14 juni 2002
functioneringsgesprek
FUNCTIONERINGSGESPREKKEN
ALS BOEI- EN BINDMIDDEL
Jacco van den Berg
directeur Van den Berg Training & Advies
Onderzoek leert dat een loonsverhoging alleen als een middel om medewerkers te
binden niet meer afdoende is. Persoonlijke ontwikkeling wordt door de ‘nieuwe medewerker’ belangrijker
geacht. De behoefte aan uitdagende werkzaamheden, een aangename werkomgeving, boeiende projecten en klanten
en doorgroeimogelijkheden is groter dan de behoefte aan allerlei verbeteringen in de primaire en secundaire
arbeidsvoorwaarden. Dit artikel gaat in op de rol van een functioneringsgesprek bij het boeien en binden van
medewerker en breekt een lans voor dit gesprek bij terugdringen van het verloop.
Ontplooien is het credo
Het aantal werklozen in Nederland blijft dalen en het aantal werkzoekenden als
percentage van de beroepsbevolking is volgens gegevens van het CBS beduidend lager dan in de ons omringende
landen. Onlangs* maakten diverse nieuwslezers melding van het feit dat het aantal werkzoekenden onder de
200.000 ligt. Het aantal vacatures bezorgt veel ondernemers inmiddels veel slapeloze nachten. Extern werven
is schier onmogelijk. Dus lijkt het binden van de zittende populatie het enige alternatief. Hoewel
salarisverhogingen aan de orde van de dag zijn, blijkt volgens onderzoek van het weekblad Intermediair dat
ontplooiing (78%) het werk voor medewerkers interessant en boeiend maakt. ‘Slechts’ 30% van de respondenten
geeft salarisperspectief aan. Voor medewerkers zijn ontplooiingsmogelijkheden dus een belangrijke reden om
voor een organisatie te blijven werken.
Rendementstijging door een dichte achterdeur
Als de met veel moeite aangetrokken medewerker weer snel door de achterdeur de
organisatie verlaat, is het probleem voor de ondernemer zo mogelijk nog groter. Onderstaand cijfervoorbeeld
maakt ondubbelzinnig duidelijk dat naast de ergernis bij de achterblijvers, boze klanten en projecten die
wederom in de soep lopen, de financiële impact van het vertrek van een medewerker, groot is. In het
onderstaande voorbeeld wordt uitgegaan van een medewerker met een bruto jaarinkomen van 40.000
euro*.
|
Afnemende motivatie
|
5.000 euro
|
|
Exitinterview
|
250 euro
|
|
Administratieve handelingen bij uitdiensttreding
|
750 euro
|
|
Ontwerp en opmaak advertentie
|
500 euro
|
|
Advertentiekosten
|
3.750 euro
|
|
Kosten selectiegesprekken
|
3.750 euro
|
|
Correspondentie
|
750 euro
|
|
Psychologisch onderzoek
|
1.000 euro
|
|
Administratieve handelingen bij indiensttreding
|
750 euro
|
|
Kennismakingsronde
|
1.000 euro
|
|
Inwerken (opleidingskosten, fouten, lagere
productiviteit)
|
17.500 euro
|
|
Meerkosten uitzendkracht
|
2.500 euro
|
In dit voorbeeld is de hoogte van de verloopkosten dus bijna gelijk aan het bruto jaarinkomen van de
medewerker!!. Om dan nog maar te zwijgen van het ‘sneeuwbaleffect’ (als er een gaat, gaan er meer) en de fouten
die de vertrekker (bewust of onbewust) maakt omdat hij met zijn gedachten al elders zit. De hoogten van de
bedragen uit het schema zijn misschien discutabel, het maakt wel duidelijk dat het loont goede medewerkers
binnen de poort te houden.
Het gras is bij de buren altijd groener
De verhalen dat medewerker naar de buurman vertrekken omdat daar de
arbeidsvoorwaarden beter zijn, zijn genoegzaam bekend. Onze stelling is echter dat de grens hierin wel
ongeveer is bereikt. Als gekeken wordt naar het welvaartsniveau in ons land, gesteld worden dat onderste
trede van de piramide van Maslow-trede’ (primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden) voor een steeds groter
wordende groep inmiddels bereikt.
De uitkomsten van exitgesprekken leren ons dat steeds vaker ‘ON-redenen’ worden
genoemd als reden van vertrek. Hierbij kan gedacht worden aan:
-
onvoldoende ontplooiingsmogelijkheden
-
onbegrip
-
onvrede
-
onduidelijkheid over het beleid en de eigen rol in organisatie
-
onvoldoende uitdagend werk
Momenteel verlangen medewerkers een steeds grotere verantwoordelijkheid. In de
behoeftenpiramide van Maslow willen zij de treden ‘erkenning en status en zelf zelfontplooiing’ betreden. Zij
zijn individualistischer, hun opleidingsniveau stijgt en de eisen die zij stellen aan hun werkomgeving nemen
toe. Verder willen zij meer inspraak in hun carrière en meer uitdagende en autonome vormen van
arbeidsverhoudingen. Persoonlijke ontwikkeling, ruimte voor creatieve ideeën, initiatieven nemen,
verantwoordelijkheden en bevoegdheden en ondernemerschap zijn woorden die hun behoeften ‘in en om’ het werkzame
leven goed weergeven. Werkgevers die hier aan tegemoet komen (er zijn natuurlijk wel grenzen) slagen er beter in
de ON-redenen, als zijnde de redenen voor vertrek, weg te nemen.
vervolg van artikel:
|