2 februari 2003
belonen medewerkers
VARIABELE
BELONING
Dennis van der
Spoel
strategieadviseur
en programmamanager bij
Acumen
In de hedendaagse conjunctuur is er opeens weer veel
belangstelling voor variabele beloning. Eigenlijk bedoelt men
prestatiebeloning. Of die prestaties individueel of collectief
zijn, of wellicht beide, blijft vooralsnog onduidelijk. Zo zijn
er bedrijven die voorstander zijn van teambelonen en weer
andere organisaties belonen doormiddel van opties, aandelen of
winstuitkeringen. Ook zijn er organisaties die onderzoeken of
het mogelijk is om in economisch krappe tijden de loonkosten te
reduceren door bankzitters minder te betalen dan gedetacheerde
medewerkers of bedrijven die een loonoffer vragen in slechte
tijden. En tenslotte zijn er bedrijven die er voor kiezen om op
basis van individuele prestaties te belonen.
Intrinsieke motivatie
Het illustreert de ivoren
toren van waaruit leiding wordt gegeven aan sommige
organisaties. Onderzoek toont immers aan dat de kloof tussen
werkgevers en werknemers alleen overbrugd kan worden als
werkgevers tegemoet komen aan de wens van werknemers om meer
balans tussen werk en vrije tijd te creëren. Daarmee wordt
erkend dat, wanneer we spreken over de retentiekracht en
prestatiedrang van een organisatie, het stimuleren van de
intrinsieke motivatie duidelijk meer effect heeft dan een
financiële prikkel.
Daarbij komt nog dat
prestatiebeloning vanuit werkgeversperspectief helemaal niet
de zegen is die onze hoofdpersoon voorstaat. Om prestaties
te belonen zul je een systematiek moeten opzetten die zo
ingrijpend is dat veel organisaties hierdoor in de problemen
kunnen komen. Een dergelijke systematiek moet immers
rechtvaardig overkomen op de doelgroep anders voelt men zich
bij voorbaat belazerd. Dat vereist een nauwkeurige en
omslachtige procedure die bestaat uit normeren, meten,
evalueren, nogmaals meten, beoordelen en belonen.
Normeren, meten, evalueren
In de eerste plaats zal
voor ieder individu, team, rol of functie een normering
moeten worden vastgelegd. Dat is op zich al een punt van
discussie. Hoeveel bedden een verpleger dagelijks verschoont
hangt mede af van de bedlegerigheid van de patiënten die
dag. Gelijksoortige afhankelijkheid geldt voor het aantal
klanten die een loodgieter per dag afwerkt en het aantal
regels code dat een programmeur dagelijks schrijft. Of het
aantal adviesrapporten dat een management consultant per
kwartaal oplevert. Zelfs sturen op declarabele uren is
discutabel omdat de persoon in kwestie dit vaak niet geheel
zelf in de hand heeft. Omdat je bij een eerlijke normering
dus invloeden van buiten moet uitsluiten of minimaliseren,
bestaat het niet dat er met een simplistisch stelsel kan
worden gewerkt. De ene klus is de andere niet, tenzij er in
homogene groepen seriematig wordt gewerkt. En let wel, meer
dan 70 procent van de Nederlandse bedrijven zijn actief in
de professionele of ambachtelijke dienstverlening. Het zijn
juist de kenniswerkers en vaklieden die schaars en dus
kostbaar zijn. Dan is er nog de kwestie van leeftijd. De
meetbare output van de categorie 50+ is wellicht gemiddeld
lager, de bijdrage aan de kennisontwikkeling- en overdracht
in de organisatie is van onmeetbare waarde.
Als een organisatie al in
staat is om de eerste horde te nemen, stelt de tweede ons
voor een nog groter probleem. "Je krijgt wat je meet" is een
veelgehoorde uitspraak. Wie zijn Account Managers
bijvoorbeeld alleen beoordeelt op omzet of marge moet niet
raar opkijken wanneer de klanttevredenheid drastisch daalt.
Hetzelfde geldt voor het uitsluitend sturen op factuurabele
uren, waardoor het minder aantrekkelijk wordt om efficiënt
te werken of kwaliteit te leveren. Om dat te voorkomen
zullen meerdere zaken tegelijkertijd moeten worden gemeten.
En om nu een balanced scorecard op persoonsniveau te gaan
invoeren gaat voor velen te ver. Prestatiemeting is op
organisatieniveau al een hele kluif, laat staan op
individueel niveau. Omdat er geen simpele normatieven zijn
laten prestaties zich gewoon lastig meten en ontstaan vaak
complexe meetmodellen.
Frequent evalueren
Goed. Nu hebben degenen die
nog niet zijn afgehaakt de eerste resultaten binnen. Deze
worden in een evaluatiegesprek teruggekoppeld aan de
werknemer. Deze wil immers regelmatig, en compleet met
toelichting, een statusrapport hebben met betrekking tot
zijn prestaties. De werknemer heeft ook behoefte aan het
geven en ontvangen van feedback. Daarbij dient de werknemer
de kans te worden geboden om zijn prestaties te verbeteren.
Alhoewel er organisaties zijn waar dit inmiddels gemeengoed
is, vinden de meeste organisaties het al een hele prestatie
om één keer per jaar een evaluatie- of beoordelingsgesprek
met elke werknemer te hebben. Wanneer de frequentie wordt
opgevoerd naar vier of zelfs twaalf keer per jaar haken de
meeste werkgevers af.
Na herhaalde evaluatie is
het tijd voor de beoordeling en de uiteindelijke beloning.
Geschiedt dit puur op basis van cijfermateriaal of met
inachtneming van persoonlijke omstandigheden? Is iemand ziek
geweest of heeft hij of zij bijvoorbeeld een scheiding
achter de rug? Één ding is zeker: als de werknemer een
uitstekend resultaat heeft neergezet en navenant wordt
beloond is er zeker sprake van een kortdurende stimulans.
Vaker is men bezig om mensen van hun roze wolk te halen. Uit
onderzoek blijkt dat gemiddeld 80 procent van het
personeelsbestand vindt dat ze bij de beste 10 procent in de
organisatie behoord. U stelt dan altijd 70 procent teleur
die voortaan minder gemotiveerd zal werken. Het totaaleffect
van prestatie- beloning kan dus wel eens fors
tegenvallen.
Personeel behouden en stimuleren
Als werkgever zou ik me nog
maar eens achter de oren krabben en vervolgens dat oor eens
te luisteren leggen bij de werknemers. Zo doet u vast betere
ideeën op om uw personeel te behouden en te stimuleren. Denk
bijvoorbeeld aan individuele invulling van het employee
benefit-pakket volgens het cafetariamodel, teleforenzen en
het delegeren van bevoegdheden. Belangrijker nog is een
goede loopbaanontwikkeling en effectief
competentiemanagement. Een ander alternatief is het invoeren
van een vorm van kwaliteitszorg, bijvoorbeeld total quality
management (TQM) of het INK-model. Ook kan juist in de
kennisintensieve dienstverlening nog veel worden gewonnen
door een juiste toepassing van informatietechnologie. Denk
hierbij bijvoorbeeld aan professional services automation
(PSA) of kennismanagement zodat administratieve organisatie
en kennisvergaring minder inspanningen vergt en werken dus
leuker en efficiënter wordt.
Betekent dit nu dat
prestatiebeloning als stimulans heeft afgedaan? Nee, het
heeft altijd slechts in bepaalde gevallen gefunctioneerd.
Dat doet het nog steeds. Ik ageer alleen tegen de trend om
prestatiebeloning als een soort Haarlemmerolie tegen een
krappe arbeidsmarkt of laagconjunctuur te beschouwen. In een
transparante organisatie waar in homogene groepen seriematig
wordt gewerkt kan prestatiebeloning complementair
functioneel zijn, mits aan een aantal criteria wordt
voldaan.
Even voorstellen:
Dennis van der Spoel
Dennis van der Spoel is strategieadviseur en
programmamanager bij Acumen. Acumen is het beste
adviesbureau op gebied van strategie- ontwikkeling en
-implementatie in Nederland. Wij nemen de
verantwoordelijkheid voor een duurzaam, betrouwbaar en
voorspelbaar resultaat. Wij zeggen wat we doen en doen wat
we zeggen. En dat doen wij goed. Dit bewijzen wij
dagelijks met onze specifieke aanpak, uitstekende domein-
en klantkennis en bijzonder goede mensen. Authenticiteit
is onze kracht!
E:
Dennis van
der Spoel S:
www.acumen.nl
|
"Niet alles wat gemeten wordt is
waardevol en
niet alles wat waardevol is kan gemeten
worden"
|
|