12 maart 2007
esthetisch verantwoord ondernemen
Schoonheid in organisaties
Op weg naar Esthetisch Verantwoord Ondernemen (EVO)
Steven de Groot
werkt als onderzoeker / advsieur bij KULTIFA. Een onderzoeks- en adviesburo dat zich richt op prestatieverbetering
& esthetiek van kennisintensieve organisaties en kenniswerkers
Nederlandse
organisaties zijn lelijk. Er werken lelijke mensen, die met lelijke motieven, in lelijke omgevingen en middels
lelijke processen lelijke producten en diensten voortbrengen. Waar we ons dagelijks omringen met kunst, mooie
dingen en vriendschappen, vergeten we oog te hebben voor schoonheid in ons werk. Schoonheid in organisaties, kan
dat wat zijn? Dit artikel gaat in op wat schoonheid in organisaties zou kunnen zijn, wat het verschil is tussen
productieschoonheid en schoonheidsproductie en hoe te werken aan organisatieschoonheid.
Wat is
schoonheid?
Tientallen
filosofen zoals Plotinos, Augustinus, Kant, Aristoteles, Habermas, Van Acquino en Burke hebben de afgelopen
eeuwen getracht de vraag te beantwoorden ‘wat schoonheid is’.
Hoewel we moeilijk kunnen vaststellen wat schoonheid is, kan wel gesteld worden dat deze iets van doen heeft met
kenmerken als harmonieus, in evenwicht, symmetrie, volmaakt, eenvoudig, zuiver, authentiek. Maar ook haast
tegenovergestelde kenmerken noemt men als spannend, nieuw, uitdagend, innovatief, verassend, vreemd, apart. Ook
woorden als elegantie, liefelijkheid en onschuldigheid, resoluutheid en robuustheid, directheid van expressie
gebruikt men veel om waardering voor iets moois te uiten.
Vaststellen
wat schoonheid is anders dan het duiden van enkele kenmerken lukt dus niet. Wel kunnen we constateren dat
schoonheid gradueel, subjectief en persoonsafhankelijk is en bovendien door de beleving dor tijd heen
verandert.
Met gradueel wordt hier de bandbreedte tussen mooi en lelijk bedoeld. De één vindt een pianoconcert van Mozart
prachtig, terwijl een ander daarvan gruwelt. Schoonheidsbeleving is dus subjectief? Niet helemaal. Schoonbeleving
wordt ook wel beschouwd als een individueel vermogen - een competentie - om schoonheid te kunnen herkennen en te
waarderen. Men noemt dit ook wel esthetische sensitiviteit of esthetische sensibiliteit. Je kunt dit
wel vergelijken met bijvoorbeeld muzikaliteit of oog voor mooie dingen dat de ene persoon meer bezit dan de
ander.
Behoefte aan
schoonheid
Mensen hebben
behoefte aan schoonheid. We omringen ons dagelijks met mooie dingen, mooie mensen, kunst en reizen naar landen
waar we mooie culturen ontmoeten. Waar komt die behoefte aan schoonheid vandaan? Maslow’s hiërarchie van
behoeften onderkent een behoefte aan schoonheid, waarbij gesproken wordt over esthetische behoefte.
Hij stelde de motivatie-hiërarchie op, waarin de eerste typen van behoeften krachtiger zijn dan de latere en ook
eerst bevredigd moeten worden, voor de volgende aan bod kunnen komen.
Als we buiten ons werk een behoeft tonen voor schoonheid en deze dagelijks vervullen, hoe zit het dan met
schoonheid in ons werk, waar we wekelijks zo’n 32 uur en dat ongeveer 40 jaar lang mee bezig zijn?
Schoonheid
in organisaties
Nu we enig
gevoel hebben bij wat schoonheid zou kunnen zijn, maken ik de overstap naar schoonheid in organisaties. Het
onderwerp schoonheid in organisaties is niet nieuw. In de literatuur zijn grote bijdragen geleverd over dit
onderwerp (aesthetics in organizations & organizational
aesthetics) door Strati en Gagliardi (beiden afkomstig uit Italië, het land dat lang als het toonbeeld gold
voor vormgeving). Zij hebben zich onder meer verdiept in gradaties van schoonheid en de typen dragers van
schoonheid zoals huisstijl, kenmerken van medewerkers, de fysieke ruimte van de organisatie, de artefacten
binnen organisaties en het management (de ‘manager als artiest’ en het management dat leert van leiderschap in
een meer artistieke omgevingen zoals orkesten, ontwerpafdelingen, dansgezelschappen)
In Nederland
heeft Mathieu Weggeman in 2003 in zijn boek ‘Provocatief adviseren' het vraagstuk van de esthetische organisatie aangesneden. Hij introduceert daarin de term
‘esthetische organisatie’ en typeert deze als ‘een aantrekkelijke playground voor degene die gelooft dat
je met elkaar meer kunt bereiken dan alleen en die zich realiseert dat de genoegens van het samenspel voor de
solist verborgen blijven. (..) De esthetische organisatie is bovenal een oase voor de spelende mens die zijn
ambities met anderen deelt en zich evengoed door hen laat inspireren’. Hij noemt een voorbeeld van een
organisatie waarin de medewerkers, vooral die op de werkvloer, mooi met elkaar zingen en trots zijn op de mooie
CD, die ze daarna samen uitbrengen.
Op basis van
studies van Strati (1999), Alvesson & Berg (1992) en de verschillende gesprekken die ik had bij organisaties als Philips,
Ministerie van Economische Zaken, Penta Scope, Randstad, Het Nationale Ballet en het Nederlands Philharmonisch
Orkest ben ik gekomen tot de volgende drie niveaus of lagen binnen een organisatie, waarop schoonheid gestalte kan
krijgen:
-
het
mensniveau;
-
het organisatieniveau;
-
beschouwerniveau.
Schoonheid op
het mensniveau in organisaties betreft aspecten als schoonheid als
individuele waarde en individueel vermogen om schoonheid te kunnen waarnemen, te waarderen en te kunnen creëren
(esthetische sensitiviteit). Op basis van de gesprekken die ik
had in organisaties definieerde ik veertien competenties, die organisaties beschouwen als ‘esthetiek verhogend’
zijn. Esthetische sensitiviteit, gewetensvolheid (beroepsethiek), zelfinzicht (met name over de eigen
bekwaamheden, het eigen ambacht), leervermogen en vermogen om samen te werken beschouw ik als de belangrijkste
vijf competenties die van levensbelang om te kunnen werken aan schoonheid in organisaties.
Met
schoonheid op organisatieniveau doel ik op de schoonheid in de organisatieaspecten zoals
cultuur, samenwerking, processen, inrichting & vormgeving. De schoonheid van een omgeving die
schoonheidscreatie biedt, schoonheidscreatie faciliteert, alle zintuigen positief prikkelt en ‘lelijkheid’
corrigeert en uitbant. Veldhoen (2005), baanbrekend architect en ondermeer ontwerper van het veelgeroemde
Interpolis-gebouw, onderscheidt een fysieke omgeving (doel: de organisatie van interactie), een mentale
omgeving (doel: de creatie van cultuur) en een virtuele omgeving (doel: de mobilisatie van informatie).
Dit blijkt een handige ordening om schoonheid bespreekbaar te maken in organisaties.
Het (schoonheids)imago van de organisatie heeft te maken met de inspanningen van
een organisatie om mooi gevonden te worden door haar omgeving. Denk hierbij aan de huisstijl, (reclame)
uitingen, sponsoring, prijzen voor ‘goed werkgeverschap’ of investeringen in maatschappelijk verantwoord
ondernemen (MVO).
In de
volgende afbeelding zijn de schoonheidsniveaus – de schillen van de organisatie – met de belangrijkste aspecten
van schoonheid afgebeeld.
Samenvattend
kan gesteld worden dat een organisatie verschillende dragers van schoonheid kent, waardoor gesproken kan worden
van schoonheid in organisaties. Terugkijkend op de gesprekken die ik had met velen over schoonheid en op het
onderzoek naar bronnen over dit onderwerp, ontstaat langzamerhand een gevoel bij wat schoonheid in organisaties
zou kunnen zijn.
Ik heb deze verwoord in de volgende kenmerken van organisatie.
|
In mooie
organisaties:
1.
zijn
medewerkers bewust bekwaam en bewust onbekwaam en wordt alles in het werk gesteld om hier aan te
werken;
2.
dragen
medewerkers bij aan het succes van collegae;
3.
wordt regelmatig
gelachen en plezier gemaakt;
4.
ervaren
medewerkers inspirerend leiderschap en heeft men vertrouwen in de leiding;
5.
vindt een
voortdurende positieve prikkeling plaats van de zintuigen;
6.
zijn
‘schoonheidswaarden’ vertaald naar gedrag en spelregels, leiderschap, processen, inrichting,
producten & diensten en uitingen;
7.
wordt zichtbaar
schoonheid beleefd en esthetische waarde gecreëerd zonder directe economische doelstelling (mooi
om het mooie of - naar Belgisch gebruik - schoon om het schone);
8.
wordt de fysieke
werkomgeving (inrichting, gebruik materialen, licht etc.) als prettig en stimulusrijk
ervaren;
9.
versterken
esthetische aspecten de sociale, maatschappelijke en economische doelen van de
organisatie;
10. en is men trots
op hetgeen men met elkaar realiseert.
|
Schoonheidsstrategieën: productieschoonheid en schoonheidsproductie
Opvallend bij het vaststellen van wat
schoonheid in organisaties zou kunnen zijn, zijn de twee richtingen of strategieën die organisaties - veelal
onbewust – onderkennen. Enerzijds zijn er organisaties die zich richten op mooie producten of diensten
voorbrengen (WAT). Daarnaast zijn er organisaties die deze mooie producten of diensten op een mooie manier
willen voortbrengen (HOE). Deze organisaties zijn in mijn beleving in de meerderheid.
Naar analogie van ‘op een goede wijze de
goede dingen doen’ zou je kunnen spreken van twee schoonheidsstrategieën:
-
schoonheidsproductie: mooie producten en diensten voortbrengen;
-
productieschoonheid: op een mooie wijze producten en diensten voortbrengen.
En met een vergrotende trap: ‘op een mooie
wijze mooie producten en diensten voortbrengen’ (productieschoonheid x schoonheidproductie).
Organisaties die zich richten op het voortbrengen van mooie producten en
diensten duid ik aan met kunstfabrieken. Dit type organisatie heeft
als eerste doelstelling om mooie producten en diensten voort te brengen, letterlijk het produceren van
schoonheid. Ze leveren producten en diensten die de zintuigen van hun afnemers positief prikkelen. Ze kennen een
soort intrinsieke gedrevenheid en vermogen om uit zichzelf schoonheid te produceren. Deze organisatie
‘streeft er voortdurend naar dat haar collectief geproduceerde artefacten door steeds
meer mensen, van een steeds hogere esthetische waardering worden voorzien’ (Weggeman,
2003).
Organisaties die zich richten op
een mooie wijze voortbrengen van producten en diensten noem ik operatieteams. Hierbij moet u niet per definitie denken aan een operatie van
een mens in een ziekenhuis, maar aan ieder willekeurige operatie die enkel door een samenhangend en –werkend team van disciplines kan worden
uitgevoerd.
In dit type organisatie zijn
saamhorigheid en teamwork
de voorwaarden voor welke output dan ook. In deze organisaties ‘realiseert men haar
hoogste potentieel als mensen samen aandachtig schoonheid produceren’ zoals Weggeman eerder stelde.
Operatieteams zijn geoliede machines door een goede invulling van samenwerking (cultuur), de esthetische
competenties, de fysieke inrichting van de organisatie, de werkplek en mooi leiderschap. Legereenheden,
sportteams en verder alle zelfsturende teams zouden voorbeelden kunnen zijn van organisaties waarbij
productieschoonheid het eerste doel is. Schoonheid ontstaat haast vanzelf als een bijproduct door een perfecte
samenwerking.
Dan tenslotte zijn er nog organisaties waarbij
productieschoonheid een voorwaarde lijkt te zijn voor schoonheidsproductie. Dit type organisatie moet
blijvend investeren in beiden strategieën. Ik duid deze organisaties aan met kunstgroepen. U kunt hierbij in eerste instantie denken aan organisaties
die letterlijk in gezamenlijkheid kunst voortbrengen zoals balletgezelschappen, orkesten en koren.
Maar daarnaast kan iedere
willekeurige organisatie waar op een mooie wijze mooie dingen worden voortgebracht zich kunstgroep
noemen.
Organisaties die oog hebben voor
schoonheid, zullen werken aan beide strategieën, met wellicht de focus op één
strategie.
Werken aan schoonheid:
Esthetisch Verantwoord Ondernemen (EVO)
Om van mooi naar mooier te komen, om tot
Esthetisch Verantwoord Ondernemen (EVO) te komen, stellen we - met dank aan de groet relatie met dit onderwerp
en de verzamelde best practices Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO), een schoonheidprogramma voor. Ik
noem dit het Organisation Beauty Program. Dit programma bestaat
uit de volgende vijf processtappen:
·
Stap 1: extern oriënteren: wat is de
waarde van schoonheid bij afnemers?
·
Stap 2: intern
oriënteren: wat is de waarde van schoonheid en het vermogen
om deze te creëren bij afnemers?
·
Stap 3: spiegelen: wat is de
huidige gradatie van schoonheid in de organisatie?
·
Stap 4: kiezen schoonheidsstrategie:
productieschoonheid en/of schoonheidsproductie?
·
Stap 5: opzetten
monitoringsysteem.
·
Stap 6: werken aan schoonheid in uw
organisatie: hoe wordt uw organisatie mooier?
·
Stap 7:
communiceren.
In het boek
‘Schoonheid in organisaties. Op weg naar Esthetisch Verantwoord Ondernemen (EVO)’ dat bij Eburon verscheen
worden deze stappen uitgewerkt.
Wat levert schoonheid op?
Of schoonheid wat oplevert is
een impertinente vraag. Is schoonheid om schoonheid niet genoeg? Onze neiging naar Angelsaksisch denken en
handelen vraagt helaas toch om een antwoord om de Nederlandse manager ervan te overtuigen dat deze moet werken
aan schoonheid in zijn organisatie.
Organisaties die zichzelf als
‘mooi’ typeren spreken van een aantoonbare verhoging van trots, betrokkenheid en verhoging van productiviteit bij medewerkers, wat leidde tot een betere financieel rendement en een
hogere aandeelhouderswaarde. Net als MVO zou ook EVO in meerdere opzichten iets op kunnen
leveren.
Het is nu aan u om schoonheid in uw
organisatie aan de orde te stellen. En liever nog, hieraan te werken als een organisatiewaarde of misschien
zelfs wel als een nieuw strategie perspectief.
Alvesson, M & P. O. Berg. Corporate culture and Organizational Symbolism: An
Overview. De Gruyter, 1992
Veldhoen. E. The Art of Working. Academic Service,
2005
Artikelen over een vergelijkbaar onderwerp:
levend werken: passie en
bezieling
toewijding als
drijfveer
inspireren in plaats van
motiveren
Even voorstellen: Steven de Groot

Steven de Groot (auteur
‘Hun zien het verkeerd’) is adviseur, onderzoeker, schrijver en ondernemer. Hij werkt als adviseur bij
onderzoeks- en adviesbureau KULTIFA. Bij het IVA Instituut voor beleidsonderzoek en advies (Universiteit
van Tilburg) raakte hij gefascineerd door het ontrafelen en benutten van patronen in organisaties aan de
hand van CMO-configuraties.
Hij schreef eerder de boeken Kennis in uitvoering. Werkboek kennismanagement, Presteren
met professionals en Schoonheid in organisaties.
|
Een ware leider legt een besluit niet op, maar
zorgt ervoor dat mensen het zichzelf opleggen.
Nelson Mandela
|
bron: www.menscentraal.nl
|