|
14 maart 2002
persoonlijke ontwikkelings plannen (POP)
AAN DE SLAG MET P.O.P.
Binden en boeien met Persoonlijke Ontwikkel Plannen
Drs. Jacco van den
Berg
directeur Van den Berg Training &
Advies
Verder denkt de leidinggevende na over de stroommogelijkheden binnen en buiten
zijn afdeling. Hij zoekt en vindt de antwoorden op de vragen als:
-
hoe is de huidige personeelsbezetting (de ‘ist-situatie’) in aantallen,
leeftijd, lengte van het dienstverband, opleiding, ervaring, etc. van de
organisatie/afdeling?
-
wat zijn de sterkten en hoe kunnen die verder uitgebouwd
worden?
-
wat zijn de zwakten en hoe kunnen die tot sterkten omgebouwd
worden?
-
welke kansen liggen in het verschiet?
-
welke bedreigingen komen op de organisatie/afdeling af?
Met de antwoorden op deze vragen maakt de leidinggevende als het ware een foto
van zijn organisatie/afdeling in bijvoorbeeld het jaar 2003 (de ‘soll-situatie’). Hij maakt voor zichzelf (en
zijn medewerkers) zichtbaar welke medewerkers nodig zijn (kwalitatief en kwantitatief) om
organisatie/afdelingsdoelstellingen te realiseren.
Stap 2: Afstemming
Medewerkers en leidinggevende
Een week voor het POP-gesprek wisselen leidinggevende en medewerkers hun
gesprekspunten uit. Hierdoor weten beiden wat in het gesprek aan de orde komt (geen verrassingen). In ieder
geval worden de doelstellingen en afspraken van het voorgaande POP-gesprek besproken. Beiden kunnen zich goed
voorbereiden en zo nodig nog het een en ander uitzoeken. Zo kan een vraag over een specifieke opleiding aan de
afdeling Opleiding worden voorgelegd. Een goede voorbereiding vergemakkelijkt het maken van concrete
afspraken.
Na aankondiging en afstemming eindigt de (inhoudelijke) voorbereiding op het
POP-gesprek.
|
Potentieel
|
Belangstelling
|
|
Laag
|
Hoog
|
|
Laag
|
|
1. Voortgangsgesprek
|
2. Bijstuurgesprek
|
|
3. Motivatiegesprek
|
4. Ontwikkelingsgesprek
|
|
|
Hoog
|
VRAAG 2: Het komt vaak voor dat een medewerker al promotie wil,
terwijl ik vind dat hij daar nog lang niet aan toe is. Hoe bespreek ik dat?
Het komt inderdaad voor dat de ideeën van de leidinggevende en zijn medewerker over het
‘willen’ en ‘kunnen’ niet met elkaar stroken. Zoveel medewerkers, zo veel wensen en eisen, zoveel leidinggevenden,
zoveel (afdelings)plannen! Zo kunnen medewerkers verschillen in hun belangstelling voor persoonlijke ontwikkeling.
‘Ik zit hier goed, laat mij maar zitten’ en ‘ik ben toe aan een volgende loopbaanstap’, zijn hierbij twee
uitersten. Zo heeft de leidinggevende verschillende verwachtingen met betrekking tot het potentieel
(groeimogelijkheden) van zijn medewerkers. Sommigen van zijn medewerkers zitten aan hun plafond, zo is zijn
inschatting en sommige goudvinken zullen hem in de toekomst zeker voorbijstreven.
In de onderstaande grafiek zijn de
mogelijkheden voor belangstelling en potentieel (hoog/laag)opgenomen.
Hier onder per gespreksaanpak een korte
toelichting. Vraag 2 wordt bij het bijstuurgesprek beantwoord.
1. Het voortgangsgesprek
De belangstelling van de medewerker is laag. Hij geeft te
kennen dat hij ‘zijn stek’ heeft gevonden en hier voorlopig wel wil blijven zitten. Echte toekomstwensen
heeft hij niet. De leidinggevende schat ook in dat ‘de rek’ er bij deze medewerker er wel uit is. Het is
natuurlijk wel zaak dat de medewerker ‘bijblijft’ om zo te voorkomen dat hij in de toekomst allerlei
veranderingen tegen gaat houden en zijn hakken in het zand zet. Het accent in POP-gesprek ligt op het maken
van afspraken over ontwikkeling in de huidige functie.
2. Het bijstuurgesprek
Deze medewerker wil verder en verwacht van zijn
leidinggevende ‘ontwikkelruimte’. Het is bijvoorbeeld de ‘young man in a hurry’ die met jeugdige bravoure
vertellen dat zij niets meer hoeven te leren, alles al hebben meegemaakt en al na enkele maanden menen toe te
zijn aan een volgende loopbaanstap. Zijn leidinggevende schat echter in dat zijn medewerker (bijna) aan zijn
plafond zit of eerst nog maar eens een paar jaar werk- en levenservaring op moet doen. Doel van het
POP-gesprek is de medewerker voorzichtig maar niet omzichtig duidelijk te maken dat het voor zijn eigen
ontwikkeling beter is nog een aantal jaren met de ‘benen in de beek’ te staan, zijn neus te stoot en
geconfronteerd wordt met de gevolgen van door hem zelf ingezette acties of ontwikkeld beleid. Deze ervaring
maakt hem rijper en waardevoller voor een volgende functie.
3. Het motivatiegesprek
De belangstelling van de medewerker is laag, hij gelooft
het allemaal wel. Zijn leidinggevende ziet echter volop potentieel en talenten bij deze medewerker. Een
mogelijke verklaring voor het uitspreken van ‘het niet willen’, is dat de medewerker gewoonweg niet weet wat
hij wil, zijn capaciteiten/kwaliteiten onderschat of zo als in onderstaande case onzeker
is.
Een leidinggevende in een grootwinkelbedrijf
was van mening dat een van zijn medewerkers het in zich had om een leidinggevende te worden. Vak inhoudelijk wist
deze persoon van de hoed en de rand. Ook begeleidde hij nieuwe medewerkers en nam de taken van zijn leidinggevende
over als deze afwezig was. Het enige waar het deze medewerker aan ontbrak was de ‘drive’ om zich verder te
ontwikkelen. Als voorbereiding op het POP-gesprek had deze medewerker op het voorbereidingsformulier dan ook
ingevuld: ’Ik ben tevreden. Alles bij het oude houden s.v.p.!’ Zijn leidinggevende vond dat merkwaardig voor iemand
van pas 35 jaar met zo veel talent.
In het POP-gesprek kwam de aap uit de mouw.
Diep in zijn hart wilde de medewerker wel leidinggevende worden, maar dan moest hij daar langzaam naar toe kunnen
groeien Bij zijn vorige werkgever was hij ook leidinggevende geweest, maar daar ging het te snel. Na zes maanden
zat hij al in de ziektewet omdat hij niet goed met de spanning om kon gaan. De voedingsbodem voor het ontbreken aan
‘drive’ voor ontwikkeling was dus onzekerheid.
Bij het bepalen van het ontwikkelingstraject
naar een leidinggevende functie kreeg naast de inhoud, het tijds- en proces aspecten veel aandacht. Zo was de stem
van de medewerker doorslaggevend bij het bepalen van het tempo. Ook de frequentie van de voortgangsgesprekken was
hoog.
Bij ‘niet weten’ kunnen testen/opdrachten een
hulpmiddel zijn om het beeld van een mogelijke toekomstige functie scherper te krijgen. Bij ‘onderschatten’ is een
360 graden feedback een uitermate nuttig instrument. De ervaring leert dat een positiever beeld van de
(werk)omgeving over een medewerker dan het zelfbeeld van medewerker over zich zelf, als een ‘eye-opener’ werkt.
Vaak is deze bewustwording een aanzet is om medewerkers in beweging krijgen. Deze gesprekken doen een beroep op de
counselingvaardigheden van leidinggevenden.
4. Het ontwikkelingsgesprek
De medewerker is gemotiveerd en heeft
uitgesproken wensen met betrekking tot persoonlijke ontwikkeling. Zijn leidinggevende schat in dat deze medewerker
nog niet ‘aan zijn plafond’ zit en ziet mogelijkheden voor doorgroei binnen zijn afdeling of daarbuiten. Een
gesprek met een trainee over een langlopend management development programma, is een voorbeeld van een
ontwikkelgesprek. De inhoud van dit traject en hoe de medewerker in de dagelijkse praktijk te coachen, nemen in dit
gesprek een belangrijke plaats in.
VRAAG 3: Wat zijn de kritische succesfactoren voor een
succesvolle ontwikkeling en implementatie van POP-gesprekken in een organisatie?
Naast een relatie met andere P-instrumenten is
Actie een kritisch succesfactor. Duidelijkheid maakt het overgaan tot actie makkelijker.
1. Zicht op ontwikkelmogelijkheden
Het is voor de leidinggevende makkelijker
afspraken te maken en tot actie over te gaan als hij duidelijkheid kan verschaffen over de ontwikkelmogelijkheden
voor zijn medewerker. Dit kunnen mogelijkheden zijn binnen de functie (deelname aan projecten, ‘zwaardere’ klanten,
uitbreiden van het takenpakket, etc.) maar ook buiten de functie. Dit kan een promotie in houden, maar ook een
horizontale verplaatsing. In steeds meer organisaties is horizontaal niet abnormaal. Persoonlijke ontwikkeling
betekent niet automatisch verticale groei. Ook horizontale groei (een functie op hetzelfde niveau maar binnen een
andere afdeling/product/dienst) en groei in de diepte (beter of de beste worden in het huidige functiegebied)
behoren ook tot de mogelijkheden.
Tip:
Valt er in de organisatie echter ‘niets te lopen’ (bijvoorbeeld platte organisaties), ontbreken de mogelijkheden
voor interne, horizontale overplaatsingen en zijn er weinig mogelijkheden om de functie zelf spannend te maken, dan
is een apart POP-gesprek te zwaar geschut. Persoonlijke ontwikkeling kan dan beter in bijvoorbeeld
functioneringsgesprekken besproken worden.
2. Ontwikkelbudget
Organisaties die niet bereid zijn tijd en geld
vrij te maken voor de ontwikkeling van hun medewerkers moeten niet aan POP-gesprekken beginnen. Persoonlijke
ontwikkeling kost nu eenmaal tijd en geld en als dat niet of onvoldoende aanwezig is, dient dat duidelijk gemaakt
te worden. Houdt medewerkers nooit worsten voor. Immers als gemaakte afspraken niet worden nagekomen of
uitgesproken verwachtingen niet worden ingelost, is dat vaak voor medewerkers een aanleiding om per direct de
organisatie te verlaten. Overigens is bovengenoemde investering in tijd en geld een investering die zich op termijn
dubbel en dwars zal terugverdienden (minder verloop en meer goed presterende en met plezier functionerende
medewerkers).
Tip:
Overigens staat de O in POP staat voor Ontwikkeling en niet voor Opleiden. Opleiden is een van de vele methodes
voor de ontwikkeling van medewerkers. Anderen zijn bij voorbeeld coachen, deelname aan projectgroepen en stages en
is vaak geen eens zo duur.
3. Duidelijke, Eerlijk en Open communicatiekanalen
In het POP-gesprek zijn ‘open
communicatiekanalen’ en wederzijds vertrouwen, kritische succesfactoren. Over en weer wisselen medewerkers en
leidinggevende opinies en ideeën uit. Medewerkers praten zonder schroom over hun ambities, zonder dat dit tegen hen
gebruikt zal worden. De leidinggevende zet daar vrijelijk zijn ideeën tegenover.
Dit artikel verscheen eerder in het vakblad Management Tool, nummer 1, 2001 van Kluwer
Even voorstellen: Jacco van den Berg
Drs.
Jacco van den Berg is oprichter van Van den Berg Training & Advies. Hij traint al meer
dan vijftien jaar op het gebied van het performance- en competentiemanagement, MD,
(loopbaan)coachen en leiderschapsontwikkeling. Over de onderwerpen werving en selectie,
beoordelings- en functioneringsgesprekken, Persoonlijk OntwikkelingsPlan (POP)-gesprekken,
coachen, 360°-feedback, leidinggeven, ziekteverzuim schreef hij vele boeken en
artikelen.
Hij is hoofdredacteur van de boeken
Samen in de modder, Huis op orde en Ontwikkelingswerk, auteur van de boeken Professioneel
Coachen en POP in Nederland en columnist van de rubrieken P&O op Rapport van het blad
Personeelbeleid en Verdien ik wel genoeg? in
VolkskrantBanen.
|
"My
interest is in the future because I am going
to spend the rest of my life there."
Charles Kettering
|
bron: www.menscentraal.nl
|