|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
niet de werk- of privé-situaties centraal stonden, maar de manier waarop zij daarover dachten, of nog concreter, welke gedachten zij hadden bij: werkdruk, collega's, veranderingen, manier van werken, moeizame communicatie, etc. Het voordeel dat ik had, was dat er mensen kwamen met verschillende functies, achtergrond, leeftijd en aard van problematiek of vraagstelling. PatronenLangzaam maar zeker begonnen zich patronen te ontvouwen. De beschrijving van bijvoorbeeld werkdruk was weliswaar voor een ieder anders, maar de gedachten die deze druk opriep maakte duidelijk dat wij, met onze manier van denken parallellen vertonen met elkaar. Met de vraag: welke gedachten zijn het die er voor zorgen dat wij handelen en die onze beleving bepalen, bleek dat het zes groepen gedachten zijn. Wanneer we wakker worden beginnen we te denken. Vergelijkbaar met een film die de hele dag doorloopt hebben we duizenden gedachten die tezamen ons denken vormen. Ondoenlijk om, gewoon door de hoeveelheid, daar iets mee te doen. Met de ontdekking dat zes groepen ons handelen bepalen bleek dat daar wel iets mee gedaan kon worden. Zo ontstond het Gedachten Analyse programma, dat het mogelijk maakt een splitsing te maken tussen de situaties en de manier waarop je erover denkt. En in plaats van de goedbedoelde raad om het gewoon wat rustiger aan te doen, of lekker op vakantie te gaan, leerden mijn klanten om te gaan luisteren naar hun eigen gedachten die, in dit geval, de werkdruk opriep. Doordat ik tientallen mensen met stress naar de gedachten had gevraagd die zij daarbij hadden, wist ik dat er twee van de zes groepen gedachten hierbij een cruciale rol speelden, namelijk niet te beantwoorden vragen en irreële stellingen. Ik vroeg en leerde hen dan ook alert te zijn op deze gedachten en bij de herkenning even te stoppen met denken en stil te staan bij de gedachte die zij herkende. Het klinkt zo simpel, maar dat is, in de kern, de manier om met het GAP stress bij de bron te stoppen. Een voorbeeld: veel klanten kwamen met het volgende: het is druk op hun werk en veel werk kregen zij niet af, of er zat iets tegen. Zij vroegen zich het volgende af: zal het wel zal lukken, gaat het wel door, hoe zal de ander reageren, waarom ziet de ander iets niet, of zij stelden zichzelf gerust met de gedachte dat het over een tijdje heel anders zal zijn. Allemaal reacties die de mensen om hen heen met hen deelden. Niet te beantwoorden vragenMaar wat er gebeurt, is dat zij hun eigen denken op gang brachten en na enige tijd tot de conclusie kwamen dat zij dat zelfde denken niet meer konden stoppen. Dat deden zij met die vragen. Ze stelden zichzelf een vraag, waar ze het antwoord niet op konden vinden. Ga maar na. Kan iemand weten, maar dan ook echt weten hoe iets af zal lopen? Hoe een ander zal reageren? Nee, want ik en alle mensen die ik ken, kunnen niet in de toekomst kijken en kunnen niet weten wat een ander denkt. En toch is iedereen er met z'n denken mee bezig. Toch zoekt iedereen naar antwoorden op bovenstaande vragen. Die komen dus niet en dan komen de fantasieën en daarmee kleur je de toekomst. "Dat lukt wel", kan een gedachte zijn, of "hij denkt natuurlijk dat......." of "als ik tegen hem zeg dat, dan zal hij wel"..... ". Dit zijn voorbeelden van een irreële stelling, gewoon omdat het nog geen realiteit is. En natuurlijk is het mogelijk dat het lukt, dat hij denkt dat, maar het is en blijft slechts één mogelijkheid. Herkenbaar? Zo bouw je een gedachtepatroon op dat tot stress kan leiden. Veel denken, veel energie, die uiteindelijk tot niets leidt, want bepaalde antwoorden kun je niet vinden. Daarom heten die vragen dan ook de niet te beantwoorden vragen. De invulling, de irreële stelling of hypothese, hij denkt natuurlijk dat, geeft slechts één mogelijkheid weer. Want hij kan van alles denken. Voor ons denken is dat niet zo, in de realiteit wel. Elke situatie roept gedachten op en daarmee een reactie. Oude besluiten - opdrachten aan jezelfZo vinden we vastgeroeste gedachten in de vorm van dikwijls oude besluiten, als één van de zes groepen: "daar heb ik geen zin in", "dat doe ik nooit", "ik houd mijn mond wel", zijn hier enkele voorbeelden van. Besluiten die we ooit genomen hebben en als vanzelf weer naar boven komen bij een situatie die daar op lijkt. Denk maar aan de vergadering. Daar vind je het antwoord op de vraag waarom de één altijd meedoet en de ander zwijgt. Week in week uit. Dit gebeurt met (oude) vaste gedachten, dikwijls een besluit, dat als vanzelf naar boven komt en het gedrag bepaalt. Onnodige verplichtingen in de vorm van Opdrachten die mensen zichzelf geven. Denk maar aan: "ik moet", hebben eveneens een sterk sturend effect op het handelen. Ook hier geeft de herkenning van die gedachten een nieuwe keus. OvertuigingenIrreële stellingen in de vorm van toekomstgerichte overtuigingen behoren eveneens tot de zes groepen gedachten en zijn voor veel mensen een zekerheid. Het is net alsof iemand met veel overtuigingen iets voor heeft op de ander. In feite zijn deze mensen grote gokkers. Overtuigingen die toekomstgericht zijn kunnen gewoon geen zekerheid zijn, want dan kunnen we wel in de toekomst kijken. En denk maar even aan het verleden. Zijn al die overtuigingen uitgekomen? Wanneer dat niet zo is, dan zegt dit toch al genoeg over het feit dat een overtuiging geen zekerheid kan zijn. We kunnen de toekomst inschatten, dat wel. En dat is een vaardigheid die we kunnen ontwikkelen. Hetzelfde geldt voor het inschatten van mensen en andere situaties. Maar weten? Echt weten? En dan zie je het verschil tussen ons verstand en ons denken. Met ons verstand weten we wel dat we niet in de toekomst kunnen kijken of weten wat een ander denkt. Met ons denken doen we niets anders. Al zouden we met ons denken maar één procent rekening houden met de realiteit dat iets niet door kan gaan, dat de ander toch anders reageert, dus bij elke toekomstige situatie, één procent betekent dat we alert blijven. Want overtuigingen halen je alertheid weg. Je weet het immers al, waarom zou je er dan nog over nadenken, of waarom zou je rekening houden met iets anders? Dat gebeurt dus niet met overtuigingen. Dan komt de schok, wanneer de overtuiging niet uitkomt en vervolgen wordt naar de ander of naar de situatie gekeken en niet naar het denken. Dit terwijl daar de oorzaak zit van de schok of teleurstelling. Mensen in ons denkenTot slot, de mensen in ons denken. Een conflict met een collega, je partner of je chef, kan tot gevolg hebben dat het druk wordt in je hoofd. Misschien is zelfs de dialoog herkenbaar die in je hoofd plaatsvindt. Gebeurt dit een korte tijd, dan hoeft het geen probleem te zijn. Wordt het overheersend, dan wordt het tijd om daar iets mee te doen. Want, als je de keuze zou hebben, dat doe je dat jezelf toch niet aan? Zeker niet met de wetenschap dat die collega, je partner, je chef, helemaal niet op de hoogte zijn van het feit dat je er zo mee bezig bent. Het gaat erom je denken in evenwicht of balans te brengen en die man of vrouw in je denken, want daar praten we over, verstoort dit. andere artikelen over het brein:ons brein en besluitvorming Even voorstellen: Herman Beuker
Sinds 1994 ben ik werkzaam als zelfstandig coach en trainer. Daarnaast heeft nieuwsgierigheid mij gedreven bij mijn onderzoeken naar wat al die mensen die ik ontmoette deelden. Twee factoren zijn mijn specialiteit geworden. Welk soort gedachten mensen hebben als reactie op een situatie of gebeurtenis en wat mensen motiveert en demotiveert. Steeds meer ging ik mij richten op gedachten en identiteit en steeds minder op de situaties die naar voren werden gebracht.
Mijn missie
Gedachtemanagement
E: Herman Beuker artikel van
auteur:
bron: www.menscentraal.nl
|
|
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||