|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Toen Jolanda Franken van McBrain mij vroeg als filosoof iets te zeggen over de veranderingen in de gezondheidszorg - en vooral: het werken daarin in het grensgebied tussen het private en het publieke domein -, merkte ik dat ik mijn gedachten daarover weer helemaal opnieuw moest vormen. Nu hebben filosofen daar wel vaker last van. Ze hebben geen pasklare antwoorden. Elke vraag is een opmaat om opnieuw aan het denken te slaan en in elk antwoord zit op zijn minst een twijfelende adder onder het gras. Maar wellicht, bedacht ik, is dat precies wat ook de gezondheidszorg steeds meer zal karakteriseren. In onze gezondheidszorg is steeds minder vanzelfsprekend. Jaren geleden hield ik ervan om in het buitenland verhalen op te hangen over ons unieke Nederlandse stelsel. In Nederland, beweerde ik bijvoorbeeld in Brazilië, wéét je als belasting- en premiebetaler waarvoor je betaalt: state of the art zorg voor iedereen, ongeacht achtergrond of inkomen. Ik vraag me wel eens af of het ophangen van dat soort verhalen een kwestie was van jeugdige naïviteit, of dat het de laatste jaren daadwerkelijk zo bergafwaarts is gegaan met onze reguliere zorg. De borrelpraat over onze belevenissen met de zorggsector lijkt steeds meer op de sterke verhalen waarop luchtreizigers elkaar trakteren. Noodlandingen, brandende motoren, zoekgeraakte bagage, verstekelingen in het landingsgestel.... De equivalenten in ziekenhuizen en operatiekamers laten zich moeiteloos ophoesten. Zes jaar geleden leed mijn zes jaar jonge zoon een geboortetrauma waarvoor hij drie jaar later werd geopereerd. Onlangs werd ons geadviseerd nogmaals te opereren. Om dit lange verhaal van noodlandingen kort te houden: via een second opinion in een privékliniek in Brazilië en een third opinion bij een Franse professor namen wij zelf als niet medisch onderlegde ouders het besluit om níet te opereren. Als ik tegenwoordig met mijn wel medisch onderlegde schoonfamilie in Brazilië over de Nederlandse gezondheidszorg praat, word ik steeds vaker in verlegenheid gebracht. Wat is er aan de hand in Nederland? Lijnen komen samen We leven in een tijd waarin steeds meer lijnen samenkomen. We begrijpen onze genetische oorsprong, onze plek in de kosmos, we beseffen hoe bijzonder het menselijk brein is - datzelfde brein waarmee we in staat zijn onszelf steeds beter te behandelen en te genezen. Wie er ogen voor heeft, beseft dat onze generatie als eerste in de spiegel een waar beeld van zichzelf kan zien: het beeld van een kwetsbare mensheid met unieke mogelijkheden - vooral ook op medisch gebied. Maar in een tijd waarin steeds meer dingen op hun plek vallen, vallen ook steeds meer zaken in duigen. Vooruitgang en de creatie van puinhopen gaan vaak hand in hand - ook wat dat betreft leven we in een typische tijd. Verantwoordelijkheid Voor de zomer maakte ik in opdracht van Orbis medisch en zorgconcern een boekje over het
zorgcontinuüm van de toekomst. Volgens die publicatie kunnen we afkoersen op een nieuwe vanzelfsprekendheid in de
gezondheidszorg, een vanzelfsprekendheid die zich niet beperkt tot de fysieke aspecten van gezondheid, maar ook
gaat over het psychische en, schrikt u niet, het spirituele. Vertrekpunt bij de antwoorden die we daar formuleren
is dat er tussen die fysieke, psychische en spirituele aspecten een belangrijke samenhang
bestaat.Dat klinkt fraai en filosofisch. En inderdaad: ook hier zit een adder onder het
gras. In een niet eens zo grijs verleden had ik de ‘schuld’ voor het trauma van mijn zoontje in de eerste plaats bij de medische sector gezocht. Maar van fouten leer je. Een paar jaar later besloot ik als mondig zorgconsument zélf op onderzoek te gaan. Ik weet niet of het besluit dat wij als ouders op basis daarvan namen, een juist besluit is. Ik weet alleen dat de kaarten in onze tijd zo zijn geschud, dat ik er niet meer op kan vertrouwen dat het bolwerk de verantwoordelijkheid wel van mijn schouders zal nemen. Vroeger heerste de mentaliteit van ik stond erbij en ik keek ernaar. In de toekomst zal het steeds meer een kwestie zijn van er goed naar kijken en zelf besluiten waar je bij wilt gaan staan. Kritische attitude Echter: ook de rode draad van vanmiddag wijst die kant uit. Om ervoor te zorgen dat er daadwerkelijk een nieuwe vanzelfsprekendheid ontstaat op de plek waar de oude vanzelfsprekendheden in duigen vallen, is het nodig die rode draad helder in het vizier te hebben. Wat betekent die verantwoordelijkheid voor de eigen gezondheid voor private en publieke aanbieders aan de ene kant, en zorgconsumenten aan de andere? Het betekent dat we in een compleet nieuwe constellatie terecht komen. In de oude situatie stonden zorgconsumenten en zorgaanbieders in een soort paternalistische relatie tegenover elkaar. Kras gezegd: de verantwoordelijkheid voor jouw somatische en psychische genezing lag bij de genezers. Het antwoord op de vraag naar jouw herstel lag bij het bolwerk, net zoals het spirituele antwoord op de zin van je bestaan vooral bij anderen (of Het Andere) lag. In de nieuwe situatie staan we er in menig opzicht alleen voor. Wij zijn zelf verantwoordelijk voor wat we met dit ons toegemeten lijf en leven doen. De aanbieders van zorg en spiritualiteit en andere spelers op de markt van welzijn en geluk zijn er hooguit om ons te faciliteren in onze zoektocht naar onze eigen bestemming en gezondheid... fysiek, psychisch en spiritueel. Dat is een fraaie manier om afscheid te nemen van de verzorgingsstaat. Als het begrip verzorgingsstaat in deze trant van praten nog recht van leven heeft, dan hooguit als een staat die ervoor zorgt dat mensen zichzelf kunnen verzorgen. Een ander begrip daarvoor is verzekeringsstaat. De hiërarchische relatie tussen patiënt en dokter (waarbij het recht van spreken over de gezondheid van de patiënt vooral bij de dokter lag) maakt steeds meer plaats voor een vitale constellatie waarbij de patiënt het voortouw neemt in de trajecten en besluiten die moeten bijdragen aan zijn gezondheid. Kreten als shoppen en individualisme doen onvoldoende recht aan deze dimensie van de verzekeringsstaat, waarbij mensen bij wijze van spreken naast een onzekere hoeveelheid levensenergie ook een verzekerde zak geld meekrijgen om hun leven tot een zo gezond mogelijk einde te brengen. Ik geloof namelijk dat we met het gehamer op de eigen verantwoordelijkheid een mensbeeld en een visie op gezondheidszorg in stelling brengen die niet heel veel later hadden moeten opduiken. Preventie: zorg voor zichzelf In het ziekenhuis van de 21ste eeuw bijvoorbeeld, zal een zeer grote nadruk liggen op preventie. We hebben de unieke kans om een gezondheidszorg te realiseren die de zorg voor zichzelf in het algemeen hoog in het vaandel heeft. Dat lijkt utopisch. Maar een gezondheidszorg die erin slaagt patiënten te emanciperen tot mensen die hun complete bewuste leven bewust kiezen om dingen te doen of te laten, zou wel eens de sleutel kunnen zijn voor veel financiële problemen waarin de huidige overgebureaucratiseerde zorg zichzelf manoeuvreert. De oude waarheid ‘voorkomen is beter dan genezen’ zou daarmee aan de basis liggen van dramatische vernieuwingen in een sector die vaak gedwongen is tot genezen omdat men zelf aan voorkómen niet kon of wilde toekomen. Het is ook een oude waarheid dat chirurgen vooral willen snijden en psychoanalytici je
meteen op hun sofa willen leggen. Veel interessanter wordt het als allen zich richten op het totaal. Ontwikkelingen
zoals het elektronisch-patiëntendossier, de oprichting van extramurale zorgteams, het dichterbij komen van een
genetisch paspoort, maar ook de groeiende mogelijkheid om individuele ensembles van private en publieke zorgverlening te componeren, wijzen in die
richting. Heelkunst zou zo kunnen worden wat oorspronkelijk in het woord zit verpakt, namelijk het heel maken van
mensen, het mensen faciliteren om hun bestaan met al zijn ziektes en tekortkomingen en meevallers op hun eigen
manier als een totaal te beleven.
|
|
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||