9 februari 2004
intelligentie
DE WARE AARD VAN INTELLIGENTIE
Interactiever, dynamischer en situationeler
Coert Visser
oprichter van trainings- en adviesbureau Oplossingsgericht
Veranderen en medeoprichter van www.noam.nu en trainer in de oplossingsgerichte
aanpak
Intelligentie fascineert mensen al sinds de oudheid. Wat is het? Hoe
belangrijk is het? Zijn we allemaal even intelligent? Is het aangeboren? Kun je het ontwikkelen? Heeft opvoeding
een belangrijke invloed op de ontwikkeling van intelligentie? Hieronder volgt een beschrijving van de meest
voorkomende manieren waarop we intelligentie zien. Dan volgt een uitnodiging om anders te gaan kijken naar
intelligentie.
Hoe zien we intelligentie?
Zowel leken als deskundigen hanteren wijd
uiteenlopende definities van intelligentie. Vraag maar eens aan vrienden of collega’s wat zij verstaan onder
intelligentie. U zult waarschijnlijk verwijzingen horen naar problemen oplossen, je kunnen aanpassen, snel
kunnen denken, snel kunnen leren, creatief zijn, slim zijn, goed kunnen denken, logisch redeneren, verstandig
zijn, goed kunnen analyseren, en ga zo maar door. Hoewel de variatie in antwoorden groot is, lijken de meeste
leken en deskundigen het wel over een paar aspecten van intelligentie eens te zijn.
De meeste mensen gaan er impliciet of expliciet van uit dat
intelligentie de volgende drie kenmerken heeft:
-
Intrapersoonlijk : Intelligentie is een eigenschap van individuen. Met andere woorden: intelligentie
is intrapersoonlijk. Het zit in je en is onlosmakelijk aan jou als individu verbonden.
Selectiepsychologen baseren hun adviezen vaak in belangrijke mate op individuele intelligentiemetingen.
Ook leken zien intelligentie voornamelijk als iets dat ‘in’ de persoon zit.
-
Eendimensionaal : zowel leken als deskundigen erkennen dat er verschillende dimensies of aspecten
aan intelligentie te onderscheiden vallen maar beide groepen behandelen intelligentie toch voornamelijk
alsof het een eendimensionaal begrip is. Selectiepsychologen spreken van de zogenaamde G-factor, de
algemene intelligentiefactor en vatten het resultaat van een intelligentieonderzoek samen in een enkele
(IQ-)score, terwijl leken impliciet ook vaak praten over intelligentie alsof het één ding is ("Zij bezit
een hoge intelligentie.")
-
Onveranderlijk : intelligentie is een eigenschap die onveranderlijk is vanaf de leeftijd van
ongeveer 17 jaar. De veronderstelde onveranderlijkheid of stabiliteit van intelligentie houdt in dat
mensen zowel in verschillende situaties als op verschillende leeftijd een zelfde intelligentie
hebben.
Kortom: het zit in je, het is één ding en het is
onveranderlijk.
Aanvullende zienswijzen
Deskundigen op het gebied van intelligentie
baseren hun overtuigingen vaak op een indrukwekkende hoeveelheid denkwerk en onderzoek (zie voor een voorbeeld
de website van Linda Gottfredson).
Hieronder volgt geen poging om de traditionele zienswijze van intelligentie aan te vallen maar om deze aan te
vullen.
Intelligentie valt te zien als intrapersoonlijk, eendimensionaal en
onveranderlijk maar ook als:
1.
Interpersoonlijk
Intelligentie hoeft niet alleen te worden gezien
als iets dat in het hoofd van een individu zit maar ook als iets dat ontstaat tussen personen wanneer mensen met
elkaar samenwerken. Deze zienswijze maakt het mogelijk dat intelligentie zich ook tussen mensen afspeelt. Steeds
wanneer twee mensen intellectuele prestaties leveren die zij afzonderlijk niet zouden kunnen leveren, zien we
een voorbeeld van het interpersoonlijke aspect van intelligentie. Moeilijk voorstelbaar? Denkt u eens aan het
volgende. De hersenen zijn een netwerk van naar schatting meer dan honderd miljard hersencellen (neuronen) van
verschillende soorten die ieder met vele neuronen in verbinding staan. Hoewel de hersenen tot indrukwekkende
prestaties in staat zijn, zijn de neuronen waaruit zij opgebouwd zijn niet erg intelligent. De intelligentie van
mensen zit niet in de neuronen maar in de verbindingen tussen de neuronen, dus tussen de neuronen, ofwel in het
netwerk. De vergelijking tussen hersenen en samenwerkende mensen moet niet al te ver worden doorgevoerd, alleen
al omdat hersenen onvoorstelbaar veel complexer zijn dan zelfs de meest complexe organisatie. Maar de analogie
van de hersenen maakt het voor ons wel gemakkelijker om ons organisaties voor te stellen als netwerken van met
elkaar verbonden mensen waarbij de waarde en de intelligentie van de organisatie zich niet louter in de mensen
bevindt maar tevens tussen die mensen. Het maakt het makkelijker om te denken in termen van een collectieve
intelligentie.
2.
Meerdimensionaal
Intelligentie hoeft niet alleen te worden gezien
als iets dat algemeen en eendimensionaal is maar kan ook worden gezien als een complex van meerdere dimensies
(zie bijvoorbeeld Sternberg, 1985). Hier wordt niet gepleit voor een vergaande oprekking van het
intelligentiebegrip (zoals Gardner, 1991 doet) door bijvoorbeeld ook zaken als atletisch vermogen als
intelligent te bestempelen. Laten we het begrip intelligentie reserveren voor het verstandelijke domein. Maar
ook binnen dit domein zijn er verschillende relevante dimensies aan intelligentie te onderscheiden. Eén van de
meest overtuigende modellen is van David Perkins (1995) die als belangrijke dimensies
onderscheidt:
-
neurale intelligentie, deze intelligentie geeft de algemene
informatieverwerkingssnelheid weer van de persoon, een aspect van intelligentie dat vermoedelijk raakt
aan de G-factor
-
experiëntiele intelligentie, intelligentie die gebaseerd is
op ervaringen en die zich zowel expliciet als impliciet kan manifesteren, je zou dit een domeingebonden
of situationele intelligentie kunnen noemen en
-
reflectieve intelligentie, tactieken en technieken die je
inzet om zo effectief en efficiënt mogelijk gebruik te maken van je neurale en je experiëntiele
intelligentie. Je zou ook kunnen spreken van meta-intelligentie of strategische
intelligentie.
3. Ontwikkelbaar:
intelligentie beschouwen als een
meerdimensionaal fenomeen opent meteen de mogelijkheid om intelligentie te zien als ontwikkelbaar. Waar de
G-factor (mogelijk) inderdaad niet of nauwelijks ontwikkelbaar is, zijn andere belangrijke dimensies van
intelligentie dat wel. Experiëntiele intelligentie is zeer goed ontwikkelbaar (al verloopt dit proces uiterst
langzaam). Reflectieve intelligentie kan zelfs snel ontwikkeld worden (Perkins, 1995).
Betekenis voor de praktijk
Hoewel leken en deskundigen in genuanceerde
buien vaak onderkennen dat intelligentie in zekere mate interpersoonlijk, meerdimensionaal en ontwikkelbaar is,
doen ze hier in de praktijk doorgaans niet zoveel mee. Als het waar is dat intelligentie ook interpersoonlijk,
meerdimensionaal en ontwikkelbaar is dan heeft dit veel belang voor de praktijk. Hieronder twee
voorbeelden.
Personeelsselectie: interactiever, dynamischer en
situationeler
De selectiepsycholoog zou niet alleen
geïnteresseerd zijn in het meten en rapporteren van ‘de’ intelligentie van de sollicitant maar tevens in de
volgende aspecten. Hoe goed vult de individuele sollicitant de collectieve intelligentie van het team aan? Om
hier iets over te kunnen zeggen is een meting aan het individu niet toereikend. Er zal een interactie tussen
sollicitant en organisatie moeten plaatsvinden om de ‘chemie’ te kunnen inschatten. Naast een meting van
algemene intellectuele capaciteiten wordt gekeken naar andersoortige intelligentieaspecten zoals relevante
domeinspecifieke ervaringsintelligentie en de meta-aspecten van intelligentie, zoals
probleemoplossingstrategieën, denkmodellen, tactieken etc. Als deze gezichtspunten ter harte zouden worden
genomen zou selectie interactiever, dynamischer en situationeler worden ingericht.
Zie intelligentie als een ontwikkelbaar potentieel
Ook voor leken is het belangrijk hoe zij
intelligentie zien. Onderzoek van Carol Dweck (2002) laat zien dat wat mensen denken over hun eigen
intelligentie verstrekkende gevolgen heeft. Dweck laat zien dat mensen die intelligentie zien als onveranderlijk
de neiging ontwikkelen om zich te richten op het bewijzen dat zij die eigenschap bezitten en het proces van
leren veronachtzamen. Kortom: de verkeerde overtuigingen kunnen slimme mensen dom maken. Maar er is hoop:
wanneer mensen intelligentie zien als een potentieel dat ontwikkeld kan worden dan leidt dit tot de neiging om
inspanningen te leveren en strategieën te ontwikkelen die leren en lange termijn prestaties
leiden.
Dat de manier waarop we fenomenen zien veel gevolgen heeft, is al lang bekend. Het geldt ook
voor intelligentie. Een te beperkte definitie van intelligentie leidt tot praktische beperkingen en
problemen. Een realistischere kijk op intelligentie maakt het mogelijk om deze beperkingen op te heffen en
deze problemen op te lossen.
Dweck, C. S. (2002). Beliefs that make smart people dumb. In: Sternberg (2002). Why Smart People can
be so stupid. Yale University Press, New Haven & London. Gardner, H. (1991). Multiple intelligences. New York: Free Press. Perkins, D.N. (1995). Outsmarting IQ: The emerging science of learnable intelligence. New York: Free
Press. Sternberg, R.J. (1985). Beyond IQ: A triarchic theory of human intelligence. New York: Cambridge
University Press.
Even voorstellen: Coert Visser
Coert Visser is een oplossingsgerichte trainer en coach die veel geschreven heeft over
oplossingsgericht werken. Hij is auteur van het boek Doen wat werkt en co-auteur van de boeken Paden naar
oplossingen, Succesgericht HRM en Oplossingsgericht aan de slag. Hij is medeoprichter van NOAM, het netwerk
voor oplossingsgericht adviseren en managen (www.noam.nu). Bijna dagelijks schrijft hij berichten op zijn
weblogs (www.oplossingsgerichtmanagement.nl en www.solutionfocusedchange.com )
Zijn boek 'Doen wat werkt' heeft de Gids-Prijs 2006 gewonnen voor het beste boek
voor de HR-manager.
E: coert.visser@wxs.nl
S: trainings- en adviesbureau oplossingsgericht
veranderen
S: www.oplossingsgerichtmanagement.nl
|
"Only in quiet waters do things mirror themselves
undistorted.
Only in a quiet mind is adequate perception of the
world"
Margolius
|
|