18 april 2008
Column terug naar de werkvloer
“We komen niet eens door ‘de
sjaaltjes’ heen”
Mathieu
Weggeman
hoogleraar Organisatiekunde TU Eindhoven en
auteur van diverse
boeken
Als ik ergens gevraagd wordt een adviesklus te
doen, stuur ik altijd vooraf een A4-tje met een kleine
toelichting op mijn manier van werken. Een van de
belangrijkste voorwaarden die daarop staat, is dat ik aan
het begin van de opdracht ten minste een ochtend of
middag kennis mag maken met de mensen op de vloer om een
beter gevoel te krijgen voor de raison d’être van de
organisatie. De betekenis van een organisatie wordt
immers bepaald door de producten die op de vloer gemaakt
worden. Wat doen de mensen die daar de hele dag bezig
zijn en wat is het mooie daarvan?
Als je daar geen oog voor hebt, is elke
organisatie hetzelfde. Dan zie je alleen de parkeerplaats
voor bezoekers van de directie, de lift of roltrap naar
de bovenste verdieping en de van glas en kunst vergeven
directievleugel.
'Disconnect van de vloer'
Ik was gevraagd om te kijken of ik zou kunnen
helpen met het verbeteren van de verticale communicatie.
De directie van het high-tech bedrijf met meer dan 1500
medewerkers was er tijdens een retraite achtergekomen dat
ze eigenlijk te Olympisch gezeten waren en daardoor
‘disconnect van de vloer’ waren geraakt. Ik vertelde die
reden van mijn komst aan een van de ingenieurs waarmee ik
tijdens mijn bezoek aan de vloer kennis maakte. “Goed
punt”, zei hij “wij komen niet eens door de sjaaltjes
heen”. En voor ik hem om nadere uitleg kon vragen, werd
ik opgehaald door een secretaresse die me via de bekende
roltrappen naar het directiekwartier
leidde.
De Sjaaltjes
Boven aan de trap werd ik verwelkomt door twee
stewardes-achtige dames in mantelpak met zo’n zijden
shoker onder hun kin. Dat waren dus ‘de sjaaltjes’ dacht
ik. De secretaresse leverde me aan een van hen over die
zei: “U bent de heer Weggeman neem ik aan en u komt
voor meneer van den Berg? Nu is het helaas zo – heel
vervelend - dat net de allerhoogste directeur even bij
meneer van de Berg is binnengelopen en u begrijpt het al:
die kunnen we natuurlijk niet zo maar vragen weg te gaan
omdat meneer Weggeman er is, daarom vraagt meneer van den
Berg of u er geen bezwaar tegen heeft om nog even tien
minuutjes te wachten. Kan ik u in de tussentijd plezieren
met een kopje koffie?” Na een kwartier kwam het andere
‘sjaaltje’ naar me toe. “Meneer Weggeman, we vinden het
allemaal heel vervelend maar nu heeft de heer van den
Berg ineens onverwacht telefoon gekregen van een heel
belangrijke relatie uit China en die moet hij even nemen.
Kan ik u wellicht helpen om de wachttijd goed te
gebruiken door u mee te nemen naar een van onze
internetconsoles zodat u uw mail vast kunt
doen?”
Terug naar 'de werkvloer'
Uiteindelijk passeerde ik na 25 minuten een
designkapstok waar ik mijn jas niet aan durfde te hangen
omdat ik dacht dat het een kunstobject was, liet twee
design-secretaressen achter me en belandde uiteindelijk
in de balzaal van de heer van den Berg. “Fijn dat je er
bent Weggeman, ons probleem is dus dat wij ‘disconnect’
zijn van de vloer”. “Je meent het!” dacht ik, en zo
kwamen we in gesprek. Na de nodige interviews, wat
deskresearch en participerende observatie was mijn advies
uiteindelijk om de directieleden fysiek te
deconcentreren. In plaats van op een kluitje te blijven
zitten in hun glazen paleis, stelde ik voor dat ieder van
hen een kamer zou betrekken in het gebouw zou gaan waarin
de meesten van de mensen waaraan hij leiding gaf werkten.
Niet bovenin, ook niet op de begane grond maar op de
middelste verdieping, dus zo veel mogelijk midden tussen
de professionals. '
Evaluatierondje
Protesten alom in het begin: “Slecht advies”,
“Dacht u niet dat wij dat zelf niet bedacht zouden hebben
als het een verstandig idee geweest zou zijn?”, (“Nee.”),
“Die kamers daar zijn te klein. Wij zijn hier gewend aan
zes-raams kamers terwijl de grootste kamer in het gebouw
waar u me in wilt hebben maar vier ramen heeft”. Ik zei
dat alles te verbouwen is, dat ze het gewoon eens een
paar maanden moesten proberen, dat we daarna zouden
evalueren en als het dan niet beviel, dat dan alles
gewoon teruggedraaid kon worden. Brommend ging men
akkoord.
Na twee maanden maakte ik, zoals afgesproken,
een evaluatierondje langs de nieuwe gedeconcentreerde
werkkamers van de directieleden. Bij een van hen zag ik
een witte jas aan de no-nonsense kapstok hangen. “Hé
Joost”, zei ik “heb je je laboratoriumjas weer te
voorschijn gehaald?” “Ja”, antwoordde hij glimlachend
“het is heel leuk. Als een proefopstelling in een
kritische fase komt, bellen ze me of ik kom kijken. Zo
kreeg ik vorige week een telefoontje van een van de
jongens en die zei: ‘Joost het gaat direct gebeuren:
binnen een half uur moeten we nu blauw licht zien, of we
zien het het komende half jaar niet meer’. Nou en dan ga
ik er heen. Wordt erg op prijs gesteld en ik vind het
zelf ook zeer de moeite waard. Het is mooi om te zien wat
ik eigenlijk de hele dag aan het managen
ben”.
Weer connect
Eind van het liedje was dat alle directieleden
het experiment geslaagd vonden en in hun nieuwe kleinere
kamers wilden blijven zitten. Hun voormalige glazen
directievleugel werd omgebouwd tot vergadercentrum – daar
waren de kamers groot genoeg voor – en van de grote
plein-achtige ruimte waar al die kamers op uit kwamen,
werd een soort grand-café gemaakt met de ‘sjaaltjes’
achter de tap. De directieleden startten elke ochtend met
een gezamenlijke ontbijtbespreking in het grand-café en
gingen dan naar ‘hun’ gebouw. Na een half jaar was
de verticale communicatie dramatisch verbeterd, zo bleek
uit een survey en zowel de professionals als de managers
hadden veel meer het gevoel dat ze er voor elkaar waren,
dat er tijd en aandacht was.
© deze column is
met toestemming van de auteur overgenomen uit:
Leidinggeven aan professionals ? Niet doen
!
Even voorstellen: Mathieu
Weggeman
|

|
Mathieu Weggeman is een
Nederlands professor aan de
Technische Universiteit
Eindhoven. Hij houdt zich bezig
met kennismanagement en
innovatiemanagement. Ook werkt
hij als consultant en was hij
adviseur van de Raad van Bestuur
van Philips. Bij dat laatste
bedrijf werkte hij onder andere
met C.K. Prahalad. Zijn boeken
Kennismanagement: inrichting en
besturing van de kennisintensieve
organisatie (1997) en
Kennismanagement: de praktijk
(2000) behoren tot de
standaardwerken onder de
Nederlandstalige
kennismanagementliteratuur. Zijn
werk omvat onder meer de
kennisintensieve organisatie, de
formule K=f(I*E*V*A)[1] en de
kenniswaardeketen. Naast zijn
hoogleraarschap is hij werkzaam
bij De Baak, een kenniscentrum
van VNO-NCW.
contact:
Mathieu
Weggeman
|
artikelen van auteur:
uitdieselen
"we komen niet eens door 'de sjaaltjes'
heen"
|
“Als je een schip wilt bouwen,
moet je niet beginnen met mensen
op te trommelen om hout te gaan halen
en ze taken toe te wijzen;
begin met ze te laten verlangen
naar de uitgestrektheid van de
zee.”
De Saint
Exupéry
|
|