|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Iedereen kent die momenten: Er loopt iets niet zoals je graag zou willen dat het loopt. Je zou kunnen zeggen dat er op dat moment een probleem is. En zo'n probleem wil je oplossen. Logisch, hoor ik u denken. En als je om je heen kijkt, dan zie je ook allerlei mensen bezig met het oplossen van hun problemen, hun situatie zodanig naar hun hand willen zetten dat deze wenselijk wordt voor hen zelf. En op zich is daar ook helemaal niets mis mee. Lekker praktisch! Maar als we wat dieper naar het fenomeen "probleem" kijken, dan is het maar de vraag of een probleem werkelijk een probleem is. Misschien is het wel een gebeurtenis die ons bewust maakt van iets in ons zelf dat niet helemaal in orde is, in relatie tot wie we "in de kern" zijn. We hebben hier te maken, met wat ik de onderstroom van een probleem noem. Het materiele niveau waarop het probleem zich manifesteert noem ik dan de bovenstroom. Een concreet voorbeeld: Iemand krijgt in een beoordeling op zijn werk te horen dat hij niet functioneert. Er wordt over gesproken. De persoon belooft beterschap en gaat goed zijn best doen om "goed" te werken. Toch blijkt dat zijn collega's enige moeite met hem houden. Hij zou een "negatieve uitstraling" hebben. Ook hier wordt met de betrokken persoon over gesproken. Hij herkent het eigenlijk niet (ik doe toch juist mijn best alles zo goed mogelijk te doen? En wat is het dan precies?). Ook hierin belooft hij beterschap. En hij gaat zijn best doen om "goed mee te doen". Uiteindelijk komt er een klacht van een klant: De klant krijgt een verkeerde bestelling binnen. Tijdens een telefoongesprek hierover met de medewerker escaleert de boel. De klant meldt dit als klacht. Voor het bedrijf is de maat vol. De medewerker wordt ontslagen. Gevolg is een conflict waarin de medewerker niet begrijpt om welke concrete zaken hij niet functioneert. Bovendien voelt hij zich na jaren van trouwe dienst en "zijn best doen" plotseling aan de kant gezet. Zich bewust van zijn situatie gaat hij als een gek solliciteren en vindt gelukkig binnen 3 maanden een nieuwe baan. Opgelucht haalt hij adem. Zijn probleem is opgelost en de schoorsteen kan blijven branden. Tot zover de bovenstroomAls we nu naar de onderstroom kijken dan gaan we op een andere manier naar de situatie kijken. Hierbij vragen we ons in algemene zin af wat bij deze man heeft gemaakt dat hij vastliep in zijn werk. Hij wordt hiervoor uitgenodigd om naar zich zelf te kijken en hierin eerst contact te krijgen met wie hij in wezen is. Dit is niet zweverig maar betekent niets meer of minder dan zich zelf leren zien zoals hij is, los van allerlei (positieve en negatieve) oordelen over zichzelf. Bij de meest mensen vraagt dit enige oefening. Meestal komt de betreffende persoon er dan achter dat hij zelf een bepaald gedragspatroon heeft ontwikkeld om met een voor hem eigenlijk ongewenste situatie om te gaan. Er spelen 2 (grotendeels samenhangende) thema's in het hierboven geschetste voorbeeld: Persoonlijke grenzen en zelfontkenningEigenlijk vond deze man zijn werk al een tijdje niet meer zo leuk. Het paste niet echt meer bij hem. Maar i.p.v. hier echt naar te kijken (zonder positief of negatief oordeel) en er iets mee te doen was hij bang, dat als hij dat zou gaan doen, niet meer zou functioneren. En dan zou hij zijn baan kunnen verliezen. Hij heeft zich dus een heel lange tijd maar half verbonden met zijn werk. Hij heeft hierbij zijn eigen gevoel op de achtergrond geschoven en heeft zich veel aangepast. Hij heeft dus zichzelf onvoldoende laten horen. Maar hij heeft ook zijn grens niet getrokken. Hij ging maar door met zich aanpassen. Tijdens het eerste gesprek over zijn functioneren heeft hij zich ook niet geuit. In tegendeel, hij ging nog meer zijn best doen. Hier werden zijn grenzen steeds verder overschreden. Hier hebben we de onderstroom te pakkenHet punt is nu, dat je op het niveau van de bovenstroom steeds maar kunt blijven oplossen maar als je niet ook nadrukkelijk deze onderstroom erbij betrekt dan blijven de problemen terugkomen in steeds andere verschijningsvormen en in steeds heftiger mate. Want deze man heeft dan, in dit voorbeeld, wel een nieuwe baan maar wie zegt dat dit op den duur ook weer geen eindeloze aanpassing is. Voorbeelden van bovenstroom:In mijn coachingspraktijk kom ik heel veel vormen van vragen en problemen tegen uit deze "bovenstroom". Een willekeurige bloemlezing hieruit: Niet functioneren in het werk CommunicatieproblemenBij bijna alle mensen die zich komen oriënteren komen in eerste instantie met problematiek uit deze "bovenstroom" al dan op gewezen door hun omgeving. Dat is ook logisch want dit is voor anderen (maar ook voor de persoon zelf) zichtbaar. Voorbeelden van onderstroomNadat wat dieper in is gegaan op de "bovenstroom" kan er zicht ontstaan op wat er aan de orde is in de "onderstroom" Het gaat dan over zaken als: Geen "ik" kunnen zeggen Maar wat betekent dit nu en hoe werk je dan aan deze beide niveaus. In praktische zin is het van belang dat beide niveaus voldoende aandacht krijgen. De concrete werkelijkheid is een weerspiegeling, of uitdrukkingsvorm van hoe het is bij jou, in jouw leven. Deze staat altijd symbool voor wie jij bent op dat moment. In dat opzicht zou je kunnen zeggen dat alle omstandigheden precies bij jou passen in het moment. Als je omstandigheden "slecht" zijn, dan is dat moeilijk te geloven. Maar sommige dingen van ons zelf kunnen en/of willen we gewoon niet zien. We houden ze liever wat verborgen of kunnen ze eenvoudig niet zien. Wie zich zelf wil zien heeft immers een spiegel nodig. Meestal fungeert de persoonlijke omgeving (werk en relaties) als een goede spiegel. Een coach is ook een spiegel. Deze heeft als voordeel (als het goed is) dat deze vrij weerspiegelt, belangeloos. Zo staan de onderstroom en bovenstroom direct met elkaar in contact en beïnvloeden elkaar wederzijds. Er zijn hierbij 3 aspecten: 1. de feitelijke concrete werkelijkheid; 2. de essentiële natuur van wie je in wezen bent, je goddelijke natuur of beter nog: de "Bron". Dit is eigenlijk onbenoembaar. 3. jijzelf als persoon die zich met lichaam, geest en emoties op deze aarde beweegt tussen deze 2 aspecten en zich hiermee verhoudt. Coaching richt zich op dit derde aspect. Immers de omgeving, de concrete werkelijkheid evenals de Bron, is eigenlijk een gegeven. Niet de manier waarop de persoon zich hiermee verhoudt. Daar heb je als persoon "invloed" en kun je verantwoordelijkheid nemen. Qua omgeving heb je vaak te accepteren dat deze is zoals deze is. Je kunt hier vaak een beperkte invloed uitoefenen, althans om deze te veranderen. Echter, hoe we ons verhouden met de feitelijke omgeving dat kan een wereld van verschil maken. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor wie we in de kern zijn. We "zijn zie we zijn" maar hoe we met wie we zijn omgaan (accepterend, dwingend, lui, onderdrukkend, edelmoedig) dat kan een groot verschil maken. Vaak zien we op dit persoonsniveau in algemene zin 2 situaties: 1. de persoon richt zich te veel op zijn ego en verliest in toenemende mate zijn ware aard uit het oog, evenals de feitelijke werkelijkheid; 2. de persoon wil de werkelijkheid in steeds toenemende mate naar zijn hand zetten en onder controle houden. In deze beide gevallen "ontspoort" de zaak. vervolg van
artikel:
|
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||