|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Toch mist vrijwel iedereen de kern van de discussie: de productiviteitsparadox. Hoe hard en lang er ook wordt gewerkt, in Azië ligt het BNP per inwoner nog niet ons niveau. De economie aldaar groeit wel heel snel, maar ze zijn daarom ook hard op weg om ons in te lopen. En naar mate het gat kleiner wordt zal ook het momentum afnemen doordat import en export weer in balans worden gebracht als gevolg van een stijgende welvaart in de genoemde regio’s. Dat zal de economie daar afremmen naar ons tempo of onze economie zal aanhaken bij hun tempo. Dat is een economische wet en het gevolg van globalisering en liberalisering. Kijk bijvoorbeeld naar Japan in de periode na de tweede wereldoorlog. Bedrijven in Europa en Amerika moesten eerst door overheidsmaatregelen worden beschermd omdat het management van die bedrijven onbekwaam met de uitdaging van Japan omging. Marcel Metze heeft twee boeken over die onbekwame periode bij Philips kunnen schrijven. Tegenwoordig is Japan niet langer de snelst groeiende economie maar deelt zij in onze malaise. Meer werken, minder productiefEen ander facet van de productiviteitsparadox komt naar boven uit wetenschappelijk onderzoek naar arbeidsproductiviteit in relatie tot tijd, kennis, technologie en mentaliteit. Naar mate men meer werkt wordt men relatief minder productief. Hoe meer kennis iemand vergaard, hoe minder hij deze kennis aanwend. Hoe meer technologie er beschikbaar komt, hoe terughoudender men er mee omgaat. En als de samenleving socialer wordt, wordt het individu asocialer. Hoe komt het dat dit kabinet en de werkgevers blind blijken voor de productiviteitsparadox? Dat heeft drie redenen. In de eerste plaats is er sprake van ideologie. De ideologie van een rechts kabinet en werkgevers schrijft voor dat ongebreidelde ondernemersdrang niets in de weg gelegd mag worden. Elke interventie of drempel wordt gezien als schadelijk voor de economie. En wat zij percipiëren als economie geldt als de kurk waar de maatschappij op drijft. Daardoor wordt door dit kabinet vaak een keuze gemaakt ten gunste van de welvaart die vaak weer ten koste gaat van ons welzijn. Hier kom ik zo op terug. KortetermijndenkenEen tweede punt is het kortetermijndenken. Politici denken in termen van vier jaar en bestuurders worden jaarlijks afgerekend op hun prestaties. Er is weinig tijd voor bezinning ondanks dat zij ons anders willen doen geloven. Uit onderzoek blijkt dat topmanagers nog geen fractie van hun tijd besteden aan strategie, terwijl dat de taak is waarvoor ze zijn aangesteld. Zij besteden hun tijd bij voorkeur aan het blussen van brandjes omdat ze die taak niet durven of willen delegeren. Deze brandjes ontstaan overigens meestal door het ontbreken van een duidelijke strategie. En politici die weten dat zij slechts vier jaren krijgen om hun stempel te drukken willen in hun haast nog wel eens onzorgvuldig met sociale partners omspringen. Econonomie = geld? Het belangrijkste punt is echter dat economen hun vak verloochenen. Arnold Heertje stelt in zijn boek ‘Economie in een Notendop’ dat economen moeite hebben met het uitgangspunt van hun wetenschap en het misverstand in stand houden dat economie alleen om geld zou gaan. Economie is de wetenschap die inzicht geeft in omgang met schaarse middelen gericht op het bevredigen van behoeften. Volgens de economie dient er een schaars goed te worden geofferd om een nog schaarser goed te verkrijgen. In de volksmond noemen wij dat de wet van vraag en aanbod. Met het ontstaan van geld als ruilmiddel en rekeneenheid zijn economen voor het gemak de economie in termen van geld gaan beschouwen, maar dat is beslist een fout wereldbeeld. Van zaken als vrije tijd, gezondheid, milieu, liefde, geluk en wijsheid zal niemand betwisten dat zij relatief schaars zijn, ook al zijn deze zaken niet altijd direct in geld uit te drukken. Aldus behoren wij niet alleen over welvaart, maar ook over welzijn te spreken als we het over economie hebben. De meeste economen zijn echter verworden tot boekhouders en rekenmeesters die achteraf uitsluitend cijfermatig analyseren waar het fout is gegaan en op basis van extrapolatie of trendanalyse een voorspelling doen over de toekomst. Frappant is het dat juist natuurwetenschappers en sociologen de wet van schaarste, zij noemen dit knelpunten of beperkingen, beter lijken te begrijpen dan onze economen. De natuurkundige Eliyahu Goldratt doet al 20 jaar onderzoek naar dit fenomeen en wordt tegenwoordig terecht gezien als managementgoeroe. Ook Rob Zuijderhoudt en andere chaostheoristen doen al jaren onderzoek naar de productiviteitsparadox. En onder aanvoering van Nicholas Carr (Harvard business Review) is de discussie onder de IT-strategen inmiddels ook weer hoog opgelaaid. Ook andere professionals als arbeidsdeskundigen, psychologen, sociologen en zelfmanagement-goeroe’s hebben bijgedragen aan discussies over de productiviteitsparadox. Wat zijn de onderzoeksresultaten tot nu toe?1. Werk heeft de neiging de beschikbare tijd te vullenDat wil zeggen dat wanneer men iemand vijf dagen voor een klus geeft, iemand er ook vijf dagen over doet. Terwijl diezelfde persoon wanneer hij maar vier dagen tot zijn beschikking heeft, deze klus in vier dagen af heeft. In de praktijk zie ik dat bij een mij bekende HR-manager. Zij is twee jaar geleden een dag minder gaan werken, zonder dat er iets aan het behoorlijk gevulde takenpakket veranderde. Niemand, buiten haarzelf en haar gezin, heeft er iets van gemerkt. Daartegenover ken ik twee mensen die een duobaan vullen waar voorheen een fulltimer zat. Zij zijn nu beide 3 dagen per week druk met het takenpakket waar een fulltimer slechts 5 dagen voor nodig had. En de geschiedenis leerde dat toen de ATV/ADV zijn intrede deed hetzelfde werk gewoon met dezelfde mensen werd uitgevoerd. Er kwamen nauwelijks banen bij. We mogen ervan uitgaan dat het omgekeerde dan ook geldt. Door weer 40 uur te gaan werken, zoals Zalm en Brinkhorst willen, zullen weliswaar weinig banen verdwijnen, maar zal ook de productiviteit niet of nauwelijks toenemen. Uit diverse arbeidsonderzoeken komt naar voren dat iemand eigenlijk maar 4 tot 6 uur per dag echt geestelijk productief kan zijn. En we willen nou eenmaal een kenniseconomie zijn. We produceren in Nederland feitelijk vrijwel niets meer, op wat assemblagewerk en de agrarische sector na. 2. Het studentensyndroomMensen hebben de natuurlijke neiging om tot het laatste moment te wachten om tot actie over te gaan. Waarom vandaag al leren voor een tentamen van volgende week? Er is immers nog tijd genoeg. Het gevolg is dat we altijd te laat aan een klus beginnen en die maar net op tijd afkrijgen, of net niet. vervolg van artikel:
|
|
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||