|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
In al deze voorbeelden wordt toegegeven aan, en meegegeven met de kracht die er om welke reden dan ook is. De rietstengel zoekt niet naar de reden achter de windkracht, maar reageert op de situatie door mee te buigen. De meeste mensen daarentegen, zijn een groot deel van hun leven bezig met het proberen te weerstaan van krachten. Kijk eens naar een automobilist die een scherpe bocht maakt: bijna iedere chauffeur buigt het hoofd of gehele bovenlichaam opzij tegen de zijwaartse druk in. Wanneer je met je hand tegen iemands schouder duwt, zal hij of zij weerstand bieden; zich schrap zetten. Mensen die heuvelafwaarts lopen, zie je vaak de hakken in de grond zetten om de neerwaartse kracht te weerstaan en niet teveel snelheid te maken. Men strijdt tegen verkoudheid, depressies, opmerkingen, leed, het weer, zichzelf en de mensen in de omgeving. Soms echter, geeft iemand de moed op en heeft dan de unieke mogelijkheid om een keuze te maken die hij eerder niet had. Op dat speciale, unieke moment kan de mens kiezen om mee te geven, of zich te laten overspoelen door de kracht. Er zijn nogal wat verhalen bekend van mensen die ‘opgegeven’ waren door de medici. Sommige van hen legden zich neer bij dat vonnis en besloten om er dan toch nog wat van te maken, gooiden de hen voorgeschreven behandelingen, diëten en andere dwingende maatregelen overboord en genoten van alles waar ze van konden genieten. Een aantal van deze mensen is als door een wonder genezen. Wat deze mensen waarschijnlijk diep van binnen hebben begrepen, is de aard en bedoeling van welke ziekte dan ook, en bovendien hebben ze de dood geaccepteerd. Ziekte heeft altijd tot functie het lichaam te genezen, hoe vreemd dat ook mag klinken. Koorts drijft ziektekiemen uit; aspirine niet. Kinderen begrijpen het principe van meegeven instinctief. Een peuter die dreigt te vallen, zakt onmiddellijk door de knieën, daarmee een perfecte demonstratie gevend van het meegeven met de gebeurtenis. Het resultaat is een veel zachtere val dan die van de volwassene, die spartelend en alles in zijn buurt vastgrijpend met veel tumult omvalt. Tegen de tijd dat de volwassene eindelijk omver ligt, is de peuter alweer nieuwe interessante dingen aan het ontdekken en zijn val vergeten. Meegeven dus. Betekent dat als een natte krant je overal bij neerleggen? Beslist niet. Meegeven is iets anders dan in elkaar zakken onder welke druk dan ook. Meegeven is het actief meegaan met de stroom; de beslissing nemen om gebruik te maken van de krachten die er toch al zijn. Het houdt eveneens in dat je ophoudt met strijden en in plaats daarvan zoekt naar constructieve beweging; meestal is dat met de stroom mee. De vergelijking met slappe vaatdoek gaat hier dan ook volledig mank, omdat er een groot verschil is tussen je laten overmeesteren door gevoelens, krachten, woorden enzovoort, en het intelligent omgaan met deze zaken. Meegeven gebeurt vanuit een onderliggende kracht, die gebruikt kan worden om in balans te blijven. Wanneer iemand hard tegen je borst duwt en jij leunt naar voren, terwijl je één voet naar achteren zet om je schrap te zetten, ben je in strijd, verlies je kracht en door de weerstand die je fysiek biedt, kun je mentale en emotionele weerstand gaan voelen. Een klein pasje achteruit of opzij en er is geen weerstand: de ander duwt
tegen niets, waar eerst jij stond. Daar de meeste mensen al heel snel in de gaten hebben dat het geen enkele zin
heeft om tegen niets te gaan staan duwen, houden ze daar veelal al snel mee op. Wellicht doen ze nogmaals een
poging om je van je zojuist verworven plaats te duwen, maar wanneer je telkens dat kleine pasje doet, zal het
uiteindelijk - vroeger of later - ophouden. Daar komt nog bij dat je er niet moe van wordt. De ander wel, maar
daar hoef jij niet voor te zorgen: het was zijn of haar keuze om te gaan duwen, niet de
jouwe. Opzij stappenOpzij stappen kan kleine wondertjes veroorzaken. Goede politiemensen weten dat, en doen die stap opzij wanneer een conflict dreigt te escaleren. Deze politiemensen weten ook dat ze nooit het contact moeten verliezen, maar zijdelings in contact kunnen blijven. Dus behalve opzij stappen is het ook prettig en constructief wanneer je de ander blijft aankijken of anderszins laat merken dat hij of zij nog steeds jouw aandacht heeft. Wanneer je dit na enige oefening kunt vanuit rust en balans, gebeurt er tevens iets met de ander. Behalve de zinloosheid van het duwen, voelt de ander een uitnodiging om samen te werken; partners voor dat moment te worden, in plaats van tegenstanders. Trots, eerzucht en doodgewone eigenwijsheid kunnen dat proces weliswaar enigszins vertragen of de ander doen besluiten om weg te gaan, maar in veel gevallen ontstaat er toch een ontspanning, een band, die voor dat moment prettig voelt. Je doet een boodschap in de supermarkt en weet op het nippertje de laatste krant van die dag te bemachtigen, vlak vóór de grissende handen van iemand die ook graag die krant wil. De ander wordt boos en beschuldigt jou van het ‘jatten’ van ‘zijn’ krant. ‘Helemaal niet!’ brul je verontwaardigd, ‘ik was eerst!’ Het conflict is hoe dan ook geboren, en het is heel lastig in het begin om te zien dat het conflict niet zozeer veroorzaakt wordt door de ander die boos wordt, maar dat er altijd minimaal twee voor nodig zijn om een conflict te krijgen en in stand te houden. Het conflict kan dus alleen bestaan wanneer jij meedoet aan dat conflict, in dit geval door de boosheid van de ander te pareren. Het is leuk en leerzaam om te ontdekken hoe anders een contact kan verlopen wanneer je - zoals in bovenstaand voorbeeld - antwoord met bijvoorbeeld: ‘He, wat vervelend voor u. Ik kan me voorstellen dat u baalt. Zou ik ook doen als ik net te laat was.’ Niet dat daarmee altijd zo’n conflict opgelost is, maar het geeft een geheel andere energie aan het contact dan een hartgrondig ‘Oprotten jij!’ Door begrip op te brengen (en de kunst is natuurlijk om dat begrip ook te kunnen voelen, anders is het niet meer dan een goedkoop trucje) kan de ander zich gekend voelen en weet zich begrepen in zijn machteloosheid. Dat werkt meestal prettiger dan een ruzie. Ook is het mooi om te weten dat bijna niets wat de ander zegt of doet, persoonlijk is bedoeld voor jou. Bijna altijd gaat het om een innerlijk proces van de ander zelf. Hij of zij voelt zich niet prettig, gepasseerd, gekleineerd of iets dergelijks, en jij bent net degene die in de buurt is, of waartegen de ander iets wil of durft zeggen. Zoals gezegd: in de meeste gevallen slaat het helemaal niet op jou persoonlijk maar fungeer je slechts als projectiescherm en klankbord voor de ander. Wanneer je dat eenmaal goed doorhebt, begrijp je dat je altijd al een keuze had in het reageren op anderen. Dingen waarvan je dacht dat ze jou veel schade toebrachten, blijken ineens gewoon dingen te zijn, al dan niet door anderen opgeworpen. De schade kun je alleen voelen zolang je de dingen schadelijk laat zijn. Een voorbeeld: Els lijdt aan overgewicht en zit even koffie te drinken op haar werkplek. Een collega die haar dag niet heeft, kijkt haar aan en zegt: ‘Dikke mensen zijn altijd lui.’ Els haalt haar schouders op en lacht erom met haar andere collega’s. Inwendig voelt ze zich als door een granaat getroffen. Pijn scheurt door haar heen en ze is intens geraakt en verdrietig. Ze gaat met een neutrale uitdrukking naar het toilet waar ze haar woede en verdriet laat gaan in gierende uithalen. Ze is helemaal kapot door de schuld van die misselijke rotcollega. Zou Els weten hoe het werkelijk zit, dan wist ze dat haar collega alleen hardop uitsprak wat Els van zichzelf vindt. Immers: als Els het niet eens zou zijn met de uitspraak van haar collega, dan hoefde ze zich toch ook niet geraakt te voelen? vervolg van
artikel: |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| << Previous [1] 2 Next >> | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||