben onszelf daardoor in de hand. Maar het kan ook gebeuren dat diezelfde
emoties ons plotseling in beslag nemen en dan reageren we vanuit een andere laag. We zijn niet langer in staat
eerlijk naar onszelf te kijken, maar zoeken de schuld alleen maar bij de ander. We voelen onszelf dan misbruikt,
gekwetst of het slachtoffer van afwijzing.
Zo kunnen we woedend worden en onze zelfbeheersing verliezen. Maar we kunnen onszelf ook gekwetst terugtrekken en
als het ware ‘uit contact gaan’. We trekken een dikke muur op en zijn niet meer bereikbaar. Een andere reactie kan
zijn dat we absoluut niet meer weten hoe te reageren. We vallen stil en staan als verlamd aan de grond genageld.
Deze drie reacties worden wel ‘vechten’ ‘vluchten’ en ‘bevriezen’ genoemd en alle drie komen ze voort uit onze
menselijke emoties. Zowel het vechten, vluchten als bevriezen kunnen heel functioneel en levensreddend zijn. Maar
zolang we alleen vanuit onze emoties op situaties reageren, kunnen we niet vanaf een gezonde afstand naar onszelf
kijken, maar zijn we door die emoties verblind, verlamd of verdoofd.
ons ego
Ons ego is in feite een toestand van ons bewustzijn waarin we onze geestelijke vrijheid hebben verloren. Het
leeft in een voortdurende waan van afgescheidenheid, een illusie dat alles op eigen kracht volbracht moet worden.
Vanuit dat ego hebben we verleerd in grotere verbanden en ruimere dimensies te denken.
We maken deel uit van een groter geheel. Dat grotere geheel is te vergelijken met een menselijk lichaam: het
bestaat uit losse cellen die samen een structuur, een eenheid vormen. Enerzijds zijn die cellen zelfstandig,
anderzijds maken ze deel uit van het hele lichaam. Iedere cel moet in dat lichaam begrensd zijn om zijn unieke taak
in dat lichaam te kunnen vervullen en daarmee het lichaam in stand te houden.
Zodra cellen op eigen houtje in dat lichaam gaan woekeren, ontstaat er ziekte. Het gevolg is dat andere cellen als
het ware verdrukt worden en als deze wildgroei niet begrensd wordt, zal het uiteindelijk leiden tot de dood.
verbanden verliezen
Zodra een cel het contact met het geheel kwijtraakt, gaat hij woekeren: hij verliest de verbanden van het grote
geheel uit het oog en verliest daarmee ook het contact met zijn eigen essentie.
Zo is het ook met de individuele mens. We zijn meer dan mens, meer dan individu alleen. En zodra we onze eenheid
met de ander uit het oog verliezen, gaan we ons als een vijand tegenover die ander gedragen, wat in strijd is met
de grote wet van eenheid.
Soms moeten we corrigerend optreden zodra iemand onze essentie dreigt te overschaduwen en ons aantast in onze
eigenheid. Dat grenzen stellen is niet louter bedoeld om jou als individu te beschermen, maar ook om het geheel van
de grote eenheid te dienen.
We moeten die ander ook de correctie – en dus de wijze les – gunnen als dat nodig is. Soms is het juist een daad
van egoïsme als je verzuimt je grenzen te stellen. Door dat te verwaarlozen, verwaarloos je niet alleen jezelf,
maar ook de ander én de grote eenheid waar we deel van uit maken.
Menselijk gezien lijkt het soms heel egoïstisch om onze grenzen te stellen, maar het tegendeel is dikwijls waar.
Het niet stellen van grenzen is veel eerder een daad van egoïsme, omdat we dan de essentie van het leven uit het
oog verliezen. Daarvoor kunnen we verschillende redenen hebben, waarvan ik er een aantal heb genoemd. Gemakzucht,
graag aardig gevonden willen worden, angst, noem ze maar op: het zijn allemaal krachten die juist vanuit ons ego
werkzaam kunnen zijn.
weerbaarheid zonder spiritualiteit = oppervlakkigheid
Omdat spiritualiteit in mijn beleving nauw verbonden is met alle facetten van ons leven, speelt het ook in de
weerbaarheid een belangrijke rol. Weerbaarheid zonder spiritualiteit kan gemakkelijk vervallen tot
oppervlakkigheid, waardoor het hogere doel gemist wordt. Ik denk dat het de levenstaak van ieder mens is harmonie
te scheppen in zijn of haar leven en de weg naar binnen te gaan, onder andere door zichzelf te leren kennen en stil
te staan bij levensvragen als: waarom ben ik hier geboren en wat is mijn bestemming? We zijn hier om geestelijk te
groeien en de juiste keuzes te maken, die ertoe leiden dat we uiteindelijk weer terugkeren naar onze geestelijke
oorsprong.
Spiritualiteit zonder weerbaarheid maakt ons kwetsbaar in de negatieve zin van het woord. Onze gezonde aarding, dat
wil zeggen: de verbinding tussen onze geest, ons lichaam en de aarde, zal ondermijnd raken. Als spiritualiteit niet
stevig is geaard, gaan we zweven en verliezen we onze aardse nuchterheid. Weerbaarheid bepaalt ons juist bij de
grenzen die onze persoonlijke levensruimte moeten beschermen, zodat allerlei negatieve invloeden niet kunnen
binnenkomen.
Vanuit onze geest kan weerbaarheid een bezielende kracht zijn. Zolang weerbaarheid niet voortkomt uit onze
diepste kern, mist het een belangrijk fundament en is de kans groot dat dit voor anderen voelbaar zal zijn in die
zin, dat het de werkelijke overtuigingskracht mist. Daarom moeten we onszelf altijd afvragen of onze weerbaarheid
voortkomt uit onze geest of uit ons ego. Die laatste is alleen gericht op zichzelf. Het is ons menselijke ik dat
vooral op de buitenwereld is gericht, maar zichzelf centraal stelt. Dat andere ik, onze geest, is tijdloos en ook
innerlijk gericht en stelt niet zichzelf centraal, maar heeft oog voor God en het grote geheel waar we deel van
uitmaken.
Onze geest is ons wezenlijke zelf, ons menselijk ik is de persoonlijkheid die we zijn geworden door wat we
hebben geleerd en ervaren.
Doordat het ego zichzelf centraal stelt en uit angst tracht zichzelf in stand te houden, is het geen wezenlijke
kracht waarop we onze weerbaarheid kunnen bouwen. Het ego gaat aan de kracht van God voorbij, die zich in onze
geest wil manifesteren. Ons alledaagse, menselijke, lagere ik dat zich vooral laat zien in boosheid, terugtrekking,
angst, frustratie of beschuldiging, is eigenlijk los zand en geneigd zichzelf te gronde te richten. Maar dat
menselijke ik hebben we op aarde wel nodig en bovendien wordt ieder mens ermee geboren.
geestelijke groei
Overigens is onze geestelijke kern in de kiem bij de geboorte ook al in ons aanwezig. Geestelijke groei betekent
onder andere dat ons wezenlijke zelf steeds meer aan het licht komt. En dwars door dat hoger zelf heen kan ook het
hoogste licht in ons geboren worden. Dat is onze verbinding met het Hogere, met God. We komen allemaal voort uit
God, de hoogste bron van liefde en het is de bedoeling dat we ook weer in Hem terugkeren. Ons geloof in God zal
onze weerbaarheid een spiritueel draagvlak geven. En geloven betekent voor mij dat we ons bewust zijn van Zijn
aanwezigheid in ons. Geloven is bewustzijn, een innerlijk weten dat de liefde het hoogste is dat we kunnen ervaren
en dat we in die liefde ook werkelijk beschermd zijn.
Het stellen van grenzen staat niet op zichzelf maar dient een hoger doel, namelijk: je geest, ziel en lichaam
veilig stellen, zodat jij je vrij kunt ontplooien in het leven dat je leidt. Grenzen stellen is geen doel op zich
en dat mag het ook niet worden.
Sommige mensen gaan er prat op dat ze hun grenzen consequent bewaken en dat ze ‘iedereen wel aankunnen’. Voor hen
is het een krachtmeting geworden waarin ze zichzelf menen te moeten bewijzen tegenover zichzelf of anderen. Stoer
gedrag heeft echter niets met weerbaarheid te maken, maar is dikwijls een dun laagje vernis dat een hoop
onzekerheid bedekt.
Op die manier wordt het stellen van grenzen een soort status van onkwetsbaarheid die we onszelf aanmeten en dat is
niet de bedoeling. We zullen onszelf dan afsluiten voor anderen en gaan verharden. Dan schieten we door en gaan we
aan het eigenlijke doel voorbij. De kunst is altijd te focussen op het eigenlijke doel van een confrontatie die we
moeten aangaan. Wat willen we ermee bereiken?
krachtmeting
Het is niet altijd alleen de uitdagende krachtmeting die mensen verleidt tot het onnodig confronteren. Soms
komen onnodige confrontaties voort uit het onbewust straffen van zichzelf, omdat ze zichzelf het geluk ontzeggen
door ruzie te maken en voortdurend de afkeer van andere mensen over zichzelf af te roepen.
Anderen hebben voortdurend het gevoel aangevallen te worden en kijken met argwaan de wereld in. In alles en
iedereen herkennen ze de bedreiging die hen op scherp zet. Weer anderen hebben zoveel boosheid in hun leven
onderdrukt, dat er nagenoeg niets voor nodig is om de bom te doen barsten. Ze hebben zichzelf in hun leven zo lang
op de kop laten zitten, dat ze menen van die oude pijn verlost te kunnen raken door in het heden overdreven voor
zichzelf op te komen. Ze schieten door en zijn de weg van het midden kwijtgeraakt. Weer anderen koelen hun woede
blind op anderen om zich af te reageren.
Dit zijn enkele voorbeelden van onzuivere drijfveren voor een confrontatie. Om hier voor behoed te blijven, is
zelfonderzoek nodig. Door dat zelfonderzoek voorkom je dat de motivatie om te confronteren vertroebelt.
wisselwerking tussen lichaam, geest en ziel
Omdat er een voortdurende wisselwerking is tussen lichaam, ziel en geest, heeft grenzeloosheid op het
ene vlak nagenoeg altijd invloed op een andere laag. Zo kan bijvoorbeeld iemand die heel gevoelig (of: sensitief,
of paranormaal begaafd) is en in het dagelijks leven over zich heen laat lopen, ook op paranormaal vlak negatief
beïnvloedbaar worden. Het beschermende energiepantser is dan afgebrokkeld, waardoor onzichtbare invloeden van
buitenaf zich kunnen opdringen. Mensen kunnen dat ervaren als een onzichtbare aanwezigheid, als een innerlijke
blokkade of als het horen van stemmen. In die gevallen moet de weerbaarheid niet alleen op spiritueel vlak worden
aangepakt, maar hebben ook onze fysieke en mentale laag aandacht nodig.
Ons geloof speelt een belangrijke rol als het om onze spirituele weerbaarheid gaat. Het is dit geloof, ons
bewustzijn, dat ervoor moet waken dat ons innerlijke licht blijft branden. Anders gezegd: we moeten investeren in
ons geloof, welke religie je ook aanhangt. Geloof dat het hoogste licht, de hoogste liefde in je hart woont en leer
daarop te vertrouwen.
weerbaarheid = innerlijke kracht
Weerbaarheid is een innerlijke kracht die voortkomt uit dit geloof en die ervoor moet zorgen dat de groei van
het licht in ons voltooid kan worden. Want geestelijke groei betekent met name dat dit licht in ons toeneemt.
Weerbaarheid zonder spiritualiteit wordt afgodisch doordat ons eigen ik centraal staat. Spiritualiteit zonder
weerbaarheid maakt dat we gaan zweven, dat we niet goed geaard zijn of onbeschermd rondlopen, met alle gevaren van
dien. Het gaat om de verbinding tussen deze twee: spirituele weerbaarheid.
Als onze weerbaarheid een spirituele basis heeft, zal het een enorme kracht zijn die ook doorwerkt in onze mentale
en fysieke weerbaarheid. Een kracht die het licht in ons de ruimte geeft, zodat het tot volle groei kan komen.
De groei van dit licht zet zich na onze aardse dood voort in de geestelijke wereld. Het is troostend te weten
dat de geestelijke zon (of de ‘Genadezon’ zoals die ook wel wordt genoemd) ons steeds meer zal doorlichten en dat
Zijn liefde ons steeds meer in zich zal opnemen. Maar nu al is dit proces in volle gang en hebben we allemaal onze
eigen innerlijke ruimte te reinigen en te beschermen tegen invloeden die daar niet thuishoren.
En tegen mensen die vanuit hun geringe eigenwaarde die weerbaarheid niet kunnen zien als iets waar ze recht op
hebben, zeg ik wel eens: ‘Als je het niet voor jezelf kunt doen, doe het dan voor het licht. Doe het dan voor God.
Als je het niet kunt zien als een recht, zie het dan als een spirituele opdracht waar je niet voor mag
weglopen.’
Soms helpt dit doordat het stellen van grenzen dan uit de sfeer van vrijblijvendheid wordt getrokken. Want alleen
wijzelf zijn verantwoordelijk voor wat we toelaten in onze binnenwereld; niemand anders dan wij alleen.
De gevolgen van nalatigheid op dit gebied zijn groot: de spirituele weg die we moeten gaan, zal worden afgesneden.
Onze creativiteit zal opdrogen en we zullen onszelf letterlijk kwijtraken. Het licht dooft in ons en onze geest zal
in duisternis leven, terwijl die voor het licht is geboren…
(1) Roelof Tichelaar, Vergeten bewustzijn – de boodschap van een spiritueel
christendom, uitgegeven door Ten Have, Kampen
Even voorstellen: Roelof Tichelaar
Roelof Tichelaar is psychisch, pastoraal en spiritueel hulpverlener, docent/coach weerbaarheid en
auteur van diverse boeken, onder andere van Fataal geluk – innerlijk
groeien door tegenslag, waarin hij vertelt over het ernstige auto-ongeluk van zijn drugsverslaafde zoon,
wat een keerpunt bleek te zijn. Daarnaast geeft hij ook lezingen. In het najaar van 2011 zal zijn boek
Weerbaar met hart en ziel – Grenzen stellen: een praktisch handboek
verschijnen bij uitgeverij Ankh Hermes.
E: Roelof
Tichelaar
S:
www.roeloftichelaar.nl
S: www.weerbaarheidstrainer.nl
artikel van auteur:
|
Weerbaarheid wil zeggen: het
door middel van mentale, verbale en fysieke technieken opkomen voor jezelf. Weerbaarheid is het
mogen, durven en kunnen beschermen van je eigen grenzen en vrijheid.
|
bron: www.menscentraal.nl
|