20 oktober 2003
beoordelings- en functioneringsgesprekken
BEOORDELINGS- EN
FUNCTIONERINGSGESPREKKEN
een vreemde eend in de bijt.....
Nathalie
Pols
Student Algemene Sociale Wetenschappen aan
de Universiteit Utrecht.
Studeert momenteel af op het onderwerp ´Levensfasebewust
personeelsbeleid."
De laatste jaren is het menselijk
kapitaal van organisaties uitgebreid in de belangstelling komen
te staan. Ontwikkelingen zoals de socio-techniek, HRM,
knowledge management en vele anderen wijzen op een gewijzigde
manier van denken over de plaats van de mens binnen de
organisatie. Echter, sommige visies en instrumenten die we
hanteren zijn in strijd met deze ontwikkeling zonder dat we dat
in de gaten hebben. Een kritische analyse van de
veronderstellingen die aan onze visies en instrumenten ten
grondslag liggen, zullen de tegenstrijdigheden die al wel
worden gevoeld maar nog niet worden begrepen, zichtbaar en dus
hanteerbaar maken. Dit artikel gaat in op de onverenigbaarheid
van beoordelings- en functioneringsgesprekken en de huidige
ontwikkelingen in de organisatiewereld.
Employability
We bevinden ons nu in een
periode waarin een aantal ontwikkelingen een belangrijke rol
spelen. Zo vindt er een verschuiving plaats van lifetime
employment naar lifetime employability: de loopbaan van
werknemers is niet langer duidelijk omschreven en
uitgestippeld en wordt niet langer getypeerd door ‘groei
naar boven’ (opklimmen in de hiërarchie), maar verandert in
een dynamische en veelzijdige loopbaan. Door middel van het
breder inzetbaar maken van werknemers en ze verantwoordelijk
te maken voor hun eigen loopbaan, vindt er flexibilisering
van het personeel plaats. Dit komt de organisatie ten goede
en biedt de werknemers meer mogelijkheden om de eigen
kwaliteiten te ontdekken en ontwikkelen. De veronderstelling
die aan deze ontwikkeling ten grondslag ligt is dat we in
een complexe en dynamische samenleving leven waarin
aanpassingsvermogen en flexibiliteit van werknemers
(employee adaptability) en daarmee de organisatie in zijn
geheel, belangrijk is om te overleven als organisatie en
meer recht doet aan de capaciteiten van mensen.
Empowerment
Het vergroten van de
autonomie en zelfstandigheid van werknemers (empowerment) is
ook een ontwikkeling waar we steeds meer waarde aan hechten.
Werknemers met een grotere mate van autonomie en
zelfstandigheid hebben niet alleen veel meer plezier in hun
werk maar presteren ook beter dan werknemers die dit niet
hebben. De veronderstelling die hieraan ten grondslag ligt
is dat motivatie en betrokkenheid niet op te leggen zijn
door middel van een gedwongen proces maar het beste kan
worden gekweekt door een ondersteunende werkomgeving,
aanmoedigingen, een meeslepende visie, opleiding en
training, en vooral door keuzevrijheid. Mensen zijn vanuit
zichzelf gemotiveerd om goed te presteren als het werk
betekenisvol voor ze is en ze daadwerkelijke
verantwoordelijkheid krijgen.
Knowledge management
‘Knowledge management’
veronderstelt net als HRM dat de mens het belangrijkste
kapitaal is van een organisatie en legt daarbij de nadruk op
de mens als bezitter van waardevolle kennis. Uitgangspunt
van knowledge management is dat kennis dé bron is van
waaruit je competitief voordeel kunt halen als organisatie.
Om nieuwe kennis te creëren moet echter wel aan bepaalde
voorwaarden worden voldaan. Zo moet er onder andere een
cultuur bestaan in de organisatie waarin fouten maken
mogelijk is, waarin ruimte is voor de meest uiteenlopende
ideeën en waar ‘andersdenkenden’ als waardevol worden
gezien. Daarnaast is ook het werken in teams waarin gebruik
kan worden gemaakt van elkaars kennis een belangrijke factor
om te komen tot nieuwe kennis. Onontbeerlijk voor een
kenniscreërende organisatie is dat ze een lange termijn
oriëntatie heeft en de nadruk legt op het proces in plaats
van het product..
Conclusie
Naast deze ontwikkelingen
zijn er nog vele anderen te noemen waaraan overeenkomstige
veronderstellingen ten grondslag liggen. Echter, de
veronderstellingen die ten grondslag liggen aan
beoordelings- en functioneringsgesprekken, staan haaks op de
voorgaande. Beoordelingsgesprekken leggen de nadruk op de
prestaties van werknemers in plaats van het proces dat een
werknemer doorloopt en werken daardoor korte termijn
oriëntatie van werknemers in de hand. Beoordelings- en
functioneringsgesprekken richten zich op individuele
prestaties terwijl we steeds meer teamwork verlangen van
werknemers. De gesprekken impliceren dat we persoonlijke
inzet en prestaties van mensen kunnen scheiden van allerlei
andere externe factoren die een rol spelen bij het
functioneren van mensen. Bovendien bevestigen ze de
veronderstelling dat werknemers niet zelf verantwoordelijk
kunnen zijn voor hun eigen ontwikkeling terwijl we met zaken
als employability en empowerment het tegenovergestelde
veronderstellen. Bovendien wordt er met
beoordelingsgesprekken gepoogd de relatie tussen manager en
werknemer rationeel, statisch en eenvoudig te maken, terwijl
deze in werkelijkheid ambigue, dynamisch en complex is. Het
zijn deze onlogische en niet realistische veronderstellingen
die ten grondslag liggen aan het feit dat -ondanks vele
jaren onderzoek, herontwerpen en herimplementeren en ondanks
de goede motieven-, beoordelings- en
functioneringsgesprekken in de praktijk vaak
tegenvallen.
Een kant en klaar antwoord
op de vraag wat we dan in plaats van beoordelings- en
functioneringsgesprekken moeten doen, is er niet. Wel zijn
er diverse ideeën voorhanden die al in diverse organisaties
succesvol worden toegepast. Om alternatieven voor de
beoordeling te ontwerpen moeten we de veronderstellingen van
het te vervangen systeem naar boven halen en onderzoeken. De
doorgaans goede motieven die ten grondslag liggen aan de
beoordelingspraktijk kunnen dan uiteraard als uitgangspunt
blijven bestaan.
Even voorstellen: Nathalie Pols
 |
Na mijn
studie 'Sociaal pedagogische
hulpverlening' aan de Saxion Hogeschool
Enschede volg ik nu de studie 'Algemene
sociale wetenschappen' aan de
Universiteit Utrecht. Binnen deze studie
volg ik het tracé 'Arbeid, management en
organisatie in maatschappelijke context',
waarbij we op een interdisciplinaire
manier naar problemen leren te kijken
binnen het organisatiewerkveld. Vanuit
deze invalshoeken en mijn persoonlijke
interesse voor allerlei onderwerpen op
het gebied van HRM, heb ik dit artikel
geschreven.
Op dit moment ben
ik aan mijn afstudeeropdracht bezig bij NUON
Human Resource Management. NUON wil een
duurzaam HR beleid voeren dat onder andere past
bij bovenstaande ontwikkelingen. In dit kader
onderzoek ik hoe er een aansluiting kan worden
gemaakt tussen de verschillende levensfasen van
individuen en de inrichting van het werk. Ook
hier is mijn uitgangspunt weer dat de mens
centraal staat.
In juni 2004 rond
ik mijn studie ASW af, en wil ik mijn visie en
ideeën in de praktijk toe gaan passen.
Ik ben graag bereid vragen en opmerkingen te
beantwoorden via:
n.a.m.pols@students.uu.nl
|
|
"Some people die at twenty-five
and
aren't buried until they are
seventy-five"
Benjamin Franklin
|
bron:
www.menscentraal.nl
|