|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Theorie is gestolde praktijkHet lijkt zo’n eenvoudige zin: theorie is gestolde praktijk. Maar deze ene zin omvat vele werkelijkheden. Of zoals een geleerde het ooit zei: "Op het moment dat je de werkelijkheid onderzoekt verander je deze al." Waarmee ik maar wil zeggen dat elk model een beperking is van de werkelijkheid. Elk model ontstaat vanuit een levensvisie, een bepaalde kijk op of perceptie van de werkelijkheid. Dat wil dus ook zeggen dat een model alleen werkt als je de onderliggende levensvisie kunt accepteren. Ik heb het gevoel dat men, in ieder geval in het Westen, de neiging heeft te denken in problemen (DIPpen). Wil je aan dit boek iets hebben, dan is het handig om te denken in mogelijkheden (DIMmen). Het is de bedoeling dit boek te lezen met de volgende vragen in je achterhoofd: wat kan ik hiermee, welke elementen kan ik overnemen en integreren in mijn eigen manier van denken en kijken? Kortom, zoek niet alleen de verschillen, maar juist ook de overeenkomsten. OntwikkelingPas achteraf heb ik mij gerealiseerd welke elementen in mijn leven van belang zijn geweest bij het ontstaan van het TransActional Combi Model (TACM). Om te beginnen is dat mijn voortdurende nieuwsgierigheid naar het gedrag van mensen en de betekenis ervan. Daarnaast mijn verwarring over het feit dat bepaald gedrag kan ontstaan op basis van totaal verschillende normen en waarden. Ik geef wel eens het voorbeeld van de christenen die minstens zo veel mensen vermoord hebben tijdens de kruistochten als de nazi’s in de Tweede Wereldoorlog. Op basis van twee totaal verschillende normen- en waardensystemen, maar naar mijn idee ook vanuit totaal verschillende motieven. Wat eveneens een rol heeft gespeeld is de grote hoeveelheid theorieën over gedrag, groepsvorming en organisatievormen die ik de afgelopen jaren heb zien langskomen. Ik kreeg daardoor de behoefte de overeenkomsten in deze theorieën te combineren. Omdat al deze modellen zich vooral bezighouden met onderdelen van het geheel, zoals individueel gedrag, teamvorming of teamrollen, organisatievormen, organisatieveranderingen en marktstrategieën, ontstond bij mij langzamerhand de behoefte aan een model waarmee ik met dezelfde manier van kijken al deze aspecten van mensen en organisaties in een onderlinge samenhang kon begrijpen. In het TACM is dan ook een onderlinge samenhang aangebracht in kenmerken van de markt en de daarbij noodzakelijke voortbrengingsprocessen. Er is een koppeling met de soorten organisaties gemaakt en een verbinding met de daarvoor benodigde teamvormen, die weer is doorvertaald naar het type medewerker dat je daarvoor nodig hebt en de vereiste leiderschapsstijl. Ook vele anderen hadden de behoefte om niet voor elk onderdeel een ander (denk)model te moeten hanteren. Daarnaast was het van belang dat het model ‘hard’ was; het moest gaan over waarneembare fenomenen die ook meetbaar zijn. Het moest bovendien een model zijn dat niet alleen situaties en processen kon analyseren, maar ook de recepten kon geven voor veranderingen of in ieder geval ideeën kon genereren voor oplossingsrichtingen. CombinatiemodelHet is uiteindelijk een combinatiemodel geworden, waarbij met dezelfde blik gekeken is naar diverse modellen en opvattingen over organisaties en het gedrag van mensen: wat is er goed aan deze theorie, kan ik dat combineren met wat er goed is aan de andere theorie? Wat is er specifiek aan het model en wat kan ik ermee?
Het TransActional Combi Model is een volledig circulair model. Op elke plaats in deze cirkel kun je het model beginnen te begrijpen. Het is dus ook mogelijk overal in dit boek te beginnen met lezen, bij voorkeur daar waar je grootste interesse ligt. Zo kun je in het model starten bij de kenmerken van het individu. Vanuit de kenmerken van het individu kun je kijken wat deze kenmerken voor effect hebben op de interactie met een individu dat hij ontmoet. Het is belangrijk om je dan ook de wetmatigheden te realiseren die voortvloeien uit de kenmerken van het individu en de gevolgen voor het gedrag van de ander:" je gedrag is tegelijkertijd oorzaak en gevolg van het gedrag van de ander" Als je dan verder gaat in het model kun je kijken wat deze interactie en de eventuele patronen die daar in zitten betekenen voor de groep en de groepsontwikkeling. Het is logisch om vervolgens van groepsontwikkeling over te gaan naar organisatieontwikkeling. Een organisatie is immers ook een wat grotere vorm van een team. Als je dan naar de organisatie en organisatiefase kijkt, koppel dit dan aan eventuele mogelijkheden om te kunnen produceren en of dat past bij de medewerker. MarktstrategieDe marktstrategie wordt in dit model aangegeven door een versimpeling van bedrijven te formuleren. Een versimpeling is bijvoorbeeld de gehanteerde indeling van organisaties. Een capaciteitorganisatie heeft andere voortbrengingsprocessen, maar ook een andere marktstrategie dan een industrieel producerende organisatie. Productieprocessen en
marktstrategie zijn dan aan elkaar gekoppeld. En elke
marktstrategie is gekoppeld aan bepaalde soorten klanten en
klantkenmerken. Op deze manier kom je uiteindelijk weer uit
bij het individu en de kenmerken daarvan. Een medewerker is
overigens meestal ook een klant
|
|
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||