23 december 2003
verandermanagement
DENKEN OVER VERANDEREN
IN VIJF KLEUREN
Prof. Dr. Léon de Caluwé
Hoogleraar Advieskunde VU Amsterdam
en
senior partner en adviseur bij Twynstra Gudde,
gespecialiseerd in leer- en veranderingstrajecten
.
Het woord 'veranderen' is te typeren als een containerbegrip. Als je op zoek gaat naar de achterliggende
waarden en betekenissen van het woord kom je een scala van begrippen tegen. Het woord veranderen wordt bijvoorbeeld
gebruikt om de gewenste uitkomst te omschrijven (het doel, product, resultaat, effect); wat klaar is, wat
gerealiseerd is of wat tot stand gebracht is. Dat zie je in zinsneden als: "Deze verandering is duidelijk
zichtbaar". "Het gebouw is heel erg veranderd". "Piet is heel erg veranderd". Maar ook wordt het woord veranderen
gebruikt voor het proces (plan van aanpak, werkwijze, weg, activiteiten); de overgang van de ene toestand naar een
andere; het veranderingsproces. Dat zie je in zinsneden als: "De verandering is nog bezig", "We zijn het
gebouw aan het veranderen", "Piet verandert".
Bovenstaand onderscheid is over het algemeen bekend. Wij zijn gewend om onderscheid te maken tussen
de uitkomst en het proces van veranderen.
Daarnaast worden strategieën, benaderingen of wijzen van aanpak van verandering gesuggereerd en
beschreven, waar werelden van verschil liggen in de erachter liggende veronderstellingen.
Conceptuele helderheid in de verschillende betekenissen van het woord veranderen is gewenst. Daar
zijn al diverse pogingen voor ondernomen (zie paragraaf 1), maar ons inziens kan het beter (zie paragraaf
3).
Die conceptuele helderheid is gewenst om de volgende redenen:
1. het maakt de communicatie tussen mensen eenduidiger en helderder. Bijvoorbeeld de
communicatie tussen managers, tussen managers en adviseurs of tussen adviseurs. Met name op het
niveau van de gedeelde betekenissen zit de winst. Het geeft als het ware een nieuw taalspel (zie o.a.
de Caluwé, 1997).
Dat is ook nodig. De taal is zo "vervuild", dat met dezelfde woorden zeer verschillende
concepten en betekenissen worden bedoeld. "Projecten", "zelfsturing", "ondernemend gedrag", zijn
enkele voorbeelden van woorden die vaak heel verschillend worden begrepen.
2. het maakt, althans voor diegenen die met het begrippenkader vertrouwd zijn, vrij snel
helder vanuit welke veronderstellingen of paradigma’s mensen denken als zij praten over gewenste
veranderingen of een veranderaanpak.
3. het geeft situationele kenmerken voor de keuze en toepassing van een veranderaanpak. Met
andere woorden: gegeven een bepaalde situatie kan een betere en meer weloverwogen veranderingsaanpak
worden ontworpen en/of geïmplementeerd.
Het artikel is als volgt opgebouwd:
In paragraaf 1 worden enkele bekende en gangbare indelingen van wijzen
van aanpak van verandering beschreven. In paragraaf 2 onderscheid ik vijf betekenissen van het woord
‘veranderen’. Aan deze betekenissen zijn kleuren gegeven (geel, blauw, rood, groen en wit). In paragraaf 4
beschrijf ik de vijf achterliggende mensbeelden in termen van: "Mensen/dingen veranderen, als
.......".
In de volgende paragrafen wordt de verbinding gelegd met bestaande literatuur en stromingen:
in paragraaf 5 over geeldrukdenken, paragraaf 6 over blauwdrukdenken, paragraaf 7 over
rooddrukdenken, paragraaf 8 over groendrukdenken en paragraaf 9 over witdrukdenken. In paragraaf 10
werk ik de kleuren vrij gedetailleerd uit in een groot schema waarin aspecten van het
veranderingstraject ten opzichte van de kleuren worden onderscheiden.
In paragraaf 11 worden een paar - eenvoudige - voorbeelden beschreven. In paragraaf 12
worden de idealen en valkuilen per kleur opgesomd.
Paragraaf 13 en 14 bevatten slotopmerkingen als besluit van het artikel, maar daarin wordt
tevens gekeken naar de verdere ontwikkeling en mogelijkheden van de vijf concepten en naar de
implicaties voor veranderende organisaties, wijzen van aanpak van verandering en
veranderaars/adviseurs en managers die daarmee moeten of willen omgaan.
1. Veranderingsstrategieën en benaderingen
De meest bekende strategieën zijn die van Bennis, Benne en Chin (1979/1985). Zij
onderscheiden drie hoofdstrategieën:
-
machtsdwang, waarbij vanuit een machtspositie een bepaalde verandering wordt
doorgedrukt. Hier wordt topdown gewerkt en macht is nodig, veronderstelt men, om gewenst
gedrag af te dwingen;
-
rationeel-empirisch, waarbij men ervan uitgaat dat medewerkers rationeel
denkende wezens zijn die zich laten leiden door rationele eigen belangen;
-
normatief-reëducatief: wil mensen tot veranderingen aanzetten, via
zelfgegenereerde verbeteringsvoorstellen. Is bottom-up. Het mensbeeld is dat de mens
(ook) van nature actief is, naar zingeving zoekt en bereid is te leren.
Marx onderscheidt vier veranderkundige benaderingen, die deels met de
bovenstaande overeenkomen:
-
het inzetten van expertise: waarin mensen leren en kennis
verwerven;
-
gebruik van procedures: waarin via een procedure een verandering in
gang wordt gezet;
-
beïnvloeden van cultuur(-elementen) waarbij organisatie-ontwikkeling
een centrale rol speelt;
-
machtsuitoefening, waarbij veranderingen worden afgedwongen.
Van der Zee (1995) onderscheidt ook vier manieren die vele raakvlakken hebben
met voorgaande:
-
de diffusiebenadering scheidt het ontwikkelen van de oplossing van het
in brede kring ter beschikking stellen ervan (‘selling the idea’)
-
in de directieve benadering heeft de veranderaar een welomschreven
eindsituatie voor ogen en zet alle zeilen bij om de bestemming te bereiken. Hierbij vindt sterke sturing
op basis van machtsuitoefening plaats
-
de interactieve benadering heeft een open-eind-karakter. Betrokkenen
geven eigen betekenis aan initiatieven voor verandering. Verschillende oplossingen zullen dus ontstaan.
Interactie en wederzijdse aanpassingen zijn sleutelwoorden.
-
de ontwikkelingsgerichte benadering is gericht op het versterken van
competenties. Verandering komt van binnenuit. Mensen willen zelf iets aan de problemen doen. Het is
gericht op meta-cognitieve kwaliteiten (leren te leren).
In deze paragraaf is een (bescheiden) overzicht gegeven van literatuur. Er zijn
sterke overeenkomsten en overlap in de beschrijvingen. De ene benadering legt bijvoorbeeld sterker de nadruk op
het achterliggende mensbeeld, de andere meer op de mate van ‘geplandheid’ van de verandering, of op de rol van
de veranderaar.
In dit artikel probeer ik deze benaderingen te integreren tot vijf manieren van
denken over veranderen. Dat wordt eerst toegelicht aan de hand van een paar eenvoudige voorbeelden.
2. Vijf betekenissen van het woord: veranderen
Aan de hand van een paar zinnen, wil ik duidelijk maken welke vijf te
onderscheiden betekenissen het woord veranderen kan hebben. Elke betekenis heeft het label van een kleur
gekregen. Dat vergemakkelijkt het benoemen van het concept (dat verderop zal worden uitgewerkt). Er zit enige
logica bij het benoemen van de kleuren, die hieronder ook zal worden aangegeven.
a. "Ik verander het beleid"
"De individuele belangen zijn veranderd in een groepsbelang"
"Onder druk van Piet is dat doel veranderd".
Het achterliggende denken is hier het bijeenbrengen van belangen, het stellen
van en het effectief nastreven van complexe doelen in een omgeving met op elkaar inwerkende belangen en
invloeden.
b. "Men verandert het gebouw".
"De productiestraat is veranderd conform de eisen".
"Het informatiesysteem is sterk veranderd".
Het achterliggende denken is hier het van tevoren vastleggen van het resultaat,
het specificeren van eisen, het achtereenvolgens uitvoeren van activiteiten en het bijsturen in het licht van
het te realiseren resultaat. Veranderen is hier vooral gericht op materie en vorm.
c. "Ik verander de organisatie".
"De stimulansen voor talentontwikkeling zijn veranderd"
"De lok- en strafmiddelen worden anders ingezet".
Veranderen is hier het inzetten (‘toevoegen’) van HRM (Human Resources
Management)-instrumenten en organisatiekundige elementen teneinde de "zachte" aspecten van een organisatie te
veranderen.
Zachte aspecten zijn: personeel, managementstijl, talenten, competenties.
Instrumenten zijn bijvoorbeeld: de klassieke ‘hark’ of organigram, de beloning van mensen, promotie en status,
opleidingen, management development, assessments, etc.
d. "Ik verander Piet".
"Wij hebben de afgelopen periode veel geleerd en daardoor is er veel
veranderd".
"Veranderen is leren".
Het achterliggende denken is hier: mensen veranderen of in beweging krijgen
vindt plaats door ze te motiveren om te leren, ze in leersituaties te brengen en door het lerend vermogen te
vergroten. De uitkomst is sterk afhankelijk van dat lerend vermogen.
e. "Piet verandert".
"Deze verandering heeft zingevend gewerkt".
"Alles is altijd in verandering".
Het achterliggende denken is hier dat alles óók vanzelf verandert en dat
verandering een permanent proces is. Sturen is blokkades wegnemen, goed waarnemen en duiden van wat er zich
afspeelt, en is gebaseerd op het aanspreken van innerlijke zekerheid, in plaats van de uiterlijke zekerheden.
Zingeving speelt een belangrijke rol.
3. De kleuren
De in de vorige paragraaf beschreven concepten a t/m e heb ik de labels van
kleuren gegeven.
Er zit enige logica bij het benoemen van de kleuren, die hieronder wordt
aangegeven.
De onder b. genoemde manier van denken is blauwdrukdenken: de uitkomst staat
van tevoren vast, is goed te omschrijven en te garanderen. De blauwdruk staat voor het van tevoren gemaakte
ontwerp/de tekening (vaak een ding/object), die vervolgens wordt gerealiseerd/geïmplementeerd.
De onder c. genoemde manier van denken is rooddrukdenken. Het gaat hier om de
mens, met de kleur van menselijk bloed. De mens moet worden beïnvloed, verleid en uitgelokt.
De onder d. genoemde manier van denken is groendrukdenken. Het gaat hier om
ideeën om mensen (met hun motivatie en leervermogen) aan het werk te krijgen, het "groene licht" te geven. Het
gaat hier ook om "groeien" zoals het groen van de natuur.
De onder e. genoemde manier is witdrukdenken omdat wit alle kleuren omvat en de
zelforganisatie en het evolutiedenken vertegenwoordigt en omdat wit de meeste ruimte biedt voor invulling: alles
is nog open.
Daarna moest voor de onder a. genoemde manier van denken nog een
kleuraanduiding gevonden worden. Geel is de overgebleven hoofdkleur, dus noemen we het geeldrukdenken. Het heeft
te maken met de symboliek van macht (‘de zon’, ‘het vuur’) en van de aard van de coalitievorming
(‘broedprocessen’ bij de ‘open haard’).
De kleuren zijn primaire hoofdkleuren plus de ‘optelsom’: wit.
De lettergreep "druk" verwijst naar het streven van veranderaars om toch min of
meer planmatig/gepland (vergelijk: "planned change") te werk te gaan, ook al laat je, bij wijze van spreken,
alles-doelbewust- op zijn beloop. Je wilt in zekere zin iets kunnen voorspellen of beredeneren. Dat sturen en
plannen gaat overigens in de vijf manieren van denken zeer verschillend. Ik zal dit in de volgende paragrafen
verder uitwerken.
4. De achterliggende mensbeelden van de vijf kleuren
De vijf manieren van denken verschillen onderling sterk in de
veronderstellingen die men heeft over hoe mensen of dingen veranderen. Dat is in onderstaande
tabel weergegeven en wordt in de tekst toegelicht.
Tabel 1. Veronderstellingen achter de vijf manieren van denken
|
|
Dingen/mensen zullen veranderen, als je.....
|
|
Geeldruk
|
belangen bij elkaar kunt brengen
ze kunt dwingen tot het innemen van (bepaalde) standpunten/meningen
win-win situaties kunt creëren/coalities kunt vormen
de voordelen kunt laten zien van bepaalde opvattingen (macht, status,
invloed)
de neuzen kunt richten
|
|
Blauwdruk
|
van tevoren een duidelijk resultaat/doel formuleert
een goed stappenplan maakt van A naar B
de stappen goed monitort en op basis daarvan bijstuurt
alles zoveel mogelijk stabiel houdt en beheerst
de complexiteit zoveel mogelijk reduceert
|
|
Rooddruk
|
mensen op de juiste manier prikkelt, bijvoorbeeld door straf- of
lokmiddelen
geavanceerde HRM-instrumenten inzet voor belonen, motiveren, promoveren,
status
mensen iets teruggeeft voor wat zij jou geven
|
|
Groendruk
|
ze bewust maakt van nieuwe zienswijzen/eigen tekortkomingen (bewust
onbekwaam)
ze kunt motiveren om nieuwe dingen te zien/te leren/te kunnen
geschikte gezamenlijke leersituaties kunt creëren
|
|
Witdruk
|
uitgaat van de wil en wens en de ‘natuurlijke weg’ van de mens zelf, betekenis
toevoegt
de eigen energie van mensen laat komen
dynamiek/complexiteit wilt zien
eventuele blokkades wegneemt
symbolen en rituelen gebruikt
|
vervolg van artikel:
|