27 oktober 2002
leiderschap
EEN HANDREIKING AAN DE LEIDERS VAN MORGEN
Hoe jongeren kunnen leren van onvrede kansen te maken
Stef
Seykens
Organisatiepsycholoog, partner van Young Leadership en werkzaam als
coach
en loopbaanbegeleider voor zijn eigen bedrijf Sirfund. Auteur van Leerling in
Leiderschap
Smalend wordt onze jeugd de laatste decennia aangeduid met termen als de patat- en
achterbankgeneratie en de generatie Nix. Ze wordt verweten slap en verwend te zijn, geen normen en waarden te
hebben en zinloosheid uit te stralen. Maar zijn jongeren niet slechts de weerspiegeling van onze
maatschappij? Zijn de verwijten in hun richting in die zin niet een tekortkoming van onszelf, namelijk om een
samenleving te scheppen waar jongeren zin hebben in het leven? Blijkbaar kunnen we hen dat, temidden van alle
materiële luxe, te weinig bieden. Te veel twintigers en jonge dertigers belanden in de WAO als gevolg van
stress, burn-out en rsi. De vraag rijst of er iets mis is met de huidige generatie jongeren, tevens onze
toekomstige leiders. Hebben zij te weinig weerstand, doorzettingsvermogen of is er iets anders aan de
hand?
De naoorlogse generaties zitten stevig in het zadel. Dankzij hun gevecht tegen de beperkingen
van die tijd leven we, zelfs midden in de huidige recessie, in een welvarend land. De instelling van
grenzeloze groei en geforceerde vooruitgang heeft geleid tot het huidige welvaartsniveau. De hedendaagse
jeugd kan daar alleen maar dankbaar voor zijn. Maar het welzijnsniveau, ondanks het feit dat we onszelf
schijnbaar tot de gelukkigste landen ter wereld mogen rekenen, is daarbij echter ver achter
gebleven.
Succesvolle carrière als grootste ideaal.....
Lang niet alle jongeren staan te popelen om deel te nemen aan een samenleving waarin een
succesvolle carrière als het grootste ideaal wordt afgespiegeld. Ze worden niet gelukkig van het vooruitzicht
zich druk te moeten maken over salaris, secundaire arbeidsvoorwaarden, opbouw van je curriculum vitae en de
waarde van het aandelenpakket. Vraag een gemiddelde veertiger ‘wie ben je?’ en ze vertellen je welke baan ze
hebben. Vraag je hen wat ze zouden willen in het leven, dan krijg je als antwoord datgene waar ze van af
willen. Toch is dit het voornaamste rolmodel dat ook jongeren krijgen. Je bent jong en je wilt wat, maar als
dát het volwassen leven is, dan de volwassenheid maar zo lang mogelijk uitstellen. Is het dan vreemd dat vele
jongeren zich in het weekend en tijdens de vakantie verdoven met overmatige drank en drugs of hun passie
ergens anders zoeken?
Het is natuurlijk niets nieuws dat jongeren zich tegen de oudere generaties afzetten en dat
ouderen zich minzaam afvragen hoe dat nu verder moet met de jeugd. De vraag rijst wel of de ervaren leegte
onder jongeren en daarmee de afstand tot de samenleving niet steeds groter aan het worden is. Blijkbaar
vereist de evolutie van welzijn een heel andere aanpak dan die van welvaart.
De leegte na de overwinning
De maatschappij is al meer dan een eeuw doorgeslagen naar vergaande verwetenschappelijking van
de realiteit. De oprukkende rationaliteit heeft geleid tot een wijdverspreid wantrouwen tegen alles wat te
maken heeft met gevoel. Het strikte empirische denken beperkt ons echter tot de oppervlakkige constatering
van ‘wat er is’. De behoefte aan ‘hoe we willen dat het is’ wordt steeds meer voelbaar. De naoorlogse
generaties leefden in een wereld waarin veel te bereiken viel. Ze kenden oorlog, armoede en geestelijke
onderdrukking. Er viel veel te winnen. Maar zoals elke topsporter weet is er leegte na de overwinning. Vooral
als niet duidelijk is waar de volgende uitdaging ligt. Veel jongeren hebben nog slechts een vaag gevoel van
hoe de wereld zou moeten zijn. Maar weinigen hebben een droombeeld bij de wereld van deze nieuwe eeuw. Goed
beschouwd is deze leegte ook een voordeel. De huidige jongeren hebben geen vaste normen en waarden opgelegd
gekregen. Dit maakt hen - meer dan generaties voor haar - vrij van aanpassing, repressie, sabotage en
rebellie. Kortom, ze zijn vrij om normen en waarden te vinden die werkelijk uit zichzelf komen. Ze hebben
meer dan ooit in de moderne geschiedenis de kans om hun eigen missie en visie te formuleren zonder dat het
een verkapte tegenreactie is. Zij zijn vrij in hun keuze in wat ze te doen hebben. Het enige nadeel daarbij
is dat ze niet geleerd hebben hoe ze dit kunnen vormgeven. Het algemene onderwijsstelsel is er immers op
gericht te leren wat goed is volgens de boeken, niet wat goed is vanuit jezelf (speciale scholen
uitgezonderd).
Op zoek naar eigen identiteit
Jongeren hebben een overgangsperiode nodig waarin ze hun eigen identiteit leren vinden, om
volwassen te worden en om opgenomen te worden in een gemeenschap waarin ze hun specifieke bijdrage kunnen
hebben. De inwijding of het ritueel hiertoe ontbreekt nagenoeg. Het verlaten van het ouderlijk huis is
voornamelijk een praktische afhandeling. Het afronden van een studie garandeert niets over het bereiken van
een bepaalde mate van persoonlijke ontwikkeling en is te vaak niet meer dan een uitgestelde beroepskeuze. De
introductieprogramma’s voor jonge professionals in bedrijven zijn er vooral op gericht om zo snel mogelijk
mee te kunnen draaien in de omzet. Jongeren worden goed beschouwd aan hun lot overgelaten om tot een
volwassen persoon uit te groeien, een probleem dat overigens al decennia lang heerst.
Eigen verantwoordelijkheid nemen
Robert Greenleaf, oud AT&T topman en de grondlegger van de Servant Leadership stroming zegt
daarover het volgende: ‘gezien het overwegend abstracte en analytische karakter van het onderwijs is het niet
verwonderlijk dat mensen gepreoccupeerd zijn met kritiek en dat niet veel gedachten worden gewijd aan de
vraag: wat kan ik doen?’ Het is dan ook niet verwonderlijk dat al willen ze, velen niet weten hóe ze
verantwoordelijkheid op kunnen pakken.
Wat de hedendaagse jeugd te doen staat is los te komen van de subtiel ingeburgerde neiging om
verantwoordelijkheden, wanneer dit beter uitkomt, bij de ander te leggen. Subtiel, omdat het besef er
nauwelijks is dat we dit doen. Maar kijk eens hoe makkelijk ouders tegenwoordig hun opvoedkundige taken
afstaan aan bijvoorbeeld crèches, scholen en sportverenigingen. Er is niets mis met controle te laten vieren
en taken te delegeren, maar niet wanneer dat te veel ten koste gaat van openlijke rolmodellen van volwassen,
verantwoordelijke daden. De verantwoordelijkheid op onszelf te nemen en niet de schuld makkelijk afschuiven
op wie toevallig het meest dicht bij ons in de buurt staat, is iets dat we collectief te leren hebben. Maar
de keuze om dit te doen gaat daaraan vooraf. Te makkelijk wordt de boosdoener van ons ongemak buiten onszelf
gezocht. Zolang we anderen de schuld blijven geven zijn we niet in staat verantwoordelijkheid te
nemen.
De roep van het eigen hart
Het is voor veel jongeren verleidelijk om mee te gaan in de consumerende massa en te doen wat
er van ze verwacht wordt. Of dat nu ouders, vrienden, collega’s of de commerciële verlokkingen zijn. Maar de
vraag is wat zij werkelijk willen. Het alternatief is te leren luisteren naar de roep van het eigen hart.
Maar veel jongeren hebben nauwelijks het idee welke talenten er in hen sluimeren, laat staan wat hun missie
is. George Bernard Shaw schreef: ‘Dit is de ware vreugde in het leven: te worden ingezet voor een doel dat we
als groots beschouwen, een natuurkracht te zijn in plaats van een koortsachtige egoïstische bundel kwalen en
grieven die klaagt dat de wereld zich niet inspant om het ons naar de zin te maken’.
Ondersteuning
Talentvolle jongeren hebben behoefte aan ondersteuning bij het concreet maken en realiseren van
hun eigen missie, roeping of levenstaak. Niet door de jongeren de les te lezen, maar door ze de ruimte te
geven zichzelf te vinden. Door bewust hun eigen levensverhaal vorm te geven, door innerlijk meesterschap te
ontwikkelen en contact te maken met hun essentie. Zo leren zij zichzelf maar ook de maatschappij vanuit hun
hart te geven en zo bij te dragen aan de wereld van de 21e eeuw. Het gaat hierbij zowel om
innerlijk als uiterlijk leiderschap: het verenigen van zowel geestkracht als daadkracht dat tot uiting komt
zowel in het persoonlijke als professionele handelen. Dan hebben jongeren met hun frisse inbreng echte
meerwaarde binnen organisaties.
Daarvoor hebben jongeren twee paradoxen op te lossen. Als ze net aan het werk gaan worden ze
vaak heen en weer geslingerd tussen wat ze geleerd hebben op hun opleiding en wat er van hen verwacht wordt
in het bedrijfsleven. Daarnaast is er een enorm breed aanbod van trainingen voorhanden. Maar er heerst een
gapend gat tussen de vaardigheids- en competentietrainingen die ze in het bedrijfsleven aangeboden krijgen en
de particuliere trainingen die zich richten op persoonlijke ontwikkeling en spiritualiteit. Blijkbaar is aan
beide stromingen behoefte. Hieruit ontstaat een zogenaamde statische spanning die vooral veel onzekerheid
geeft. Als jongeren leren boven deze dualiteit uit te stijgen, en een derde dimensie wordt toegevoegd,
namelijk hun eigen persoonlijk leiderschap, kan er creatieve spanning ontstaan. De paradox speelt dan niet
meer met hen, maar wórdt het speelgoed om gerichte keuzes te kunnen maken.
Persoonlijk leiderschap en innerlijke kracht
Maar om persoonlijk leiderschap te vinden zal
een mens eerst met zichzelf en met zijn schaduwkanten geconfronteerd moeten worden. Want leiders worden geboren
in tijden van tegenspoed, niet in tijden van voorspoed. Maar deze weg naar loutering hoeft niet in eenzaamheid
te worden doorstaan. Laat juist de generaties die volharden in de weg van de eenzame strijder de jongeren helpen
inzien dat er meer wegen zijn naar innerlijke kracht.
Even voorstellen: Stef Seykens
Stef Seykens (1969) is organisatiepsycholoog. Hij werkt sinds 1996 als coach, Human Talent Manager,
loopbaanbegeleider en arbeidsmarktadviseur. In 2001 heeft hij zijn eigen bedrijf Sirfund opgericht. In zijn
werk richt hij zich er op om professionals weer in hun kracht te laten
komen.
Het is zijn visie dat moderne organisaties in deze tijd authentieke
kennis en -gedrag nodig hebben om te kunnen groeien, hun resultaten te verhogen en hun aandeelhouders en
medewerkers tevreden te kunnen stellen. Hij gaat ervan uit dat de kracht en wijsheid die hiervoor nodig is al
in de mensen zelf aanwezig is. Vandaar zijn motto: stop met zoeken, leer te
vinden.
De kernwaarden
van zijn werk zijn: dienstbaar leiderschap, snel tot de kern komen, authentiek, doelgerichtheid,
verbondenheid, persoonlijke ontwikkeling, vertrouwen, inspiratie, praktisch.
In de zomer van 2002 kwam zijn eerste boek Leerling in Leiderschap uit, waarin ook de
lezer kennis kan nemen van zijn werk als coach. In de jaren negentig publiceerde hij tevens vijf korte verhalen in
verschillende verhalenbundels.

Leerling in leiderschap
S. Seykens
S: www.sirfund.nl E:stef.seykens@sirfund.nl
|
"Wat we in het leven
het hardste nodig hebben is iemand die zorgt dat we doen wat we
kunnen"
Ralph Waldo Emerson
|
bron: www.menscentraal.nl
|